SV Lichtenberg 47, omringd door de Stasi

De scheidsrechter heeft net gefloten voor de rust in het Hans-Zoschke-Stadion in Berlijn. Het is midden in de jaren zeventig en SV Lichtenberg 47 speelt vandaag een competitiewedstrijd in de DDR-Liga, het tweede niveau in de heilstaat. De Lichtenbergers staan voor en de stemming is daardoor goed bij de ongeveer duizend toeschouwers. Terwijl de spelers de kleedkamers opzoeken, meldt de stadionomroeper de tussenstanden van de grote stadsgenoten Dynamo en Union en zet daarna muziek op.

Wat hij niet weet, is dat hij per ongeluk RIAS heeft opgezet, maar dat merkt hij snel genoeg. De Rundfunk im Amerikanischen Sektor is een Amerikaanse propagandazender uit West-Berlijn en het is verboden in de DDR om daarnaar te luisteren, al doet bijna iedereen in de DDR dat stiekem thuis. Maar in het openbaar is een heel andere zaak. Razendsnel wordt een andere zender opgezet, maar het is al te laat. Drie Stasi-mannetjes komen in de tweede helft langs in de omroepcabine om te vertellen dat dit de laatste keer is dat RIAS heeft geklonken, of anders…

Hans-Zoschke-Stadion

Dat de Stasi er zo snel bij was, is geen wonder: het Hans-Zoschke-Stadion werd letterlijk omringd door de hoofdkantoren van de Oost-Duitse geheime dienst. Maar vrienden waren het niet. Stasi-baas Erich Mielke wilde de club maar wat graag weg hebben. Ein Stachel im Fleisch der Stasi, zo werd SV Lichtenberg 47 genoemd door de Berliner Zeitung in een artikel over de club. Mielke had daadwerkelijk een hekel aan de club. Niet vanwege dat incident met de radiozender of vanwege een overwinning van Lichtenberg op Dynamo in de Oost-Duitse beker – dat is een urban legend die zo nu en dan in Engelstalige artikelen verschijnt – maar omdat het stadion tussen de gebouwen van de geheime dienst in lag.

Het was ontzettend onhandig voor de Stasi. Dat het niet zomaar lukte om Lichtenberg uit het stadion te gooien, zegt wel iets over de DDR. Als een voetbalclub uit de Sovjet-Unie in de weg had gezeten van de KGB was die naar Siberië verplaatst. In Oost- Duitsland ging dat net wat minder gemakkelijk. Overigens waren de Stasi-kereltjes natuurlijk wel boeven, laat daar geen twijfel over bestaan.

Lichtenberg 47

Bij het uitzoeken van de clubs die ik voor dit boek wel en niet zou bezoeken, stond Lichtenberg 47 hoog op de wel-lijst. Het Hans- Zoschke-Stadion is een van de tofste stadions van Berlijn en de ligging naast de oude Stasi-gebouwen intrigeert mij enorm. Ik wil voelen hoe het is om in het stadion te staan en die kille kantoren te zien. Eigenlijk had ik daarvoor een andere wedstrijd moeten kiezen, want ik arriveer in Lichtenberg op een hete junidag voor het laatste duel van de competitie. De grimmigheid uit de tijd van de DDR is ver weg. De club is een week eerder verrassend kampioen geworden van de Oberliga (en niet topfavoriet Tennis Borussia) en er heerst een feeststemming in het Hans-Zoschke- Stadion.

In de houten keet die moet doorgaan voor een clubshop worden speciale kampioensshirts verkocht (ik twijfel even om er ook een te kopen, maar dat is wel heel gloryhunterig – al heb ik later spijt), er zijn overal ballonnen opgehangen en de mensen zijn erg uitgelaten. SV Lichtenberg 47 verwacht vandaag meer mensen dan normaal en daardoor zijn extra braadworsten en vaten bier ingeslagen. Aan sommige supporters te zien, hebben ze al flink gebruikgemaakt van het extra aanbod van de catering.

Ik heb afgesproken met Henry Berthy, bestuurslid van de club en al vijftig jaar lid. Hij werd geboren in 1947, het jaar waarin SV Lichtenberg 47 werd opgericht. We gaan in de bestuurskamer zitten die bestaat uit ouderwetse bruine stoelen en een lange tafel voor de bobo’s. Tegen de wand zijn flinterdunne platen geplakt die eikenhout moet voorstellen. Het is echt genieten hier. Waarschijnlijk is hier sinds 1965 niets meer veranderd. Als ik Berthy vraag om wat te vertellen over de club, begint hij: “SV Lichtenberg was een van de eerste nieuwe clubs in Berlijn na de Tweede Wereldoorlog. Het was een voetbalvereniging die was opgericht door particulieren, dat was vrij uniek in het deel van Duitsland dat door de Sovjet-Unie werd bezet.”

