Sunshine on Leith: Hibernian – Heart of Midlothian

Leith is Hibernian, maar vooral ook Trainspotting. Dat is een van de beste films die ik ooit heb gezien. Het is gebaseerd op het boek Trainspotting van Irvine Welsh, ook een aanrader. Het gaat over vier vrienden, Renton, Sick Boy, Spud en Begbie, die in Leith wonen en voornamelijk drugs gebruiken. Het verhaal speelt zich af eind jaren tachtig, begin jaren negentig, toen Leith nog een ruige achterstandswijk in het havengebied van Edinburgh was.

Er zitten vooral in het boek veel verwijzingen in naar Hibs. Welsh is namelijk een fanatieke Hibee. Zo is Begbie, de agressieve psychopaat in het verhaal, lid van de Capital City Service, de hooligans van Hibernian. Maar ook hoofdpersoon Renton is fan van de club. De film vind ik nog beter dan het boek. Dat mag je eigenlijk nooit zeggen, maar toch doe ik dat. Alles klopt in de film.

Neem alleen de muziek. Born Slippy van Underworld groeide uit tot een wereldhit en terecht. Zelden hoorde een nummer zo bij een film als Born Slippy bij Trainspotting. Typisch is dat de meeste scenes in de film niet zijn opgenomen in Edinburgh, maar in Glasgow. Halverwege jaren negentig, de film kwam uit in 1996, waren veel ruige delen van Leith namelijk al opgeknapt. In de film zijn minder verwijzingen naar Hibs dan in het boek. Wel zie je Begbie in een shirt van Hibs en op de kamer van Renton hangt een vaantje van Hibernian en posters van de club. De film laat een andere kant van Edinburgh zien. Een kant die toeristen zelden zien. Tegenwoordig wel, want er zijn zelfs Trainspotting-rondleidingen door Leith.

Rondleiding

Vandaag zou ik na de wedstrijd ook een rondleiding door Leith krijgen van Kirsty, die daar woont. Hearts is al lang kampioen en de laatste wedstrijden zijn veredelde vriendschappelijke potjes. Sommige wedstrijden zijn daardoor echt niet te harden, maar dat geldt zeker niet voor de Edinburgh derby. Natuurlijk is Hearts niet meer in te halen, maar derby’s draaien ook om de eer. Voor Hibs is het heel belangrijk om dit seizoen tenminste nog één derby te winnen, terwijl Hearts graag ongeslagen wil blijven tegen de Hibees. Tickets voor het uitvak waren dan ook bijna niet te krijgen.

Gelukkig kon ik via Pam het membership van iemand lenen, anders had ik in het thuisvak moeten zitten. Gek genoeg vind ik dat bij Hibs minder erg dan bij die sektarische mafketels op Ibrox, maar het uitvak blijft natuurlijk het leukste. Zeker omdat het een soort omgekeerde ‘Relegation derby’ was. De feesthoedjes, ballonnen en serpentines zouden dit keer door de Jambos worden meegenomen. Karma is soms een bitch.

Voor mij begon de derby op 31 maart. Ik stond voor dag en dauw voor de deur van het ticket office voor kaartjes. Ik had twee memberships om tickets te halen, maar niet de inlogcodes en kon daarom niet online de kaartjes bestellen. Het had wel wat om daar te staan. Heel erg jaren negentig. Het enige gevaar was dat de online verkoop zo snel ging, dat ik te laat was. Die zou om 9:00 uur starten. Ik hoopte dat iemand bij de club de rij zag staan en het ticket office vijf minuten eerder open zou gooien om ons te belonen voor het lange wachten. Maar zo is het leven niet. De deur ging zelfs pas om 9:02 open.

Er stonden veel provincialen voor mij die, ondanks dat ze niet de benodigde 105 loyalty points hadden, toch zonder succes probeerden kaartjes te kopen. Vroeger had ik mij daar aan geërgerd, maar de hartaanval heeft mij toch wel wat veranderd. Stress heb ik zelden meer. Terecht, want er lagen nog kaartjes toen ik aan de beurt was. Mijn derde derby op Easter Road en voor de derde keer in het uitvak was een feit.

