Het was tijdens de eerste clash tussen NAC en NEC, volgens mijn in Nijmegen wonende broer een mooi moment om onze oude liefde weer eens te delen. Ik besloot om dan ook maar meteen om mijn huidige liefde kennis te laten maken met onze liefde uit het verleden.

Een liefde voor wie ik ooit vol overgave alles gaf en op wie ik stiekem nog een klein oogje heb. NAC – NEC was niet zomaar iets. NAC – NEC zou een wedstrijd worden zoals een eerste ontmoeting tussen haar en mijn ouders; “Lief, dit is nou NAC. NAC, dit is mijn vriendin.” Als er geen klik zou zijn, zouden de ontmoetingen daarna altijd ongemakkelijk blijven.

soccerfanshop.nl

Het was een kwartier voor aanvang al afgeladen vol op de B-side. Mijn oude liefde bleek nog steeds zo mooi als toen ik haar voor het laatst zag. De avondzon liet haar stralen, haar geel-zwarte gezicht gevuld met trots. Met moeite vonden we een plek. Zij naast me, mijn broer achter me. Al voor de wedstrijd waren alle NAC-hits aan bod geweest. Mijn broer en ik schreeuwden mee. Zij deinde met haar hoofd op het ritme en keek rond. Soms vergat ik op het veld te kijken, daar waar de sfeer op de tribune bepaald zou kunnen worden. Maar zolang het 0-0 stond, hoefden we ons om sfeer geen zorgen te maken. Om de minuut peilde ik vanuit mijn ooghoek mijn lief. Ik zag haar genieten.

“Wauw! Dat spandoek! Supermooi!”

“Kijk daar, die oude man met dat NAC-petje, prachtig!”

“Wie is de beste van dit team?”

Heel de wedstrijd ging het door. Ze keek verwonderend, nieuwsgierig, geprikkeld. Na 49 keer ‘Breda’s Yellow Army, NAC NAC, Yellow Black Army’ gehoord te hebben, begon ze de tekst zowaar mee te zingen. Eerst bewoog ze nog haar hoofd, maar haar mond volgde snel. En terwijl NEC kans op kans miste, het woord ‘NAC’ honderden keren van de tribune kletterde en de beste van het team in de 85e minuut de winnende maakte voor NAC, genoot ik. Van de wedstrijd en de overwinning, maar vooral van de B-side, het vak dat mijn vriendin omarmde alsof ze familie was.

Na de wedstrijd zwegen we even. Ik verbrak de stilte. “Dit is nou NAC”, zei ik trots. Het was zo; dit was NAC. In al haar glorie.

Oude liefde roest niet. Ze went er maar aan.

Tekst: Dion van Meel