Vandaag is het honderd jaar geleden dat Valentino Mazzola werd geboren. In de jaren veertig van de vorige eeuw was Mazzola de man om wie alles draaide bij zijn club Torino en bij het Italiaanse elftal. De man met het granieten hoofd en blonde haar was een charismatische nummer 10 die het spel niet alleen verdeelde, maar zelf ook veel scoorde.

Niemand anders dan Mazzola bepaalde het ritme van de ploeg. Gisteren noemde Gazzetta dello Sport hem een “Cruijff veel eerder dan Cruijff”. Mazzola was bovendien nooit te beroerd om verdedigend werk op te knappen. Eenmaal verving hij zelfs doelman Bacigalupo toen die het veld moest verlaten. Mazzola was een totaalvoetballer avant la lettre. 

Hoe herdenk je iemand die al bijna zeventig jaar niet meer leeft? De commerciële zender Sky deed het door een interview met de beroemdste zoon van Valentino. Sandro Mazzola, inmiddels 76 jaar, werd zelf een wereldster, maar voor de generatie tifosi die zijn vader nog had zien spelen was er maar één Mazzola. Bij het noemen van de naam ‘Valentino’ wist iedereen in de Italiaanse laars wie er werd bedoeld.

In Italië worden ze figli d’arte genoemd: zonen met hetzelfde beroep als hun vader. Hun achternaam heeft een zware druk gelegd op Sandro en zijn jongere broertje Ferruccio. Zij moesten, vaderloos als ze waren geworden na de vliegramp van Superga in mei 1949 waar het team van Torino aan zijn einde kwam, opboksen tegen de mythe van hun vader. De fragiele kinderherinneringen waren niet opgewassen tegen de vervagende werking van de tijd. Ferruccio kon zich zijn vader niet meer voor de geest halen, Sandro restte een paar flarden. Prachtige, aandoenlijke herinneringen, die hij altijd is blijven vertellen.

Omdat ze allebei voetbalden, kwamen de broertjes Mazzola steeds weer mensen tegen die hun vader beter hadden gekend dan zij zelf. Een Torino-shirt met nummer 10 werd het enige houvast dat de jongens was gegund. Hoe mooi de woorden van oud-voetballers over de speler Valentino ook waren, de twee Mazzolaatjes misten gewoon hun vader om mee te spelen, om avonturen mee te beleven en om raad aan te vragen.

Wereldwijd is de naam Mazzola vooral vanwege Sandro een begrip geworden. Een gentleman en een klassespeler. Hij heeft kunnen doen wat zijn vader niet vergund was: een titel pakken met de Azzurri. Europees kampioen in 1968 en vice-wereldkampioen in 1970. Vader Valentino had, als die vliegramp niet was gebeurd, die successen ongetwijfeld mooi kunnen becommentariëren vanaf de ere- of de perstribune. Of misschien was hij wel trainer geworden. Bondscoach wellicht, wie zal het zeggen? Maar ‘als’ telt niet in de topsport en al helemaal niet in het leven zelf.

Valentino Mazzola speelde topvoetbal in een tijd dat er miljoenen werden verdiend, maar dan in lires. Het is kleingeld vergeleken met de huidige salarissen. Bewegende beelden van hem zijn er nauwelijks. Zijn invloed op het Italiaanse voetbal is echter ontegenzeglijk groot geweest. Met Torino won hij viermaal achtereen het landskampioenschap en zijn rol daarin was in alle opzichten leidend. De kranten uit zijn tijd spreken wat dat betreft boekdelen.

Maar de mensen die hem ‘de grootste spelmaker aller tijden’ vonden, zijn inmiddels oud of overleden. Giampiero Boniperti, Juventus-legende en voormalig tegenstander van Valentino, heeft hem altijd genoemd als de meest complete speler ooit. Valentino als meerdere van Pelé, Di Stéfano, Cruijff, Maradona en Platini.

Het vergelijken van spelers uit verschillende tijdvakken blijft een lastige aangelegenheid. Maar het feit dat de honderdste verjaardag van Valentino Mazzola zo groots wordt herdacht, is een overduidelijke aanwijzing voor zijn belang binnen de rijke historie van het Italiaanse voetbal.

Beeld header: Andrea Gatti