Liggend in je bed vraag je jezelf af of die klootzak je morgen eindelijk eens op je favoriete positie opstelt. Zeker ben je er niet van. Wel zeker is dat die schorre schreeuwlelijk weer – net voordat je een duel moet aangaan – ‘WINNEN!’ roept. Als een bevel. Die mongool denkt echt dat als hij maar harder ‘WINNEN!’ roept dan de trainer van de tegenstander, dat de duels dan voor ons zijn. Je wordt extra nerveus als je aan die spelbederver denkt. Niemand mag die kinderbeul. Hoe harder hij schreeuwt, hoe minder hard wij de duels ingaan, maar de zenuwachtige, sigaretten paffende zak heeft zijn eigen demotiverende werking niet eens door.

Je kunt niet slapen. Dat is meestal op vrijdagavond. Op vrijdagavond denk je aan zaterdagochtend. Het is gek: je bent bijna net zo bang voor die zaterdagochtend als dat je ernaar verlangt. Intens. Ongeveer als bij dat meisje met die prachtige groene ogen uit je klas, dat meisje dat van niks weet natuurlijk – Marieke heet ze – en waar je gisteren en eergisteren wakker van lag. Je durft haar alleen stiekem aan te kijken, hoi zeggen is drie bruggen te ver. Je vraagt je af of dat het zich ooit nog eens in jou ontwikkelt: lef. Zonder lef leef je niet. Je moet eens bier proberen, zeggen vrienden, maar je durft nog niet te drinken (papa is nou niet echt goede reclame voor bier).

Het hemelwater klettert op het schuine dak van je kamer. Godverdomme, waarom stopt het niet met regenen? Straks gaat ‘t morgen – net als vorige week – weer niet door. Je bent gespannen, kan alleen aan de wedstrijd denken. Zelfs Marieke bestaat niet, even. Pas morgenochtend, vermoedelijk na een kwartier voetballen, stroomt de spanning uit je lijf. Kutspanning. Kutvoetbal. Ergens hoop je dat het wordt afgelast, maar nog veel liever wil je morgen goed voetballen… Je weet dat je moet slapen, maar het lukt niet. Je bent overbewust. Hoe valt een mens in slaap? Hoe slaap je?

Zuchtend doe je je schemerlampje aan. Je kijkt naar die wand waar de poster van Dennis Bergkamp in Arsenal-shirt hangt. Morgen wil je voetballen zoals Dennis. Hmmm… Ga je lezen in de Voetbal International? Als je leest, worden je ogen moe. Eventjes overweeg je de televisie aan te zetten, op dit uur kun je naakte vrouwen zien… Nee, je kunt de televisie beter niet aanzetten. Je bent veertien en hebt via-via ontdekt dat er meer is dan voetbal, zeg maar. Toch is het vreemd. Hoewel het heel lekker is, zeker met beeld erbij, voel je jezelf na afloop smerig. Een beetje alsof je te veel hebt gesnoept. 

De televisie blijft uit. Stel dat er morgen een scout langs de lijn staat. Je zou het jezelf niet vergeven als je voor die paar minuten… En op teletekstpagina 603 stond er nog geen kruis in onze regio. Meestal gebeurt dat pas op zaterdagochtend, maar soms al op vrijdagavond, als het de hele week al regent. Vorige week regende het minder, maar werd de wedstrijd afgelast, uit angst om de velden kapot te spelen. Maar dat was thuis. Je speelt nu uit, waar de ‘groundsman’ vast minder pietluttig is.

Beter! Het is gestopt met regenen. Maar fuck, nu het niet meer klettert… wat hoor je nu voor een geluiden uit de kamer van je ouders? Piept en kraakt hun bed? Hoor je je moeder zachtjes kreunen? Gadver! Nee, nu kan je echt nooit meer slapen!

Je wordt wakker. Wakker: dus je hebt gelukkig toch geslapen. Het is zaterdag, het is al licht en je sjokt nog wat vermoeid van de korte nachtrust naar beneden en doet in de woonkamer de televisie – die wel teletekst heeft – aan. Op de afstandsbediening toets je ‘603’ in.