Het verhaal van Joop van Maurik

Al ruim veertig jaar is Joop van Maurik (1945) eigenaar van café Engelenburgh. Daar, in de Utrechtse wijk Hoograven, staat de zeventiger nog altijd meerdere dagen per week achter de bar. Hij kletst wat met de stamgasten, legt een kaartje, drinkt een wijntje en kijkt voetbal.

Café Engelenburgh is een bruine kroeg met een gelig plafond, bruine tafels en een stoffig tapijt. Aan de muur hangen foto’s, met veelal Joop van Maurik in de hoofdrol. “Kijk, op deze kop ik de bal”, vertelt de bijna twee meter grote Van Maurik als hij door de kroeg loopt en wijst naar een ingelijste foto in de hoek van het café. “Dat was in een oefenduel met Sheffield United, mijn eerste wedstrijd voor FC Utrecht in 1973. Die foto hangt nu groot in de skybox van Frans van Seumeren. Ik gaf twee Engelsen een blocktackle en die vlogen door de lucht. Ja, dat was prachtig natuurlijk. Ik woog toen 110 kilo, dus je moest heel wat wegdouwen om mij om te krijgen.”

Van Maurik loopt naar een tafeltje en gaat zitten. Maar wat graag haalt hij herinneringen op over zijn voetbalcarrière. De Utrechter belandde via DWSV bij Velox en stapte eind jaren zestig over naar Holland Sport. In 1971 verhuisde hij naar HVC in Amersfoort en twee jaar later trok de sterke spits het shirt van FC Utrecht aan. “Bij HVC was het mij te amateuristisch en dus wilde ik er weg. Op een dag zou ik in Nijmegen gaan praten bij NEC. Maar toen lag er die dag een brief onder de deur of ik mij wilde melden bij de voorzitter van FC Utrecht. Zij hadden ook interesse. Nou, dat zag ik wel zitten. Ik woonde toen in Overvecht en FC Utrecht was lekker in de buurt. Na het gesprek waren we er snel uit.”

Vier Duitsers de lucht in

Na zijn debuut tegen Sheffield United kwam hij kort daarna in actie in een wedstrijd tegen 1. FC Köln. “In één actie gingen er toen vier Duitsers de lucht in. Toni Schumacher was er eentje van, die keeper. En Wolfgang Weber, ook een international. Die brak toen zijn poot. Je zag ze alle vier ‘wegspatten’. Het was net of er een bom viel. Ik zette alles strak. Net alsof je in een auto zit. Als je een aanrijding krijgt en je zit als een sappie achter het stuur, ga je door de ruit heen. Maar als je je eigen strak zet, dan ken er weinig gebeuren. Dat deed ik ook als ik de strijd aanging.”

Joop van Maurik

Al snel was Joop van Maurik geliefd bij het Utrechtse publiek. Hij wijst naar andere foto’s aan de muur. Op de ene komt hij hoog boven de verdedigers uit en kopt raak, op een andere probeert hij met een vliegende tackle een tegenstander onderuit te schoffelen. “Jopie, Jopie boor ze in de grond”, vertelt een grote krantenkop die boven de foto’s hangt. “Dat zong het publiek altijd. Vooral als het even slecht ging. Dan gooide ik de beuk erin en sloeg de vlam in de pan. Ik kreeg uiteraard een gele kaart, maar dat kon me niets schelen. Ik had altijd 150 procent inzet. Dat kwam doordat ik ben opgegroeid op de straat. Een echt straatjochie, hè. En ik was sterk omdat ik in de bouw werkte als verwarmingsmonteur.”

Het werken in de bouw belette Van Maurik ook om alles uit zichzelf te kunnen halen, denkt hij nu. “Ik was ’s ochtends om zeven uur al aan de slag. Na schafttijd werkte ik nog even door en om twee uur mocht ik van de baas naar huis. Daarna ging ik trainen. Als ik meer voor de sport had kunnen leven, had ik er meer uit kunnen halen. Maar ik moest ook werken.”

Dertig vaten bier

Halverwege de jaren zeventig deed Van Maurik dat niet meer in de bouw, maar in café Engelenburgh. “Een van de sponsors van de club adviseerde mij om iets te gaan doen met mijn bekendheid. Eigenlijk was er de keuze om een sportzaak te beginnen of een kroeg. Ik koos voor een kroeg, omdat ik dacht dat sportzaken niet zo zouden lopen. De vorige eigenaar van dit café wilde wel een woningruil met mij doen en dus kwam ik hier terecht.” Zijn kroeg werd razend populair. “Toen gingen er per week wel dertig vaten bier doorheen. Ook de supporters kwamen hier.”

Ondertussen bikkelde Joop van Maurik er lustig op los in het shirt van FC Utrecht. Niet alleen als spits, maar soms ook als laatste man. “Het maakte mij niet uit waar ik stond. Ik vond het ook mooi om achterin op stevige jongens te staan en hen uit te schakelen. Zoals bijvoorbeeld tegen AZ in 1978. Alleen kreeg ik toen twee van die gasten tegenover me. Pier Tol en Kees Kist, toentertijd allebei goed voor dertig doelpunten per seizoen. Voor de wedstrijd dacht ik al ‘één van die gasten gaat eraf, dan heb ik daar geen last van.” Dus we beginnen en ik geef die Kees Kist een slinger, zo tegen de afrastering aan. Hij had iets aan zijn schouder en moest het veld af.” Missie geslaagd.

Uit de hand gelopen hobby

Hoewel Joop van Maurik geliefd was bij het publiek, vertrok hij in 1978 bij FC Utrecht. “Eerst hoorde ik van de club dat ik mocht blijven, maar later wilde ze opeens van me af. Ik was niet meer gewenst en er was al een vervanger voor me gehaald. Heel jammer, maar het was niet anders.” Van Maurik stopte niet met voetballen en droeg één seizoen het shirt van FC Amsterdam. Daarna kwam hij nog jaren uit voor diverse amateurverenigingen. Pas op zijn 65ste besloot hij dat het welletjes was en stopte helemaal.

Afstand nemen van de kroeg deed hij nog niet en dat is hij voorlopig ook niet van plan. “Ik ben aan het werk verslaafd geraakt. Eigenlijk wilde ik het niet langer dan tien jaar doen, maar het is een uit de hand gelopen hobby geworden. Mijn kroeg is een huiskamer met altijd dezelfde mensen. Het is dat er geen bankstel staat.” Achteraf had Van Maurik liever voor een sportzaak gekozen. “Als je ziet hoe die nu lopen. Maar het is niet anders. Hier in de kroeg is het ook mooi. Ik kan er niet meer buiten.”

Dit is een artikel uit het boek 50 Jaar FC Utrecht – 50 verhalen vanuit het hart, dat op 1 juli 2020 – de dag dat FC Utrecht vijftig jaar bestaat – verschijnt. Een boek met vijftig verhalen over vijftig mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de FC. Het is te bestellen bij Edicola Publishing.

In de nieuwe Staantribune, nummer 28, staat ook een uitgebreid artikel over vier generaties FC Utrecht-supporters.

Foto header: Marco Magielse

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...