Roda 1962: Bewakers van de clubcultuur

Roda JC moet weer aanzien gaan genieten in de regio. De Kerkraadse eerstedivisionist hield de afgelopen jaren regelmatig de hand op bij de gemeente en wisselde vaker van eigenaar als Franse koningen van minnares. Reden voor enkele supporters om Roda 1962 op te richten. Deze vereniging krijgt bij duizend leden het ‘Goedkeuringsrecht’ in handen, zodat er niet meer getornd kan worden aan naam, speelstad, logo en jeugdopleiding.

“Het is de afgelopen jaren een paar keer bijna misgegaan. Zo’n situatie als onder Mauricio García de la Vega mag nooit meer voorkomen”, onderstreept Stefan Kapell. We spreken Kapell, Ron Meyer en Glenn Bock op de dag dat Roda JC op bezoek moet bij Jong PSV op De Herdgang. Het drietal, supporter en mede-initiatiefnemer van Roda 1962, is inmiddels wat gewend aan de anonimiteit van de Keuken Kampioen Divisie, zeker na de zeventiende plek van vorig seizoen.

“Maar of we nu tegen AC Milan moeten, zoals twintig jaar geleden, of op een bijveldje in Eindhoven, de supporters zijn de constante factor van deze club. Wij brengen wellicht geen miljoenen bij elkaar, maar de supporters vormen wel met z’n allen deze club” vertelt Kapell. “Het is de afgelopen jaren een paar keer misgegaan (mislukte overnames en bijna-faillissementen, red.). Wij hebben daarom na het vertrek van De la Vega gezegd: ‘Dit nooit meer.’

De vereniging Roda 1962 krijgt bij duizend leden het Goedkeuringsrecht. Daarmee geven we vorm aan verdere democratisering van de club en wordt voorkomen dat een drietal bestuursleden onverhoopt de clubcultuur of -identiteit gaat veranderen. Dat kan in de toekomst alleen nog na toestemming van Roda 1962. De teller staat inmiddels al op de helft: vijfhonderd leden. In drie weken behaald. Fantastisch!”

Herkenbaarheid

De mensen achter Roda 1962 zijn een verzameling dertigers en veertigers ‘die er al bij waren op Kaalheide’. Ron Meyer legt uit: “Dat is niet zomaar, natuurlijk. We weten waar we vandaan komen. De wederopbouw van onze club moet komen vanuit de gemeenschap waarin Roda zo sterk geworteld is. We hoeven echt niet de sterren van de hemel te spelen om een beetje trots op onze club te zijn.”

Kapell vult naadloos aan: “De trots die we allemaal hebben gevoeld toen we aan de hand van onze vaders naar Kaalheide gingen, moet terugkomen. Ik herinner me de man die gebrande pinda’s verkocht op de tribunes en hoe ik bij mijn vader op schoot moest zitten omdat ik anders niks kon zien.”

“Branie op een nuchtere bodem.” Zo typeert Ron Meyer zijn club. “Geen grootspraak, maar hard werken en voor niemand bang zijn. Die instelling typeert het oude én, wat ons betreft, het nieuwe Roda JC.” Kapell vervolgt: “Met spelers uit de regio en jongens van buitenaf waarmee je je kunt identificeren. Maar dat kan ook een Pa-Modou Kah zijn, hoor. Het betekent in ieder geval dat je als club niet gaat besparen of interen op de jeugdopleiding. Als het clubbestuur iets wil veranderen aan de structuur van de opleiding, bijvoorbeeld door samen te gaan werken met ‘die club uit Sittard’, dan moet dat voortaan eerst langs onze vereniging.”

‘Koempels’: meer dan een mijnverleden

“Kaalheide was in de ogen van velen een lelijk stadion, waar je – zeker in het uitvak – moest plassen tegen de muur. Het stadion was echter vooral een verzamelplek voor mensen uit de streek die gewend waren doordeweeks hard te werken voor hun centen. Die waarden willen we doorgeven. Aan onze kinderen en straks onze kleinkinderen. Wij heten Roda 1962, maar het had net zo goed 2062 kunnen zijn, als Roda honderd jaar oud wordt en weer gezond is. En dat kan alleen maar in de eredivisie”, zegt Glenn Bock.

Bock legt uit dat Koempels voor hem een diepere betekenis heeft, die ook weinig van doen heeft met de supporters die in het verleden ondergronds werkten. “Het staat voor kameraadschap; gezamenlijk ergens je schouders onder willen zetten. De reden dat ik in dit Roda 1962-verhaal gestapt ben, is omdat ik zelf Roda JC altijd als een familieclub heb gevoeld. Op Kaalheide was het nog echt ‘ons kent ons’. Of zoals ik het zelf altijd vergelijk: op Kaalheide overheerste het familiegevoel, in het Parkstad Limburg Stadion is het meer het vriendengevoel. Er zijn nu meer groepjes, terwijl vroeger sponsors en supporters door elkaar liepen. Roda moet weer één grote familie worden.”

Anker voor de gemeenschap

“De laatste mijn is eind 1974 gesloten. Geen van de initiatiefnemers van Roda 1962 was toen al geboren”, benadrukt Meyer. “De term koempels staat in die zin voor mij veel meer voor hard werken en nooit opgeven. Voor mensen die in het leven nooit iets voor niks hebben gekregen. In essentie was Parkstad, of de Oostelijke Mijnstreek zoals je wilt, een rijke arbeidersstreek in de tijd van de mijnindustrie. Na de mijnsluiting gleed de streek af, nu klimmen we weer uit het dal. In de ellendige jaren negentig was Roda een anker, een houvast tijdens een bizarre storm. Nu is het een beetje omgekeerd. Terwijl de streek zich aan de eigen haren uit het moeras omhoog trekt, is Roda bijna gezonken. Gelukkig zijn we hier gewend dat je moet strijden om boven te komen.”

Er lijkt een bijzonder nieuw elan te ontstaan bij de Roda Juliana Combinatie. Meyer: “De club is een soort nieuwe kerk. Het is een van de weinige plekken waar nog alle sociale lagen van de samenleving samenkomen. De katholieke vuilnisman en de katholieke advocaat wisten vroeger van elkaar dat ze niet zonder mekaar konden. Die wederkerigheid zie je nu terug bij de wederopbouw van onze club.”

Bock tot slot: “Alle Roda-supporters snakken naar een nieuwe toekomst, naar een gemeenschap met een gedeelde trots. Met een zekere trots op het verleden, maar ook op wie we nu zijn. Trots zijn op de mensen om je heen. En dat het dan op het veld kwalitatief allemaal wat minder is dan in de jaren negentig, nemen we op de koop toe. Met Roda 1962 bewijzen we dat Roda opnieuw het anker kan zijn voor de regionale gemeenschap.”

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...