Het Nieuwe Ajax [nominatie Voetbalboek van het Jaar 2019]

Tot zondag lichten we alle boeken uit die zijn genomineerd voor de verkiezing van Voetbalboek van het Jaar 2019. Vandaag: Het Nieuwe Ajax: Hoe een voetbalclub zichzelf opnieuw uitvond, het boek van Menno Pot. Een fragment:

Ik fiets naar school om mijn kinderen op te halen. Om kwart voor drie stromen de lokalen leeg en rennen honderden kinderen het plein op. Het is een tafereel dat ik een paar keer per week aanschouw, maar nu, met dit mooie weer, valt me ineens de alomtegenwoordigheid van Ajax-shirts op. Een van de dragers is mijn zoontje van zes, Niek. Ook hij is in de greep. Jarenlang zag ik op het schoolplein alleen shirtjes van Real Madrid en FC Barcelona. Van Ronaldo en Messi. Voor de jongste Amsterdammertjes telde Ajax amper nog mee, concludeerde ik in die jaren bedroefd.

Nu krijg ik kippenvel van de nieuwe aanblik. Overal Ajax. Veel rood-wit, nog meer zwart-wit-beige. Er worden Ajax-ballen het voetbalpleintje op geschoten. Ajax-rugtassen belanden op een hoop. Ouders nemen leeggegeten Ajax-broodtrommels van hun kroost aan. Ik realiseer me hoe lang het geleden is dat ik een jonge generatie Amsterdammertjes zich zo massaal overgaf aan ontluikende Ajax-liefde.

Bij sommigen zal het vlammetje weer uitwaaien als het straks weer eens minder gaat, maar bij anderen zal het blijven branden. Zij zijn het verse bloed op de tribunes van de club die ik sinds 1983 volg. Ik zie ze voor mijn ogen Ajacied worden. Real Madrid en Juventus zijn, ook hier, even uitgeschakeld.

De meeste neo-Ajaciedjes op het schoolplein zijn te jong om op een woensdagavond naar een Champions League-wedstrijd te kijken. Hun enthousiasme moet zijn aangewakkerd door hun ouders of oudere broers en zussen. Maar er is iets bijzonders aan de hand, iets dat me opvalt in vergelijking met andere jaren, zelfs met het eveneens euforische voorjaar van 2017, toen Ajax de Europa League-finale haalde en Amsterdam óók gloeide: er is vereenzelviging, identificatie. Ik zie het bij Niek en zijn vriendjes. Zij voelen zich niet alleen aangetrokken tot het succes of de club, maar ook tot de individuele spelers van deze lichting.

Ze willen Ziyech zijn of Frenkie. Ze noemen vooral de Nederlandstalige spelers bij hun voornamen: Matthijs, Donny, Frenkie, Lasse, Hakim, Klaas-Jan. André Onana heet dan weer gewoon Onana, misschien omdat dat leuker is om te zeggen dan André. Toch is ook de keeper typisch zo’n Ajacied tot wie jonge kinderen zich aangetrokken voelen, al spreekt hij geen Nederlands en kunnen ze hem niet verstaan: leuke kop, leuke lach, vriendelijke ogen, grappig haar, een aureool van onmetelijke vrolijkheid.

Niek wilde, behalve een Ajax-uitshirt, ook dolgraag Onana-keepershandschoenen. Hij vindt Onana aardig, zegt hij. Over Maarten Stekelenburg en Jasper Cillessen heb ik, geloof ik, nóóit een jongetje van zes iets vergelijkbaars horen zeggen. Charisma, probeer er maar eens de vinger op te leggen.

Kijkend door de ogen van mij zoontje, realiseer ik me hoe onweerstaanbaar leuk dit Ajax is

Kijkend door de ogen van mij zoontje, realiseer ik me hoe onweerstaanbaar leuk dit Ajax is. De danspasjes van David Neres. Het coole ‘telefoongebaar’ dat Hakim Ziyech maakt als hij gescoord heeft (kinderen doen het na, kijk maar op straat). Het plagerige gekibbel tussen Matthijs en Frenkie. De ontspannen grijns van Klaas-Jan Huntelaar. Maar toch vooral de stralende, lachende Hollandse puppyhoofden van Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong en Donny van de Beek. Voetballers die interviewers aankijken, die een en al onbevangenheid uitstralen en met een twinkeling in hun ogen vertellen over voetbal. Jonge kinderen zien dat, al kunnen ze het niet benoemen of zelfs maar vergelijken met minder charismatische spelers uit het verleden. Ze reageren erop zoals kinderen reageren: met liefde.

