Een bezoekje aan Cammell Laird

Tranmere Rovers is niet de enige club van de Wirral die in de Engelse voetbalpiramide zit. Cammell Laird, ook uit Birkenhead, speelt in de NWCFL. De Division One South om precies te zijn, het tiende niveau en daarmee nog net semiprofessioneel. Kirklands, de ground van de club, ligt pal tegenover de Cammell Laird Social Club. Dat is niet alleen een legendarisch drankhol, maar ook de titel van een album van HMHB.

Ooit dronk ik daar een cider, toen ik begin 2016 de Birkenhead Derby tussen Cammell Laird en Tranmere Rovers bezocht. Het was een wedstrijd om de Cheshire Senior Cup, die de Rovers heel makkelijk met 0-5 wonnen. Ik ging met Ryan Ferguson naar de wedstrijd en ontmoette daar Paul Sweeney. Die laatste bleek een hooligan te zijn, die een stadionverbod had bij Tranmere, maar naar dit soort wedstrijden kon hij wel. Hij kende de broer van Kevin Sampson, die wel een boefje was. Sweeney volgde ook Engeland en had al zin in het EK in Frankrijk. Zijn enige probleem was dat hij waarschijnlijk het eiland niet af kon vanwege de voetbalwet. Het was alles bij elkaar een interessante avond.

Scheepsbouwer Cammell Laird

De voetbalclub Cammell Laird heeft natuurlijk alles te maken met de scheepsbouwer Cammell Laird. Dat was jarenlang de grootste werkgever op de Wirral. In 1903 fuseerde Laird Brothers – zoals het bedrijf was gaan heten nadat William Laird was overleden en zijn drie zoons het hadden overgenomen – met Johnson Cammell & Co, een staalbedrijf uit Sheffield. Het nieuwe bedrijf ging Cammell Laird heten, adopteerde de kameel als logo en groeide uit tot de grootste scheepsbouwer van Engeland.

Beroemde schepen als de Ma Roberts van ontdekkingsreiziger David Livingstone, het eerste schip ter wereld dat van staal was, de CSS Alabama en de RMS Maurentania werden in Birkenhead gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog ging het steeds slechter met de Britse industrie. In 1977 werd Cammell Laird genationaliseerd, maar het kwam later weer in private handen terecht. In 2001 ging het bedrijf failliet, maar het maakte een doorstart en tegenwoordig is er weer volop werk, omdat Cammell Laird veel voor defensie produceert.

Tegenwoordig werken zo’n 650 mensen voor het bedrijf. Een heel verschil met de tienduizenden die vroeger in dienst waren van Cammell Laird.  Maar in Birkenhead is men nog altijd trots op het bedrijf, want iedere Engelsman kent het. Als je in Liverpool over de kade loopt, zie je de scheepswerf goed liggen.

Rock Ferry

De voetbalclub Cammell Laird werd in 1907 opgericht en speelde haar eerste wedstrijd tegen Tranmere Rovers. Aspiraties om een profclub te worden zijn er nooit geweest. Cammell Laird vond het belangrijk dat hun arbeiders een voetbalclub hadden en zorgde voor het stadion en de randzaken. De club speelde in eerste instantie op Prenton Park, maar had daarna een ground in Birkenhead Park. Na de Eerste Wereldoorlog ging het in de Bebington Oval spelen, om in 1922 in Rock Ferry terecht te komen.

Kirklands werd hun nieuwe ground en daar speelt Cammell Laird vandaag de dag nog steeds. De club kwam vanaf de jaren vijftig uit in de West Cheshire League en werd tussen 1969 en 2002 maar liefst negentien keer kampioen. Toen werd het tijd om het wat hogerop te zoeken. Cammell Laird kwam uiteindelijk op het zevende niveau terecht, maar werd in 2009 teruggezet omdat het stadionnetje niet voldeed. Tegenwoordig komt Cammell Laird uit op het tiende niveau. Het is een echte amateurclub, dus veel hoger kan de club eigenlijk niet komen. Veel clubs in deze divisie betalen hun spelers namelijk wel.

