De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Roberto Pennino, ditmaal over de vandaag jarige Gianluigi Lentini (49).

Het AC Milan van Fabio Capello trok in 1992 een groot talent van eigen bodem aan: Gianluigi Lentini. Gigi had net een prachtig seizoen achter de rug met Torino, waarin de Turijnen onder meer het grote Real Madrid van onder anderen Butragueño en Michel uit de UEFA Cup hadden gewipt. In de finale, gespeeld over twee wedstrijden, liet the boy wonder tegen het Ajax van Van Gaal zien waarom er zoveel belangstelling voor hem was.

Maar hoeveel dreiging er ook van hem uitging, het mocht zijn team niet baten. Na een 2-2 in Turijn had Ajax aan een 0-0 genoeg. Met samengeknepen billen moesten de Amsterdammers toezien hoe de gasten maar liefst driemaal het spreekwoordelijke houtwerk raakten. De UEFA Cup bleef echter in Nederland. Bij Torino spreekt men daarom nog steeds van het drama van de tre pali.

Voor Lentini leek het slechts een kwestie van tijd voordat hij alsnog grote prijzen zou gaan pakken. Tijdens die zomer van 1992 werd in de Serie A met geld gesmeten. Meer dan ooit liep de concurrentie tussen de Italiaanse topclubs op de transfermarkt gigantisch in de papieren. Voor 18,5 miljard lire (ruim zestien miljoen gulden), destijds een wereldwijd recordbedrag, mocht Lentini het proberen bij het sterrenensemble van Milan. Met zijn snelheid en techniek en het WK van 1994 in het vooruitzicht was hij de gedoodverfde nieuwe ster van de Azzurri.

Gianluigi Lentini

Het liep allemaal anders. Een dramatisch auto-ongeval op 3 augustus 1993 zorgde voor een negatieve ommekeer in zijn carrière. Met zijn Porsche 911 vloog hij met hoge snelheid over de kop en het was een godswonder dat hij de crash überhaupt overleefde. De prijs die hij moest betalen was hoog: ernstig hoofdletsel en een in de knop gebroken voetballoopbaan.

Eenmaal uit het ziekenhuis speelde hij nog wel zijn wedstrijden, maar de gestroomlijnde acties werden na het ongeval steeds schaarser. De kortsluiting in zijn hoofd kon niet gelijmd worden, waarna hij als speler, via Atalanta en een mislukte terugkeer bij Torino, steeds verder wegzakte in de kelders van het Italiaanse voetbal.

Toch is zijn palmares tussen 1992 en 1995 op papier imposant te noemen. Na de finale tegen Ajax stond hij een jaar later in de basis bij Milan tijdens de verloren Champions League-finale tegen Olympique Marseille (0-1). Een jaar later was hij in Athene wisselspeler bij de glorieuze winst van Milan tegen Barcelona (4-0) en in 1995 viel hij vlak voor tijd in tijdens de eindstrijd van Milan tegen Ajax (0-1). Deze vier achtereenvolgende finales ten spijt, op het veld liep het voor geen meter meer.

Af en toe kon nog een opleving worden genoteerd, maar overall was kijken naar Lentini toch vooral een pijnlijke herinnering aan de belofte die hij nooit had weten in te lossen. Hoewel hij dertien keer uitkwam voor het Italiaanse elftal en met Milan nationaal en internationaal zilverwerk won, leeft Lentini in de herinnering vooral voort als de man van het hoge prijskaartje, het auto-ongeluk en het papieren palmares. Dat geld niet gelukkig maakt, staat op zijn lijf geschreven.

Ondanks dit verloop stopte hij pas op zijn 43ste bij het kleine Carmagnola. Zijn voetbalcapaciteiten mochten dan twintig jaar eerder al drastisch zijn ingeperkt, zijn liefde voor het spelletje heeft hij nooit verloren. 

Roberto Pennino