Erehaag

Er was, zoals het hoort, veel gedoe voorafgaand aan de derby. Alan Stubbs, de manager van Hibs, gaf aan dat zijn spelers geen erehaag zouden vormen voor de Jambos als zij het veld zouden betreden. Queen of the South, Rangers en Alloa hadden dat eerder wel gedaan. Volgens Stubbs zou het voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen, omdat de Hibees dat mentaal niet aankonden. De Jambos vonden het schandalig en typerend voor Hibernian dat volgens hen geen klasse heeft. Eigenlijk was ik het wel met Stubbs eens om geen erehaag te vormen, maar niet met de reden die hij gaf. Ikzelf vind namelijk één keer wel genoeg. Het is traditie om het alleen te doen in de eerste wedstrijd nadat de titel is gepakt. Waarom Rangers en Alloa het deden, is mij dan ook een raadsel.

Het voordeel van deze discussie was dat het de boel op scherp zette en daar is niets mis mee voor een derby. Dan hoort er altijd controverse te zijn. Rond half een pak ik de bus in Gorgie naar Easter Road. In de bus zitten vooral Jambos, maar ook een paar Hibees. Ook al is het voor mij dit seizoen gewoonte geworden om zelf te bepalen hoe je naar het stadion gaat met uitwedstrijden, het blijft bijzonder om mee te maken. Zeker bij zo’n derby is het geweldig dat je gewoon naar het stadion van de ‘vijand’ kunt gaan zonder rare regels.

De droeftoeters die willen vechten doen dat maar ergens op een afgelegen plek zodat niemand er last van heeft. Zou dit in Nederland kunnen? Ik denk het niet. Ik denk dat er een te grote groep ego’s is die dit niet aan zou kunnen en de boel toch gaat verkloten. Daarnaast is het corrigerend vermogen in Nederland nihil. Ik zou zelf ook geen groep Tokkies aanspreken, dus helaas zal het bij ons nog jaren duren voordat we op een normale manier kunnen reizen als het überhaupt ooit nog gaat gebeuren.

Records

In de bus kom ik Willie Duncan tegen. Gelukkig maar, want dat is een soort maandelijkse traditie. We bespreken de stand van zaken bij Hearts. Willie vindt het ook jammer dat Hearts de titel won zonder zelf te spelen. Toch een beetje een domper op het seizoen, net zoals de slappe vertoning op Ibrox. Volgens hem zijn er nu nog maar twee doelen: de 100 doelpunten en vooral de 90 punten. In 1999 won Hibs namelijk de Championship met 89 punten en wat zou mooier zijn dat dit record af te pakken. Waar 100 doelpunten erg lastig zou worden, vanwege de resterende wedstrijden tegen Hibs en Rangers, kan 90 punten wel lukken.

Raith Rovers en Cowdenbeath moeten zelfs in deze waardeloze vorm geen probleem zijn voor de Jam Tarts. Het feitje van die 90 punten om het record van Hibs te verbreken wist ik niet. Daarom is het goed om Willie regelmatig te zien. Die weet dit soort dingen. De recordjacht maakt het restant van het seizoen nog enigszins interessant. Vandaag kan in ieder geval een grote stap worden gezet.

Easter Road

Eenmaal aangekomen bij Easter Road besluit ik al snel naar binnen te gaan. Een van de mooiste dingen bij een derby vind ik de opbouw. Daarom wil ik altijd het liefst wat eerder naar binnen en niet pas één minuut voor aftrap. Ook nu is het vooraf weer genieten. Veel provocaties over en weer. Masturbatiegebaren, op allerlei manieren, zijn veruit favoriet. In het uitvak zijn de feestneuzen en -hoedjes opgezet, er wordt met vlaggen gezwaaid en allerlei spullen worden opgeblazen. Om een of andere reden zijn strandballen, opblaasbare knuppels en palmbomen wel toegestaan, maar ballonnen niet. Er loopt een hatende kenau rond in een lichtgevend hesje die probeert zoveel mogelijk de feestvreugde te verzieken, want dat is tegenwoordig het levensdoel van veel stewards.

