Zes jaar geleden volbracht Staantribune-redacteur Joris van de Wier de ’92’. Dat betekende dat hij bij alle 92 clubs in de hoogste vier profdivisies van Engeland een thuiswedstrijd heeft gezien. Op de Groundhopdag in Deventer komt hij daarover vertellen.

Het begon ’s ochtends met een goed ontbijt. Daarna kwamen we al vroeg in Burslem aan. Het was nog vier uur voor de wedstrijd. Rustig kaartjes ophalen en daarna een pub zoeken. Dat is in Burslem geen probleem. Het is maar een klein stadje, maar ze hebben daar veel pubs. Geen gezellige pubs, maar echte boozers. Van die drankholen met weinig daglicht, waar vooral ruige mannen zitten.

Vooraf dacht ik dat vooral Stoke City veel tuig had en dat Port Vale de meer vriendelijke club was. Dat was een vergissing, want ook The Valiants hebben een hoop schroot. Heel veel kale, geharde koppen. Als je graag ruzie zoekt, ben je hier op de goede plaats. Vooraf had ik wat sfeerplaatjes geschoten, maar bij een pub stond zo veel onguur volk buiten dat ik wijselijk besloot géén foto te maken. Ik vond het wel wat hebben. Het leek wel of ik in het Engeland van de jaren tachtig was beland.

Heel Stoke-on-Trent heeft een jarentachtiguitstraling en Burslem is misschien wel de ruigste van de zes plaatsjes. Vroeger stond het hier vol met pot banks, de ovens waarin het aardewerk werd gebakken. Stoke-on-Trent is de hoofdstad van het pottenbakken, vandaar ook de bijnaam van de stad: The Potteries.

Tegenwoordig is pottenbakken een linkse hobby voor zweverige types, maar vroeger was dat een keiharde baan. De hele dag stond je jezelf kapot te sjouwen in de hitte. Daarnaast lagen die pot banks tussen de huizen en zijn ze veel minder hoog dan de schoorstenen van textielfabrieken. De hele dag werd daarom ongezonde, zwarte rook in de huizen geblazen vanuit de pot banks. Veel mensen stierven door longproblemen. Het was een kei- en keihard bestaan in Stoke-on-Trent, vandaar ook de harde mentaliteit daar.

Helaas zie je tegenwoordig weinig meer van die geschiedenis. Veel pot banks zijn gesloopt en alleen de grote fabriek van Royal Doulton, die in 2005 is gesloten, doet nog herinneren aan de tijd dat iedereen hier zijn geld verdiende met het maken van aardewerk. De bekendste fabriek van The Potteries, het ook uit Burslem afkomstige Wedgwood, bestaat gelukkig nog wel.

Na een paar pints en de eerste helft van Manchester City – Hull City op het scherm, was het tijd om naar het stadion te gaan. Na het klassieke rondje rondom het stadion – echt mooi is Vale Park niet van de buitenkant – ging ik naar binnen. Drie keer klikte de turnstile en ik was er. Het voelde heel speciaal aan. Dít was het dan, mijn 92ste. Ik besloot me even af te zonderen van de rest. Even had ik een momentje voor mezelf nodig. Allerlei dingen die ik in die jaren heb bezocht, flitsten door mijn hoofd. Het is zo’n geweldige reis geweest!

Ik las ooit de uitspraak “investeer in ervaringen en niet in materiële zaken”. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik krijg vaak opmerkingen over het geld dat mijn hobby tot nu toe heeft gekost. Ik denk dat het rond de 20.000 euro is geweest. Op mijn blog heb ik opmerkingen gelezen als “daar had je een mooie auto van kunnen kopen” en “dat is een aardig luxe keuken”, maar auto’s en keukens interesseren me helemaal niets. Als ik nu werkloos raak of ernstig ziek word, kan ik niet meer gaan. Dat zou ik verschrikkelijk vinden, maar ik heb nu al zo veel meegemaakt. Dat pakt niemand me meer af.

Ik liep rustig naar boven. De Railway End waar we zaten, ligt op een berg en vlak voordat ik de tribune op liep, haalde ik even diep adem. Eenmaal binnen had ik een dikke laag kippenvel op mijn armen. Veel mensen zullen dat niet snappen, maar voor mij was het erg bijzonder. Ik had nu alle 92 clubs in de vier profdivisies bezocht.