Toch heerst er veel positivisme als ik in april 2018 de trein naar Rock Ferry pak. De ploeg behaalt goede resultaten en lijkt zomaar de play-offs te kunnen halen. Ook staat Cammell Laird in de halve finale van de LWC Drinks Cup, een bekertoernooi waarvan ik nog nooit had gehoord. Tijd om daar meer over te weten te komen en die bekerwedstrijd tegen Daisy Hill te vincken. Ik weet dat Rock Ferry een heel slechte reputatie heeft. Veel armoede, drank- en drugsmisbruik, berovingen en zinloos geweld.

Teringzooi

Omdat ik twee jaar eerder tegen Tranmere Rovers met de auto was, heb ik niet veel van de wijk gezien. De Welshe zangeres Duffy zong over Rock Ferry, omdat haar oma hier woont. Als ik die oma was, zou ik zo snel mogelijk vertrekken. Ik heb wat ellendige wijken gezien in Merseyside, maar dit is de ergste. Wat een teringzooi, overal rommel en smerigheid. Maar het ergste zijn de mensen. Vervelende tieners op kleine fietsjes die iedereen intimideren, agressief schreeuwende mafkezen en ontzettend veel tuig. Je hebt arme wijken die gezellig zijn, maar daar valt Rock Ferry absoluut niet onder. Wat een onaangenaam oord. Ik kijk er al naar uit om na de wedstrijd in het donker weer naar het station te lopen.

Gelukkig kom ik naar een kwartier wandelen uit bij Kirklands. Daar heb ik afgesproken met Patrick Burke, de mediaman van de club. Hij stelt zich voor en ik krijg een kop thee met veel melk. Burke: “Van huis uit ben ik een Toffee, ondanks dat ik uit Birkenhead kom. Hoewel dat niet heel vreemd is, want ik denk dat de meeste mensen op de Wirral fan zijn van een van de twee clubs uit Liverpool in plaats van Tranmere. De eerste keer dat ik hier kwam was op mijn vijftiende en ik vond het gelijk heel leuk. Ik studeer journalistiek in Sheffield en om ervaring op te doen ben ik perschef van Cammell Laird geworden. Ook maak ik foto’s tijdens de wedstrijd en houd ik de sociale media bij.”

“Dit is natuurlijk geen grote club, dus iedereen heeft meerdere taken. Niemand krijgt betaald, zelfs de spelers niet. Onze voetballers zijn lokale spelers die op een relatief hoog niveau willen spelen en nog niet willen afzakken naar de Sunday League. Via ons kunnen zij weer naar een grotere club die wel betaalt. Alleen onze trainersstaf krijgt iets, maar daar moet je je niet te veel bij voorstellen. We zijn helaas een arme vereniging. Vroeger was de scheepswerf een grote sponsor, maar helaas hebben ze tegenwoordig geen band meer met ons. We hebben alleen de naam nog en dat is het. Helaas is de Cammell Laird social club ook gesloten.”

Rivaliteit

“Het plan is dat die wordt afgebroken en dat dan achter het doel een nieuwe komt. Zonde eigenlijk, want dankzij Half Man Half Biscuit is het een van de bekendste gebouwen van Birkenhead. De naam is een knipoog van Nigel Blackwell naar het album Buena Vista Social Club van Ry Cooder.”

Cammell Laird heeft altijd in de schaduw gestaan van Tranmere Rovers. Ik ben benieuwd of er een rivaliteit is tussen de twee of dat daarvoor de verschillen te groot zijn. Tijdens mijn bezoek in 2016 merkte ik namelijk niets van een derbysfeer. Er waren alleen veel uitsupporters aanwezig. Burke beaamt dat er eigenlijk geen rivaliteit is. “We hebben zelfs goede banden met Tranmere Rovers. Zij komen vaak langs voor vriendschappelijke wedstrijden en nemen dan flink wat supporters mee. De recette mogen wij dan houden.”

“Ook deelt hun Twitter-account vaak informatie over ons en roept dat account hun supporters op om eens bij Cammell Laird te gaan kijken als Tranmere zelf niet speelt. Dat helpt ons enorm. Het zou mooi zijn als Everton en Liverpool dat ook een keer zouden doen, maar ik denk dat die twee niet eens van ons bestaan afweten, wat op zich ook wel logisch is. Al is het jammer dat die clubs meer interesse hebben in China en Qatar dan een club die op een steenworp afstand speelt.”