De Kenau is een lelijke draak en ze geniet zichtbaar van haar functie als Obersturmbannführer. Ze pak ballonnen af en stampt ze kapot. Het lijkt wel of ze een orgasme krijgt als ze dat doet. Alleen de kwaadaardige lach ontbreekt nog. Hopelijk geniet ze er later nog steeds van als ze zichzelf weer eens in slaap huilt omdat geen vent, zelfs geen dronken lor, haar wil. Toch zijn tientallen ballonnen te zien op het moment dat de spelers van Hearts het veld betreden. Op dat moment breekt iets in De Kenau, schitterend om te zien. Dat is meteen het hoogtepunt van de wedstrijd aan de kant Hearts, want de Jambos zijn geen schim meer van de ploeg die ze voor het binnenhalen van de titel waren.

Cummings

De bal lijkt de vijand van veel spelers en tactisch klopt er niets van. Neilson heeft namelijk besloten om voor de verandering 3-5-2 te gaan spelen, stelt twee linksbacks op en verrast daarmee vooral zijn eigen ploeg. Tel daarbij op dat de spelers in hun gedachten al op vakantie zijn en het is een wonder dat Hibs niet al met een nulletje of drie voorstaat na een kwartier. Maar Hibernian lijkt een soort angst te hebben om van Hearts te winnen. In alle drie de derby’s dit seizoen was Hibs niet de mindere, maar winnen lukte ze tot nu toe niet. Ook nu lijkt de bal er niet in te willen. Wel een schot op de lat en een enorm overwicht, maar geen doelpunten.

Maar dit keer is Hearts zo slecht en slap dat het niet goed kan blijven gaan. Na een halfuur is het zover: 1-0. Uitgerekend Jason Cummings scoort. Cummings is van de 22 spelers op het veld misschien wel de grootste Jambo. De spits van Hibernian is niet ver van Tynecastle opgegroeid, zat op de school naast het stadion en speelde van 2007 tot en met 2012 in de jeugd van Hearts. Zijn vader was schijnbaar in de jaren tachtig een van topboys van de harde kern van de Jambos. Vanwege een zware blessure vertrok Cummings in 2012 bij Hearts om een jaar later bij Hibs te tekenen. Beroemd is de foto van Cummings op Tynecastle waarop hij het 1-5 gebaar maakt met zijn handen.

Uitgerekend die Cummings – hij liep in februari nog een stadionverbod op bij de McDonalds in Gorgie omdat hij en zijn maten het personeel hadden bekogeld met McMuffins – maakt de 1-0. Waar sommige spelers niet juichen als ze scoren tegen hun ex-club doet Cummings het tegenovergestelde. Hij gaat lekker provoceren voor het uitvak. De Jambos worden gek. Cummings is niet meer heel welkom op Tynecastle na deze actie.

Nooit goed

Helaas is de 1-0 geen teken voor de Jambos om er eens flink tegenaan te gaan. Het was slap en het blijft slap. Vaatdoekvoetbal, zou Co Adriaanse dit noemen. Gelukkig zit achter mij een klassieke brulboei die nog enigszins voor entertainment zorgt. Het is een man van eind vijftig met een ronde, kale kop. Hij heeft een stem als een misthoorn en is de subjectiefste persoon ooit. Dat mag ik graag zien. Hij schreeuwt nutteloze tactische aanwijzingen en scheldt continu de scheidsrechter, alle spelers en beide managers uit. Als Hearts de bal rustig rondspeelt, brult hij ‘up the park’ en als de bal blind naar voren wordt gejast, roept hij ‘on the deck’. Met andere woorden, het is nooit goed.