Middenstand

“Veel clubs waren verbonden aan een ministerie, zoals Dynamo en Vorwärts, of een bedrijf, zoals Union. Lichtenberg niet, dat was van enkele kleine zelfstandigen. Een middenstandersclub zou je kunnen zeggen en daardoor werd de vereniging gewantrouwd door de overheid. Gek genoeg lukte het om in 1950-1951 de DDR-Oberliga te bereiken, destijds het hoogste niveau. Dat wij daarin speelden, kun je vergelijken met Leicester City dat de Premier League won. Het was dan ook maar voor één seizoen. Daarna werden wij een liftploeg tussen de tweede en derde divisie. Hoger kon ook niet, want in de DDR moest je als club je betere spelers afstaan. Die van ons gingen meestal naar Union, zoals die van Union weer naar Dynamo vertrokken.

Het is niet veel anders dan nu eigenlijk, want onze beste spelers vertrekken nu ook na een goed seizoen naar andere clubs. Het was uiteindelijk niet mogelijk om een particuliere club te blijven en in 1969 moest Lichtenberg zich als laatste DDR-club ook aansluiten bij een bedrijf. Dat werd Elektroprojeckt und Anlagenbau. De officiële naam werd toen EAB Lichtenberg en de aansluiting zorgde voor wat succes. We werden een vaste waarde op het tweede niveau, tot en met 1977. Voor ons doen was dat heel goed. Vergeet niet dat wij maar een kleine club waren, en nog steeds zijn. Lichtenberg is tegenwoordig een echte Union-wijk en daar neigde het destijds ook al naar.”

Stasi

Het deel van Lichtenberg rondom het stadion veranderde vanaf de jaren vijftig in een ministad voor de Stasi nadat Mielke had besloten de boel te centraliseren. Op een gegeven moment woonden meer dan vijfduizend medewerkers van de geheime dienst rondom het hoofdkantoor in Lichtenberg. Er was weinig contact met de Lichtenbergers, want de Stasi-werknemers hadden hun eigen scholen en winkels. Veel lokale mensen hadden snel door of iemand in het Stasi-kantoor werkte, want veel van hen hadden een Saksisch accent. Waar in het begin alleen de volkstuintjes moesten wijken voor de nieuwe kantoren, gingen daarna hele woonwijken plat voor de uitbreidingsfetisj van de geheime dienst. Alleen het Hans-Zoschke-Stadion bleef behouden, als een soort dorpje met onverzettelijke Galliërs. Wel werd het goed in de gaten gehouden.

Zelfs ogenschijnlijk onbelangrijke veteranenwedstrijden werden gevolgd. Zo valt er “10.00 – 11.45 Uhr Fußballspiel der alten Herren. Keine Zuschauer” te lezen in een van de vele dossiers over de club. Maar buiten het incident met RIAS merkte Berthy eigenlijk weinig van de buurman. “In principe hadden we niet veel last van de Stasi. Zij zaten daar en wij speelden hier. Maar het werd wel steeds ongemakkelijker. De kantoren werden groter en groter en op een bepaald moment waren we helemaal ingesloten. Het liefst had de Stasi de straten afgesloten voor buitenstaanders, maar dat kon niet omdat er een voetbalclub zat.”

Hans-Zoschke-Stadion

“In de jaren tachtig werd de druk steeds verder opgevoerd. Het plan was dat het Hans-Zoschke-Stadion een oefenterrein voor Stasi-agenten moest worden. Gelukkig kregen we uitstel totdat we een nieuw terrein hadden gevonden. Dat was nog best lastig om te vinden, maar eind jaren tachtig lukte het. Eigenlijk waren we klaar om met pijn in ons hart deze locatie te verlaten, maar toen hield de DDR ineens op te bestaan en werd de Stasi opgeheven. We konden daardoor gelukkig toch blijven. Ik houd ontzettend van dit stadion, maar als de DDR nog een paar jaar langer had bestaan dan was het verdwenen.”

Een van de verhalen die rond gaat waarom het Hans-Zoschke-Stadion niet is platgegooid, heeft te maken met de weduwe van Hans Zoschke. Nadat haar ter ore kwam dat de Stasi het stadion wilde slopen, schijnt het dat zij bij Mielke heeft gesmeekt om het niet te doen. Hans Zoschke was namelijk een held in de DDR. Berthy: “Het stadion heette in de beginjaren het Stadion an der Normannenstraße, maar dat werd later het Hans-Zoschke-Stadion.

Zoschke was geen ex-speler van ons maar van Empor Berlin, een communistische voetbalclub. Hij groeide op in Lichtenberg en heeft hier lange tijd gewoond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet tegen de nazi’s met onder anderen Werner Seelenbinder. In 1942 werd hij opgepakt en twee jaar later geëxecuteerd. Vanwege zijn band met de wijk Lichtenberg en het feit dat hij voetballer was, leek het de club in 1952 een goed idee om het stadion naar hem te vernoemen.”