De vloedgolf van zwart-wit-beige in Amsterdam. De fietskaravaan der gelukzaligheid. De vriendschappelijke gevoelens van mijn zesjarige zoon voor de Ajacieden. Het onderstreept iets dat gaandeweg het seizoen duidelijk voelbaar werd voor iemand die na 35 jaar tribuneleven een ingebouwde Ajax-barometer heeft ontwikkeld.

Het seizoen 2018-2019 heeft de club veranderd. Blijvend, denk ik. Het was een seizoen waarin een nieuwe saamhorigheid bezit nam van de Johan Cruijff Arena. De club vond zichzelf opnieuw uit: qua transferbeleid en spelbenadering, maar ook qua tone of voice. Juist dat gevoel is zo opwindend: dat de fase die Ajax als club doormaakt niet ‘ouderwets’ goed is, maar níéuw goed. Ajax keerde in het euforische voorjaar van 2019 niet terug naar het eigen glorieuze verleden, maar kwam er juist eindelijk los van. De club wierp de molensteen van de historie van zich af. Dat is een verademing, na een identiteitscrisis waarvan je best kunt zeggen dat ze twintig jaar geduurd heeft.

Op verschillende gebieden markeerde het seizoen 2018-2019 de geboorte van het Ajax van de 21e eeuw. Dat werd ook weleens eens tijd, want die eeuw is immers alweer voor een vijfde deel verstreken. Zo lang heeft Ajax geworsteld. Zo lang heeft de club erover gedaan om een moderne versie van zichzelf uit te vinden en een manier te ontdekken om in het modern football van de 21e eeuw Ajax te zijn. Dat betekent niet dat Ajax voortaan altijd succesvol zal zijn. Slechte seizoenen zullen blijven bestaan. Miskopen, matige jeugdlichtingen en ongelukkige aanstellingen ook.

Ajax zal niet elk jaar gloriëren in de Champions League en ook niet altijd kampioen van Nederland worden, maar de voorwaarden om af en toe te ‘pieken’ zijn wel geschapen, door een wezenlijk nieuwe kijk op de transfermarkt en de eigen voetbalfilosofie, maar ook op het eigen imago, zowel offline als online. Het proces voltrekt zich voor de ogen van supporters die steeds minder boodschap hebben aan wat ooit was en hoe Ajax ooit dacht. Een steeds groter deel van hen maakte ‘vroeger’ helemaal niet mee.

Dat er een nieuw Ajax is ontstaan, staat voor mij als een paal boven water. Die bewering gaat verder dan de waan van de dag: een slecht seizoen of beroerde Europese campagne bewijst niet meteen mijn ongelijk. Wel realiseer ik me dat het roer altijd om kan, ook de verkeerde kant op. Daarom is dit boek, behalve een optimistische duiding, ook een aanmoediging: blijf deze weg volgen, Ajax. Van vernieuwers uit het verleden moet je de innovatiedrang overnemen, maar niet hun opvattingen an sich, want die zijn nu niet meer vernieuwend.

Dit boek gaat over het nieuwe Ajax dat tussen 2016 en 2019 voor mijn ogen gestalte kreeg. In 2018-2019 kristalliseerde het allemaal uit, als een choreografie in zwart, wit en beige.

Het Nieuwe Ajax

Stemmen

De verkiezing Voetbalboek van het Jaar is een publieksprijs. Een Staantribune-jury heeft vijftien boeken geselecteerd waarop men kan stemmen. Stemmen kan hier!

Prijsuitreiking

De prijsuitreiking is volgende week zaterdag 14 maart, vanaf 15.00 uur, bij boekhandel Donner in Rotterdam. Alle boeken worden in het zonnetje gezet en de top 3 wordt bekendgemaakt. De uitreiking is uiteraard voor iedereen vrij toegankelijk.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...