Er was een tijd dat Haarlem – Veendam mij het verschrikkelijkste leek wat het voetbal te bieden had. Zo’n betekenisloze wedstrijd in de kelder van de eerste divisie, in een matig gevuld en krakkemikkig stadion, waar de zon nooit scheen en de eindstand altijd 0-0 was.

Het waren de vroege jaren negentig, internet was nog iets voor nerds en de geheime diensten, en op televisie waren de beelden schaars. Ik was een vroegwijze knaap die gulzig alles over voetbal las wat hij te pakken kon krijgen. De vaderlandse eerste divisie bestond sowieso alleen op papier. Hoogstens besteedde Studio Sport op zondagavond kort aandacht aan de competitie wanneer op een der velden een hattrick was gescoord. De betreffende goalgetter verscheen dan in pasfotovorm een paar seconden in beeld.


In de VI waren enkele pagina’s gereserveerd voor de eerste divisie, maar in mijn herinnering waren die altijd voorzien van een foto in zwart-wit, in een verder geheel in kleur gedrukt blad. Vandaar die associatie met grauw, donker, kil?

Haarlem (1889-2010) en Veendam (1894-2013) werden meer dan honderd jaar oud en gingen toen heen. Geen reanimatie, geen doorstart, einde oefening. De eerbiedwaardige eeuwelingen werden vervangen door de vermaledijde beloftenelftallen. Maar hé, we worden door al die Jong-teams in de piramide straks wel wereldkampioen! Of zoiets.

Het frappeert me altijd weer dat in andere landen omgevallen clubs vrijwel nooit voorgoed verdwijnen. Er gaat er geregeld eentje failliet, maar op hetzelfde moment is de doorstart al gemaakt en na verloop van tijd duikt de club ook wel weer op in de vertrouwde reeks, hoogstens met een licht gewijzigde naam, die in de praktijk door niemand gebruikt wordt. Vooral in Italië zie je dat fenomeen, maar ook in België.

In diezelfde magische jaren negentig telde de Belgische competitie tal van clubs met de meest memorabele namen. Germinal Ekeren. RWD Molenbeek. RC Harelbeke. Beerschot. Waregem. SK Lommel. Eendracht Aalst. Boom, niet te vergeten. De ene na de andere verdween van mijn radar. Gedegradeerd, gefuseerd, bankroet. In nieuwe clubs met de meest ridicule namen leefden ze voort. RC Zuid-West-Vlaanderen. Germinal Beerschot Antwerpen. Voetbalclub Eendracht Aalst 2002. KVSK United Overpelt-Lommel. Clubnamen zo rommelig als de Vlaamse bebouwing.

Er is veel geduld voor nodig, en gegoochel met ‘stamnummers’ – dé fetisj van het Vlaamse voetbal – niet te vergeten, maar uiteindelijk komt het wel weer goed. Aalst 2002 heet sinds 2012 weer gewoon Eendracht Aalst, sinds vorig jaar staat RC Harelbeke weer in de tabel en komend seizoen speelt ook SK Lommel weer onder de oude vertrouwde naam. Alles verandert maar keert onveranderd weer terug, dichtte Rutger Kopland al.

Waarom kan dat in Nederland niet? Had bijvoorbeeld RBC niet kunnen fuseren met een lokale amateurclub tot FC Zuid-West-Noord-Brabant om na verloop van tijd weer als RBC verder te gaan? Ondenkbaar. In een land van boekhouders is dood dood. De Roosendalers hebben een doorstart als amateurvereniging gemaakt, maar ze moeten van heel ver komen en de huidige geldschieters lijkt het vooral om een standbeeld te doen. Ook rond Haarlem duiken geregeld figuren op die zeggen de Roodbroeken weer tot leven te willen wekken, maar tot veel dadendrang heeft het nog niet geleid. Het karakteristieke stadion aan de Jan Gijzenkade is bovendien ontmanteld.

De Langeleegte ligt er nog wel. Naar verluidt wil amateurclub Veendam 1894 er gaan spelen. De Veenkolonialen zorgen in elk geval goed voor hun nalatenschap, met onder meer een mooi videoarchief op YouTube. Mijn favoriet is deze reportage rond de nacompetitiewedstrijd Veendam – NEC (1-0) in 1996. Het mooiste moment is wanneer de betreurde Henk Nienhuis in beeld komt, in de laatste minuut van het filmpje. Na een fraai staaltje volksmennerij roept hij in de microfoon: “Hitchcock had het niet beter kunnen bedenken.”

Ooit leek 90 minuten Haarlem – Veendam mij het verschrikkelijkst denkbare scenario voor een voetbalwedstrijd. Nu ben ik een vroegoude dertiger en kan ik geen schitterender affiche bedenken – daar kan bij wijze van spreken geen Hitchcock geen tegenop. Maar het komt nooit meer terug. We moeten het nu doen met Jong FC Utrecht – Jong AZ.

Hoe vaker ik het woord ‘Jong’ in het competitieschema zie, hoe ouder ik me voel.