Monument

“Aan de achterkant van het stadion hebben wij een monument voor hem waar we ieder jaar bloemen neerleggen. Na de val van de Berlijnse Muur was er even sprake van dat ons stadion een andere naam zou krijgen vanwege het verwijderen van communistische namen, net zoals dat bij Tasmania decennia eerder was gebeurd met Werner Seelenbinder. Maar daar zijn wij als club voor gaan liggen. Zoschke was geen crimineel, verre van zelfs. Zijn naam schrappen zou een schande zijn. Ik vind het nog altijd erg dat de Hans-Zoschke-Schule hier in Lichtenberg de naam Schule am Rathaus heeft gekregen na de val van de Muur. Onnodig. Hier zal zijn naam niet verdwijnen. Dat is voor ons ook een voorwaarde voor een sponsornaam.”

“Toen de bouw- onderneming HOWOGE het stadion wilde sponsoren was het behoud van de naam Hans Zoschke een harde eis. Officieel heet het daarom nu HOWOGE-Arena “Hans Zoschke”. Of het echt zo is dat de weduwe van Zoschke bij Mielke heeft gesmeekt om het stadion niet te slopen en dat Mielke toegaf omdat het naar een communistische verzetsstrijder is vernoemd, kan ik niet bevestigen. Zij leeft niet meer, dus het valt ook niet meer na te vragen.”

Na mijn gesprek met Berthy wordt het tijd om het stadion waar ik al zoveel over heb gehoord en gelezen eens goed te bekijken. Het is inderdaad geweldig. Eigenlijk begint het al bij de ingang. Daar staat een standbeeld van Tim Schreckenbach, die van 1995 tot en met 2010 voor de Lichtenbergers speelde. Eigenlijk is standbeeld een verkeerd woord, want het is een paspop met een pruik. Het bronzen hoofd van Cristiano Ronaldo is aardig mislukte kunst, maar dit ding van Schreckenbach is nog veel lelijker. De paspop heeft een tenue aan van Lichtenberg 47, maar het rode shirt is vaal geworden en het broekje wordt regelmatig gestolen. Ondanks dat het standbeeld geen pareltje is, heeft het wel iets doordat het zo lelijk is. Als het bij Union had gestaan, was het uitgemolken woord cult alweer honderden keren gevallen.

Scorebord

Dat geldt ook voor het scorebord. Dat is niet zo iconisch als dat van Eisern, maar is tof door de simpelheid. De cijfers moeten hand- matig worden gewijzigd door een mannetje dat een reflecterend geel hesje heeft gekregen en zich daardoor heel belangrijk voelt. Bij ieder doelpunt pakt hij zijn keukentrapje, haalt het oude cijfer eraf en hangt het nieuwe op. Een bevriende Engelse groundhopper zag ooit een 11-0 overwinning van Lichtenberg 47 en toen had het scorebordmannetje een probleem, want er is maar één haakje. Hij loste het op door met ducttape de 1 ervoor te plakken. Wel had hij lichte stress bij de 11-0, want er zijn maar twee enen. 11-1 zou voor een volgend probleem zorgen.

Gelukkig heeft het reflecterende gele hesje vandaag geen stress, want Lichtenberg 47 gelooft het wel. Het staat al snel 2-0 en daarna gaat iedereen in vakantiemodus. Veel publiek is er niet, bij vijfhonderd houdt het wel op. Dat is wel meer dan normaal, maar geen gekkenhuis. De club heeft wel ultras en die hebben een tifo-actie voorbereid. Er wordt een spandoek omhooggehouden met daarop een bewegwijzering van de Duitse Autobahn. Daarop staan de Oberliga en Liga 4, waar Lichtenberg nu gaat spelen. Het spandoek wordt door drie man omhooggehouden en waait na een harde windvlaag bijna weg met ultras en al. Die zijn trouwens opvallend rustig tijdens de wedstrijd. Iedereen lijkt te genieten van het zonnetje, het bier en de braadworsten. Het voelt aan als een vriendschappelijke wedstrijd.

Volgend seizoen zal dat wel anders zijn. Dan komt het ook hier niet populaire BFC Dynamo op bezoek. Naar de bezoeken van Energie Cottbus, Lokomotive en Chemie Leipzig kijken ook veel supporters uit. Een van de supporters vertelt mij dat er dan wel wat boefjes van Union zullen langskomen om te rellen. Het is een van de redenen waarom Lichtenberg 47 wat aanpassingen aan het stadion moet doen, want een uitvak is er niet. Overigens gaat iedereen die ik spreek, inclusief Berthy, ervan uit dat het bij één jaartje in de Regionalliga zal blijven. Lichtenberg 47 gaat genieten en geen rare aankopen doen. Het gezond blijven van de club is het belangrijkste. Jarenlange druk van de Stasi kon de club niet kapotmaken, het zou zonde zijn als een toevallige promotie dat wel doet.

Dit is een hoofdstuk uit Voetbalstad Berlijn, geschreven door Joris van de Wier, vanaf nu verkrijgbaar als welkomstgeschenk bij een abonnement op Staantribune!

Foto header: Pro Shots/Imago

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...