Alle spelers worden continu uitgescholden voor ‘lazy cunts’, al hebben Zeefuik ‘lazy fat cunt’, Eckersley ‘lazy ginger cunt’ en Pallardo ‘lazy Spanish cunt’ nog de eer dat ze een extra bijvoeglijk naamwoord krijgen van het boze mannetje. Zijn kop wordt steeds roder en even lijkt het erop dat hij wijlen gaat. Gelukkig voor zijn gezondheid gaat deze zogenaamde überfan een paar minuten voor tijd weg, want de 2-0 had hij niet getrokken. Het is helaas een terechte treffer, want Hibs is echt veel beter deze dag. Hearts krijgt vlak daarvoor nog een grote kans, maar Zeefuik mist die mogelijkheid op de gelijkmaker.

Hooligans

Ik blijf nog even zitten, want het is knetterdruk bij de uitgang. Een paar Neds van Hibs steken hun middelvinger naar mij op. Als reactie maak ik met mijn hand een masturbatiegebaar naar ze. Dat vinden ze niet leuk en de Neds maken het kom maar op gebaar. Aangezien ik een meter of twintig boven ze zit, is dat nogal lastig. Ik wijs naar een van de Neds en maakt het gebaar dat hij een kleine penis heeft. Dat wordt niet gewaardeerd en hij wil naar boven klimmen. Helaas komen de stewards het vak leegvegen en moet ik vertrekken. Zonde, want het is erg leuk om eindelijk eens hooliganachtige praktijken uit te voeren.

Na de wedstrijd worden alle Jambos via The Bridge of Doom naar de hoofdstraat geleid. Daar loopt iedereen door elkaar, dus waarom we per se over de Crawford Bridge moeten is mij een raadsel. Het is wel altijd een mooi gezicht om The Bridge of Doom vol met mensen te zien. Het is alleen jammer dat de bijnaam van die brug nooit wordt waargemaakt. Volgens veel hooliganboeken vonden bij die brug befaamde veldslagen plaats die kunnen wedijveren met D-Day en de Slag om Stalingrad.

Ik ben nu drie keer over The Bridge of Doom gelopen en nooit heb ik rellen gezien. Het ergste dat ik heb meegemaakt was dat iemand een keiharde scheet liet. Marginaal en naargeestig, maar niet te vergelijken met een veldslag. Helaas valt The Bridge of Doom dus erg tegen en kan ik geen hooliganhoofdstuk schrijven in dit boek. Ik denk dat alleen Danny Dyer het dun in de broek zou lopen als hij die brug zou naderen, maar die raakt al in totale paniek bij de Tilburgse Kanaalderby ZIGO – NOAD.

Bound*ary

Na de wedstrijd spreek ik af met Kirsty. Zij woont letterlijk op een steenworp afstand van Easter Road. Haar vader besloot in zijn jeugd om voor Hearts te worden, omdat de rest van zijn buurt voor Hibs was. Zijn kinderen zijn daardoor ook Jambos. Kirsty is op haar basisschool wel eens in elkaar geslagen enkel en alleen omdat ze voor Hearts was. Ironisch genoeg heette die bully John Robertson, net als de eeuwige topscorer van Hearts. Vandaag krijg ik een rondleiding van haar door Leith.

Wat Gorgie is voor Hearts is Leith voor Hibs. Tot 1920 was Leith zelfstandig. In dat jaar werd een referendum uitgeschreven met de vraag of Leith zich moest aansluiten bij Edinburgh of zelfstandig moest blijven. Liefst 26.810 mensen wilden dat Leith zelfstandig bleef tegenover 4.340 mensen die een fusie met Edinburgh wel zagen zitten. Duidelijk dus, maar de uitslag beviel de beleidsbepalers niet en de fusie werd gewoon doorgedrukt. Zo doen politici dat. Terwijl ik met Kirsty over de Leith Walk loop, zie ik de bar Bound*ary. Een nieuwe, ietwat kekke, pub. Toen ik er vorig jaar langsliep, heette de tent nog City Limits. De locatie is uniek vanwege een bijzonder feitje, want het bacchanaal ligt half in Edinburgh en half in Leith. De oude stadsgrens liep namelijk dwars door de pub. De kroeg heeft daardoor twee ingangen.

