Ioan Sabău, de Jehova’s Getuige van Feyenoord

Ioan Sabău moest begin jaren negentig de eerste vedette van Feyenoord worden na Johan Cruijff en Ruud Gullit. De Roemeen maakte indruk met zijn fabuleuze techniek en verbaasde met een bijzonder ritueel. Een leider werd de middenvelder alleen niet. De twee seizoenen bij Feyenoord hebben wel een enorme invloed gehad op het leven van Sabău. Dertig jaar na zijn transfer kijkt hij in zijn woonplaats Cluj terug. “Ik heb een diep gevoel van liefde voor Nederlanders.”

Sabău had – en heeft – geen uitgesproken karakter. Hij was niet een speler die vol bravoure het veld opliep en de manschappen aanstuurde. Hij ontbeerde brutaliteit. Sabău was de stille regisseur, die liever praatte met zijn passes. “Ioan is een van de beste spelers met wie ik heb gespeeld”, vertelt Gaston Taument, voormalig rechtsbuiten van Feyenoord, voorafgaand aan het interview met Sabău.

Ingetogen

“Hij was gewoon te goed voor ons. Hij had rust, was altijd comfortabel aan de bal. Waar de meesten van ons bang waren om te verliezen in die tijd, speelde Ioan vrijuit. Het was een chaotische periode bij de club. We zaten in een sportieve en financiële crisis. Salarissen werden te laat betaald. Maar het leek wel alsof dat allemaal niets met hem deed.”

Ruud Heus, eveneens oud-ploeggenoot: “Hij was een geweldige speler, maar had met zijn kwaliteiten nog meer het spel naar zich toe kunnen trekken. Hij had niet de uitstraling van: ‘Ik zal het wel even laten zien.’ Hij was ingetogen.”

Sabău was zijn tijd wel ver vooruit. Met verbazing werd er gekeken naar het arbeidsethos van de Roemeen. “Hij kon heel goed lange afstanden lopen”, vertelt Heus. “Tijdens het trainingskamp op de Canarische Eilanden liep hij iedereen aan gort.” Taument: “Als je werd gedubbeld, moest je extra werk doen. We moesten hem echt tot rust manen, anders zou hij iedereen dubbelen.” Sabău begint te lachen als hij de verhalen hoort van Taument en Heus.

Looptrainingen

Kunt u zich de looptrainingen nog herinneren?
“Ik was altijd een goede hardloper. Dat kwam door mijn jeugd in Roemenië. Ik ben geboren op het platteland, hier net buiten Cluj. Het was een harde tijd om carrière te maken in Roemenië (Sabău is opgegroeid onder de communistische dictator Ceaușescu, red.). Niemand hoefde mij te vertellen dat ik hard moest werken. Anderen hebben mij altijd af moeten remmen.”

Taument herinnert zich ook nog een verhaal dat rondging in de kleedkamer: u zou een fitnessruimte in uw huis hebben laten bouwen? -“Dat had ik in mijn contract laten vastleggen. Ik woonde in Steenbergen, in een vrijstaand huis. In de garage is er een gym gemaakt. Na de training deed ik daar nog extra krachttraining. Door mijn oorsprong wist ik al vroeg dat ik altijd fysiek in orde moest zijn om te slagen.”

Raadselachtig ritueel

En dan is er nog een raadselachtig ritueel van Sabău, waar Heus (59) zich altijd over heeft verwonderd. Het is een van de eerste zaken die hem te binnen schieten, wanneer de naam van de Roemeen valt. “Met de hele selectie zaten we al binnen en dan keken we door het raam, zo het oude trainingsveld van De Kuip op”, zegt Heus. “Daar stond Ioan dan tegen het hek op zijn kop. Dat vonden wij allemaal heel gek. Maar ik heb nooit gevraagd waarom hij dat deed.”

Kunt u hem nu, dertig jaar later, vertellen waarom u dat deed?
Glimlachend: “Die gewoonte heb ik meegekregen op het moment dat ik ging voetballen. Na een zware inspanning, een training of een wedstrijd, ging ik op mijn hoofd staan voor een beter herstel. Het helpt bij de bloedcirculatie en is goed voor het hart en het brein. Het lichaam herstelt op die manier sneller. Ik voelde me daarna altijd minder moe.”

Ioan Sabau in Staantribune

Lees het hele interview met oud-Feyenoorder Ioan Sabău en hoe hij Jehova’s Getuige werd in zijn tijd in Nederland in Staantribune #30. Het magazine is te bestellen in onze webshop.

Foto header: Pro Shots/Voetbal International/Robert Collette

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...