Eigenlijk is het helemaal geen bijzondere prestatie. Iedereen die gezond is en een modaal inkomen heeft, kan binnen tien jaar de ‘92’ doen. Maar toch voelde het zo speciaal. Het grote genieten kon beginnen. Ik maakte een foto van mijn kaartje bij een stoeltje waar ‘92’ op stond en liep met een grijns rond.

De Railway End bleek een prachtige tribune te zijn van binnen. Echt een juweeltje. De Lorne Street Stand aan de overkant was nog steeds maar half af en het uitvak vulde zich langzaam met de 4.600 fans uit Wolverhampton. Soms zijn dagen perfect en dit was zeker een van die dagen.

Op het veld stonden twee opvallende spelers, allebei spitsen. De eerste spits was Leigh Griffiths van The Wolves. Ik heb hem voor Dundee FC, Hibernian en Schotland zien spelen en altijd zorgt hij voor entertainment. Hij is eigenlijk een randfiguur die bij veel verschillende vrouwen kinderen heeft en is een paar maanden geleden nog opgepakt vanwege winkeldiefstal. De Schotten noemen hem The Thumb, omdat hij op een duim lijkt. Afgelopen seizoen wilde hij in zijn eentje een vak met duizenden fans van Hearts te lijf gaan, omdat ze allemaal hun duim opstaken naar hem. Mooi figuur dus.

Ook Port Vale had een opvallende spits: Lee Hughes. Hughes werd groot bij West Bromwich Albion, de aartsrivaal van The Wolves. In 2004 leek zijn carrière over. Hij was dronken, reed iemand dood nadat hij op de andere weghelft terechtkwam en ging er daarna vandoor. In 2007 kwam hij vrij en sindsdien is hij een haatfiguur, mede doordat hij altijd uitbundig en provocerend juicht. Dat kon gezellig worden met de uitfans.

De eerste helft was qua voetbal erg matig. Gelukkig was de sfeer uitstekend. Er waren sinds maart 1998 niet zó veel mensen meer naar Vale Park gekomen. Dat was te merken ook, want het was een gekkenhuis. De support van The Wolves viel me wat tegen. Ze werden weggezongen door die van Port Vale.

Aan beide kanten waren de boefjes elkaar aan het provoceren. De stewards waren ontzettend zenuwachtig, terwijl er eigenlijk niets gebeurde. Bijna scoorde Lee Hughes en dat was als een wesp die The Wolves stak. Vanuit het niets werd ineens keihard “It should have been you” gezongen, een verwijzing naar het ongeluk waarbij de tegenligger van Hughes stierf. Ik vind Lee Hughes een heel nare man, maar stiekem mocht hij wel scoren van mij. Ik was namelijk benieuwd naar zijn reactie en die van de uitfans als hij zijn irritante dansje zou gaan doen. Na twintig minuten kreeg ik de felicitaties van John, Dimitri en André. Volgens de ‘Wet van SJ’ (SJ is de bijnaam van John) telt een wedstrijd pas als je minimaal twintig minuten hebt gezien. Ik had nu officieel de ‘92’ volbracht.

Het voetbal bleef ondertussen matig, maar ik vermaakte me opperbest met het publiek. Op zich zou ik een 0-0 niet eens zo erg vinden. Ik had namelijk voor de wedstrijd een tientje ingezet op die uitslag, als een soort verzekering. Of ik zag doelpunten of ik zou negentig pond verdienen. Een win-win-situatie. Het liefst zag ik natuurlijk doelpunten en die kreeg ik. Leigh Griffiths, uitgerekend hij, maakte de 0-1. In Engeland is hij helemaal niet zo gehaat, dus het werd tijd daar verandering in te brengen. Hij ging voor het thuispubliek staan en deed het irritante dansje van Lee Hughes na. Sommige Port Vale-fans konden het amper meer kanaliseren.

Een kwartier voor tijd besliste Bjorn Sigurdarson, na een briljante pass van Griffiths, het duel en zeven minuten voor tijd werd het zelfs 0-3 door Kevin McDonald. Port Vale had ondertussen al twee keer de paal geraakt en kreeg in de extra tijd toch een kleine beloning toen Tom Pope de 1-3 maakte. Ondertussen was de politie het gedrag van de fans van vooral The Wolves helemaal beu. Ze liepen het veld op en bleven provoceren. Een voor een werden ze eruit gehaald en kwamen ze in de Lucky Luke-cel naast het uitvak terecht.

Morgen deel 3!

Lees hier het eerste deel