Tot vorig jaar stond boven de ene ingang de naam Leith en boven de andere Edinburgh. Gek genoeg heeft de eigenaar van Bound*ary de bordjes weggehaald. Vreemd, want dat was juist een uniek ding aan de kroeg. Vroeger, toen de pub nog de toepasselijke naam Boundary Bar had, was het noodzakelijk dat er twee ingangen waren. Er golden namelijk andere wetten in beide steden. In Edinburgh waren de pubs verplicht om te sluiten om half tien, terwijl de drankholen in havenstad Leith langer open mochten blijven. De eigenaar van de Boundary Bar gooide om half tien de ene deur dicht en aan die zijde van de pub werd geen bier meer naar de toog gebracht. De klanten gingen daarom met z’n allen aan de rechterkant zitten, want daar bleef de deur wel open en kreeg iedereen zijn pintje.

Shrubhill

Kirsty en ik besluiten de pub links te laten liggen, lopen verder en komen bij een minder vrolijk punt waar de grenzen van Edinburgh en Leith elkaar raken: Shrubhill. Tot voor kort stond hier een heel lelijk gebouw. Dat is nu platgegooid en er komen studentenwoningen voor in de plaats. De locatie had vroeger de naam Gallow Lee en heeft een donker verleden. Hier werden namelijk zo’n tweehonderd jaar lang heksen verbrand en mensen opgehangen. Een ongezellige plek dus. In 1570 werden de eerste twee criminelen opgehangen en dat was het begin van een moordorgie. Een van de laatsten die aan een touw bungelde, was moordenaar Norman Ross. Zijn slachtoffer was een rijke edelvrouw, dus er moest een voorbeeld worden gesteld. Ross werd opgehangen en zijn lijk werd twee jaar lang in een kooi geplaatst. Kraaien aten hem langzaam op en de resten van Norman Ross werden een lugubere toeristisch attractie.

Na dit nare deel kom ik met Kirsty uiteindelijk aan bij het einde van Leith Walk. Daar heb je de vuige pub The Foot of the Walk en een pleintje met een standbeeld van Queen Victoria. Kirsty vertelt mij dat hier vaak marginale dronkaards rondhangen en voor overlast zorgen. Een marginale dronkaard die ons net passeert, kijkt Kirsty na die opmerking lang intimiderend aan. Daarna neemt hij een slok van zijn blikje pauperbier en gaat hij voor overlast zorgen. Terwijl hij dat doet, lopen wij verder naar Leith Shore. Dat is het meest kekke deel van Leith en lijkt in de verste verte niet op Geordie Shore. Waar dit vroeger een deel was waar ruige zeemannen en havenarbeiders elkaar op de bek sloegen, beide groepen hadden eigen pubs waar je niet zomaar binnenkwam, is Leith Shore vandaag de dag het domein van hipsters. Veel minder authentiek natuurlijk, maar wel prettiger om rond te lopen.

Walvissen

Wij lopen verder langs het water en komen een blauwe harpoen tegen. Die is van Christian Salvesen geweest. Inderdaad, het bedrijf Christian Salvesen dat ook in Tilburg zat. Ik heb daar ooit nog gesolliciteerd om een zomer in de vriescel te werken. Gelukkig vond ik een andere baan, want echt aantrekkelijk klonk dat niet. Het bedrijf Christian Salvesen is oorspronkelijk afkomstig uit Leith en was daar een van de grootste werkgevers in het begin van de twintigste eeuw. Het bedrijf, vernoemd naar de Noorse oprichter, verdiende veel geld door de walvisjacht. Dat verklaart meteen de blauwe harpoen. De walvisjacht is altijd een van de grotere bedrijfstakken geweest in Leith, maar Salvesen maakte hem gigantisch.

