Verdwenen clubs (7): Het faillissement van FC Wageningen

Van alle Nederlandse profclubs die ooit failliet zijn gegaan, spreekt het faillissement van FC Wageningen voor velen het meest tot de verbeelding. Vooral omdat het stadion er dertig jaar later nog gewoon ligt. De Wageningse Berg kent sinds 1992 geen vaste bespeler meer, maar het terrein vormt nog steeds de indrukwekkende entree tot Wageningen.

De vier lichtmasten torenen fier boven de bossen uit. Het stadion is een vluchtoord voor groundhoppers. Maar ook nog steeds in trek bij buitenlandse teams die een trainingskamp hebben belegd in het nabijgelegen Fletcher-hotel De Wageningse Berg. De hoofdtribune heeft geen officiële entree meer, maar van serieus verval is geen sprake, dankzij vrijwilligers die het stadion onderhouden.

De Wageningse Berg

De Wageningse Berg biedt veel voor de echte voetbalromanticus. De stadionmuur aan de kant van de provinciale weg staat nog overeind, net als de kassahokjes. De grasmat ligt er prima bij. De betonnen trappen onder de overdekte staantribune zijn in afwachting van een mensenmassa die nooit meer komen gaat. In de kantine hangen sjaals en shirts van clubs die de afgelopen jaren op trainingskamp zijn geweest in het stadionnetje, zoals Preuβen Münster en AA Gent in de voorbereiding op het seizoen 2019-2020, of het nationale dameselftal van Oostenrijk, dat zich in 2017 in Wageningen voorbereidt op het EK voetbal in Nederland.

Te midden van alle tricots ontwaart de echte liefhebber direct het klassieke groen-wit gestreepte shirt van FC Wageningen. Op de borst staan twee rode balken met daarin de tekst ‘Schoenenreus’in witte letters. Verzamelaars hebben honderden euro’s over voor het tenue waarmee de spelers van FC Wageningen op zondag 14 mei 1992 het seizoen winnend afsluiten. NAC wordt die lentemiddag met 2-1 verslagen. Na afloop dicteert bij de supporters nog de lach. Ze zeggen elkaar gedag voordat zij met fiets of auto de Berg afdalen naar de beneden gelegen woonwijken en omliggende dorpen. Geruchten over een faillissement doen weliswaar de ronde, maar iedereen is ervan overtuigd dat een oplossing gevonden wordt.

Anderhalve maand later gaat alsnog de stekker uit FC Wageningen. Wat rest is het stadion. Een pronkstuk dat al vele herbestemmingen toebedeeld heeft gekregen, maar tot herontwikkeling is het tot op de dag van vandaag niet gekomen. De accommodatie is de laatste jaren ontwikkeld tot een blijvend voetbalmonument dat herinnert aan een tijd die niet meer terugkomt. De slopershamer wordt buitengehouden, tot groot plezier van iedereen die zich op welke manier dan ook betrokken voelt bij FC Wageningen.

Bankroet

FC Wageningen staat er in december 1990 zo slecht voor dat gevreesd moet worden voor een bankroet. De spelerssalarissen kunnen niet langer worden betaald. René de Vroomen van sponsor Schoenenreus en businessclubvoorzitter Jan Agterberg plegen een coupe en een ‘zakenbestuur’ wordt aangesteld om de club in rustiger vaarwater te krijgen. De administratie wordt op orde gemaakt. Dan blijken de problemen vele malen erger dan gedacht. De totaalschuld is 950.000 gulden.

Die komt vrijwel volledig op het conto van de Belastingdienst en het CFK (pensioenfonds voor profvoetballers). De club weet het bedrag uit de publiciteit te houden. De Belastingdienst gaat akkoord met een betalingsregeling waarbij de club vóór 1 december 1991 in ieder geval 380.000 gulden (40 procent van het totaalbedrag) moet hebben betaald. De club lijkt op weg aan zijn verplichtingen te voldoen.

Lijkt, want op het moment dat de club nog 150.000 gulden schuld uit heeft staan bij de Belastingdienst, krijgt FC Wageningen te maken met een nieuwe tegenvaller. De KNVB legt de vereniging een boete van bijna 200.000 gulden op wegens het overschrijden van de begrotingen voor de seizoenen 1988-1989 en 1989-1990. De Vroomen, die al bijna acht ton eigen geld in de club heeft gestoken, geeft kort daarop aan niet langer voor de tekorten in te kunnen staan.