Zeecontainer

Terwijl we in de zeecontainer staan die ook dienst doet als bestuurskamer komen de bestuursleden van Daisy Hill binnen. Ik help Patrick met het zetten van de koffie en raak in gesprek met een van de bestuursleden van de tegenstander. De club komt uit Westhoughton, een mijnwerkersdorpje tussen Wigan en Bolton en ik kan de man amper verstaan door zijn zware accent. Hij vertelt mij dat de LWC Drinks Cup heel belangrijk is en dat hij graag wint van Scousers. Burke grijpt meteen in en zegt dat de mensen op de Wirral geen Scousers zijn. De Daisy Hillman zegt dan iets dat ik niet versta en iedereen in de container moet lachen. Ik lach maar snel mee om niet door de mand te vallen.

Vervolgens eten we kurkdroge koekjes die al het vocht uit je lichaam trekken. Mijn nieuwe vriend klaagt ook over Rock Ferry. Nadat hij zijn auto had geparkeerd, werd hij uitgescholden door hanggroepjongeren die hem een ‘fat bastard’ noemden. Burke vertelt dat de wijk inderdaad een van de slechtste plekken op de Wirral is. Hij heeft zelf ook mindere ervaringen gehad. Gelukkig laten de chavs het stadion meestal met rust, maar de angst dat ze het een keer in de fik gaan steken, is wel aanwezig.

Omdat de wedstrijd op een donderdagavond is, zijn ook een aantal vinckers aanwezig. Een van hen komt zenuwachtig de bestuurskamer binnen met de vraag waar de opstelling blijft. Zijn autisme is dat hij van iedere wedstrijd alle statistieken moet hebben, anders telt zijn vinck niet. Die zelfopgelegde regels zijn een mooi iets. Buiten kom ik een oude bekende tegen: Paul Moran. Die is hier om foto’s te maken. In de bestuurskamer vertelde de Daisy Hillman mij dat zijn team voetballend beter is dan Cammell Laird, maar daar zie ik niets van terug. De Lairds walsen over hun tegenstander heen, die alleen een goede doelman hebben.

Scouse Pie

Het valt mij op dat de grasmat nog heel goed is, ondanks dat het seizoen bijna is afgelopen. Het stadionnetje zelf stelt niet veel voor. Aan beide lange zijdes zijn zittribunes, maar de meeste mensen staan liever langs de omheining. Rondom Kirklands zijn een kerk, een pauperflat vol met marginalen en een wasstraat voor bussen uit Liverpool te vinden. Er is nog een zeecontainer en daar zit de Kirklands Kitchen in. Het stadionvoer is best goed. Vooral de Scouse Pie is erg lekker. Het is voor het eerst dat ik bij een wedstrijd ben met twee vrouwelijke lijnrechters. Eentje is bloedmooi. Zelfs sommige spelers zijn steeds naar haar aan het kijken.

Het wordt uiteindelijk 5-0 voor Cammell Laird, dat doorgaat naar de finale. Na afloop biedt Moran aan om mij naar Liverpool te brengen. Ik zeg dat het niet nodig is, maar hij antwoordt dat Rock Ferry niet de beste wijk is om ’s avonds doorheen te lopen. Het valt mij op dat bijna iedereen met de auto is. Moran rijdt verkeerd en we zijn, hoe cliché, getuige van een drugsdeal. Ik word afgezet in Liverpool en neem afscheid van Moran. We komen elkaar ongetwijfeld vast weer wel ergens tegen.

Cammell Laird verliest de finale van de LWC Drinks Cup met 2-1 van Prestwich Heys. Ze nemen wraak door die club in de play-offs uit te schakelen, maar helaas blijkt de finale net een stap te ver. Cammell Laird verliest die en promoveert helaas niet.

Dit is een hoofdstuk uit Voetbalstad Liverpool van Joris van de Wier. Alleen bij een bestelling in onze Staantribune Webshop ontvang je bij dit boek een gratis e-book met foto’s van Liverpool en de regio Merseyside!

Het boek is ook verkrijgbaar als welkomstgeschenk bij een abonnement op Staantribune.

Voetbalstad Liverpool

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...