Eerst werden alle walvissen rondom Schotland gevangen en toen ze daar waren uitgestorven voeren de boten daarna naar de Zuidpool. Salvesen nam ook meteen wat pinguïns mee en schonk die aan de Edinburgh Zoo. Sowieso was de familie Salvesen erg goed voor de dierentuin. Buiten pinguïns ging ook regelmatig een pak geld naar de Zoo. In de Edinburgh Zoo zag ik een brug die vernoemd is naar de familie Salvesen. In 1911, het jaar waarin Christian Salvesen stierf, had zijn bedrijf de grootste vloot walvisjagers ter wereld. Ik vind de walvisjacht abject, maar het is natuurlijk erg makkelijk om tegenwoordig te oordelen over honderd jaar geleden. Zo zal er over honderd jaar ook met afschuw worden gesproken over de bio-industrie.

De walvisjacht was in het begin van de twintigste eeuw een normale bedrijfstak. De walvissen werden voor alles gebruikt, met name zeep en margarine. De zoogdieren moesten daarvoor gekookt worden en dat leverde een vreselijke lucht op, waardoor Leith enorm stonk. Het moet geen pretje zijn geweest om daar te wonen. Christian Salvesen zelf ligt begraven in Leith. Zijn grote kantoor, wat tevens dienst deed als het Consulaat voor Noorwegen, is tegenwoordig een Chinees restaurant en uitgerekend daar besluiten Kirsty en ik te gaan eten tijdens onze wandeling door Leith. Dat lijkt ons namelijk wel passend tijdens de rondleiding. Het gebouw heeft nog altijd een bepaalde grandeur en je voelt de geesten van het verleden om je heen. Je hebt weinig fantasie nodig om voor te stellen hoe het hier honderd jaar geleden aan toe ging. Een heel speciale plek.

Schizofrenie

Na het eten gaat de rondleiding van Kirsty verder. Wat mij het meest opvalt aan Leith is dat het zo schizofreen is. Ondanks dat het heel hip is, zijn er nog steeds klassieke drankholen waar je niet zonder schroom naar binnen stapt en waar de geur van verschraald bier diep in de poriën van de kroeg zit. Van die klassieke Britse pubs, met tapijt, zatlappen en zo nu en dan een mooie knokpartij. Ondanks de schizofrenie is het niet zo dat de wijk in tweeën is gedeeld. Hipsterbarretjes en ouderwetse boozers zitten naast elkaar, net zoals chique restaurants en kebabzaken.

Er staan prachtige gebouwen in Leith, maar ook verschrikkelijk lelijke betonnen gedrochten. Die schizofrenie zit ook in de bewoners. Ze zijn heel trots dat ze Leither zijn, maar voelen zich ook Edinburghers. Ze hebben helemaal geen hekel aan Edinburgh, maar iedereen moet wel weten dat ze uit Leith komen. Dat heb je in Gorgie, of welke andere wijk dan ook in Edinburgh, veel minder.

Hibernian heeft diezelfde schizofrenie als Leith en daarom passen de club en de wijk zo goed bij elkaar. Hibs is een Schotse voetbalclub, maar heeft veel Ierse elementen zoals de naam en de clubkleuren. Hibernian is de club van Leith, het onofficiële clublied is ‘Sunshine on Leith’ van The Proclaimers, maar in het logo staat prominent de naam Edinburgh. Hearts heeft dat bijvoorbeeld niet. Dat hele logo van Hibs geeft die schizofrenie goed weer. De Ierse harp is prominent aanwezig.

Verder zie je een schip en een kasteel in het logo. Het schip staat voor Leith, het is het symbool van de oude stad. Het kasteel is Edinburgh Castle, waarmee Hibs wil laten zien dat ze niet alleen de club van Leith zijn, maar ook Edinburgh. Het lijkt wel of ze niet kunnen, of willen, kiezen tussen de twee. Mede daardoor vind ik Hearts meer de club van Edinburgh dan Hibs.

Glorious Hearts

Dit is een hoofdstuk uit het boek Glorious Hearts, nu verkrijgbaar als welkomstcadeau bij een abonnement op Staantribune.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...