Belastingdienst

Terwijl FC Wageningen tegenover sponsors en pers een sluitende begroting voor het seizoen 1992-1993 presenteert, vraagt de Belastingdienst op 4 maart 1992 het faillissement aan. De club heeft niet voldaan aan de overeengekomen ‘eis’ om 40 procent van de totale belastingschuld tijdig te betalen. Daarmee vervallen alle regelingen.

De Belastingdienst wil niets weten van financiële tegenvallers of boetes van de KNVB en eist het oorspronkelijk schuldbedrag op. “Het ene gat werd op een gegeven moment gestopt met het andere. Toch kwam het als een complete verrassing dat de Belastingdienst het faillissement aanvroeg. De Wageningse Berg werd met een rood-wit lint afgezet en er werd beslag gelegd op alle papieren”, laat bestuurslid Hans van Rhoon in de pers optekenen. “Maar ook de voetbalbond heeft ons laten zakken. Ze hadden ons kunnen helpen, maar in plaats daarvan legden ze ons een boete op.”

Aantrekkingskracht

Tegenover spelers, pers en iedereen die het maar horen wil, roept het bestuur dat een redding in de maak is. In werkelijkheid moet Wageningen een beroep doen op het waarborgfonds van de KNVB om het seizoen te kunnen afmaken. Wat een mogelijke redding verder bemoeilijkt, is dat veel sponsors bereid zijn om een bijdrage te leveren voor de begroting voor het seizoen 1992-1993, maar geen geld willen steken in tekorten uit het verleden. Op 27 mei 1992 bepleit bewindvoerder mr. Frans Lomans in de Rechtbank van Arnhem dat de club niet meer dan 150.000 gulden aan de Belastingdienst kan betalen.

De Belastingdienst zakt nog van negen ton naar 750.000 gulden, maar het verschil kan noch door de voetbalclub noch door De Vroomen worden neergelegd. Ook de gemeente Wageningen weigert de resterende schuld op zich te nemen. De rechtbank kan hierop niets anders dan het faillissement uitspreken.

“Het nieuws van het faillissement was een schok voor de hele omgeving”, herinnert Lodewijk de Kruif, die in 1992 deel uitmaakt van de selectie van de Wageningers. “De herkenbaarheid van de club was immens groot. Iedereen kende wel iemand die er speelde of gespeeld had. Zodoende had FC Wageningen voor veel mensen veel weg van een dorpsvereniging. Je kwam er graag en het was voor elk kind in de regio een droom om ooit op de Wageningse Berg te mogen voetballen. Dat stadion was een bastion. Het had een enorme aantrekkingskracht. Nog steeds eigenlijk. Dat komt ook omdat Wageningen een echte traditieclub was.”

De Kruif maakt naar eigen zeggen deel uit van een ‘zeer talentvolle’ selectie. “Ik speelde met jongens als Michel Doesburg, Hans Vonk en Robert van der Weert. Die zijn na 1992 allemaal nog landelijk doorgebroken. En Pim Verbeek was toen nog een jonge coach, maar je merkte aan alles dat hij een grote trainer zou worden. Eigenlijk stond FC Wageningen op het punt van het faillissement klaar om een aanval te doen op de top-5 in de eerste divisie. Dat heeft helaas niet mogen gebeuren.”

Klap

Dat besef is er echter nog allerminst bij De Kruif en zijn ploeggenoten als de Gelderse formatie op 26 april 1992 van het veld stapt na een 2-1 overwinning op NAC. “Ik speelde dat seizoen alles, maar uitgerekend tegen NAC zat ik op de bank”, baalt de Edenaar met terugwerkende kracht. “Formeel was het faillissement al aangevraagd, maar iedereen bij de club gaf aan dat er sponsors waren die garant stonden voor de tekorten. Samen met een aantal andere spelers had ik net voor vier seizoenen bijgetekend. Tot het laatste moment geloofde iedereen dat het wel goed zou komen. De begroting voor het seizoen 1992-1993 was zelfs al gedekt. Maar niemand wilde zijn geld steken in oude schulden. Die zouden kwijtgescholden worden. Niet dus!”

Het faillissement van FC Wageningen is voor de gemeenschap in Wageningen en omgeving een klap die ruim 25 jaar later nog nadreunt.

Dit is een gedeelte uit het boek Verdwenen Profclubs, verbonden door de ondergang van Martijn Schwillens, hét boek over de clubs die sinds 1991 uit het betaald voetbal in Nederland zijn verdwenen: Haarlem, FC Wageningen, SVV, Veendam, VC Vlissingen/VCV Zeeland, RBC en AGOVV. Je kunt het boek bestellen in de Staantribune Webshop.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...