Uitslag prijsvraag: Het Sparta van Jules Deelder

Oer-Rotterdammer Jules Deelder, die eind vorig jaar op 75-jarige leeftijd overleed in zijn geboorteplaats, was zijn leven lang supporter van Sparta. Hij kwam sinds 1949 op Het Kasteel. In Staantribune #8 (oktober 2016) stond een uitgebreid interview met de dichter, schrijver, dj en jazzadept over de liefde voor zijn club: “We moeten gewoon voor die eerste plek gaan!”

Jules Deelder (Justus Anton Deelder) werd in 1944 in de Rotterdamse deelgemeente Overschie geboren. “Voor het begin van de oorlog nog zelfstandig, maar in 1941 door de Duitsers bij Rotterdam geannexeerd. En na de oorlog is dat zo gebleven, net als de huidige deelgemeente Hillegersberg. Das haben wir dem Führer zum verdanken! Overschie zat bomvol met NSB’ers, hele families die daardoor werden verscheurd. De ene helft in Nederland, de andere naar het Oostfront. Voetballen deed ik alleen in schoolverband, tegen de kattezieken. Je had in die tijd altijd mot met die katholieken. Niemand wist waarom, maar het was nu eenmaal zo.”

Net als bij veel vriendjes werd het voetbalvirus door zijn vader op hem overgedragen. Al op zijn vierde werd de jonge Jules naar het stadion meegenomen. In zijn geval Het Kasteel, thuishaven van het elitaire Sparta in de Rotterdamse wijk Spangen. “Als je jong bent, ben je op je gevoeligst voor helden. En ja: Rinus Terlouw, dát was de held mijner jeugdjaren. Daar ging je voor op de vuist. Als ze ‘Rien’ laf durfden te noemen, hoe groot ze ook waren: ik ging d’r meteen in. Wij gingen niet alleen naar Spangen, maar ook naar uitwedstrijden. Daar maakten we dan een dagje uit van. ‘Dan heb je tenminste een doel…’ Ik hoor het mijn moeder nog zeggen!

VVV-uit was heel normaal. Mijn vader werkte als rayonvertegenwoordiger in de vleeswaren in Zuid-Holland. Door de week in dienst van de baas, maar in het weekend van het gezin. Mijn vader, moeder, zus en ik naar Sparta, uit en thuis, in de auto van de zaak. Geluk was toen nog heel gewoon.”

Overvleugeld

Sparta maakte zich in een uitermate vroeg stadium meester van Jules’ DNA. “Mijn vader was vóór de oorlog, in 1937, al lid van Sparta. Ik heb nog een foto van hem, compleet met Sparta-speldje. Moest eerst wel even goed kijken dat het geen NSB-speldje was, maar nee: het was er écht een van Sparta, toen dé club van Rotterdam. Daarna kwamen die up-starts van Feyenoord uit Rotterdam-Zuid, die ons hebben overvleugeld. En ja, dat zet kwaad bloed. Vroeger was de rivaliteit in het voetbal tussen Sparta en Feyenoord groter dan tussen Feyenoord en Ajax vandaag de dag. Je moest in het seizoen wel eens tegen Ajax spelen, maar die wedstrijden tegen Feyenoord waren de belangrijkste van allemaal. En wat ben ik blij dat die nu weer terug zijn na het kampioenschap in de eerste divisie.”

Er zijn maar weinig stadions die een markantere naam dragen dan dat van de Spartanen die hun thuishaven al honderd jaar Het Kasteel mogen noemen. Na zijn vuurdoop in 1948 heeft Jules Deelder praktisch geen wedstrijd overgeslagen. “Met mijn vader zaten we op de Kasteeltribune, in het verlengde van het veld. Dáár zaten de leden van Sparta. Later verhuisde ik naar de Jongenstribune. Kosten? Twee kwartjes voor de toegang en drie cent voor het pontje bij de Aelbrechtskade om over te varen. Dat pontje, sjonge jonge. Die gozer stond zich de pleuris te trekken met zo’n klos aan zo’n kabel, en dat pontje hing helemaal scheef op dat water! Gingen toch echt wel vijftig man op en die gozer maar trekken. Kolere! Wat mooi, man. Ik heb wat meegemaakt op dat Spangen.”

De val van De Rots

Er zijn verschillende momenten die de Nachtburgemeester van Rotterdam zich als de dag van gisteren herinnert. Zo verrichte op 31 oktober 1957 de filmdiva Jayne Mansfield tijdens haar bezoek aan Nederland op Spangen de aftrap van Sparta – DOS. Jules Deelder beschreef deze gebeurtenis in Voetbal International in 1982 als volgt: “Met eigen ogen kon ik constateren dat er van de roemruchte borstomvang van miss Mansfield geen centimeter gelogen was, want haar gemoed stak royaal over de punten van haar schoeisel heen, terwijl de mode dat jaar juist héél puntige schoenen dicteerde!”

Met eigen ogen kon ik constateren dat er van de roemruchte borstomvang van miss Mansfield geen centimeter gelogen was

“Mijn held Rien ontving, net als keeper Frans De Zwarte Panter de Munck, voor de wedstrijd een zoen van Mansfield alvorens he-le-maal zoek gespeeld te worden door zijn directe tegenstander Tonny van der Linden! Sparta verloor met 7-1. Het was de val van ‘De Rots’, zoals Terlouw ook werd genoemd. Een dieptepunt, maar soms blijken dieptepunten later hoogtepunten te zijn. Dat gevoel van ‘in een andere wereld huiswaarts keren’ was een ingrijpende gebeurtenis in mijn leven. En als zoiets jouw wereld kan veranderen, is dat toch wel een hoogtepunt. Die Mansfield was overigens wel te gek. Daarnaast was het kampioenschap in 1959 tegen DWS in het Olympisch stadion een andere sensatie. Ik zie die Ad Verhoeven nog schieten, zo’n peer boven bij die gozer op z’n muil… Die moesten ze met zes ambulancebroeders van het veld dragen!

Maar ook de Europa Cup-wedstrijd in 1960 tegen Rangers was er een van formaat. Eerst voor 67.000 Spartanen, Feyenoorders en duizenden dronken Schotten in De Kuip nipt met 3-2 verliezen, om dan in dat Schotse tyfusweer met 1-0 te winnen. Heroïsche wedstrijden die we, in de radio geklommen, tot de laatste seconde volgden. Over de degradatie in 2010 wil ik het liever niet hebben, het leek wel een Griekse tragedie. Je moet alles wel kunnen relativeren en helemaal in het voetbal. Zonder voetbal blijft de wereld écht wel draaien hoor. Hugo Borst zat er op die beruchte 16de mei helemaal doorheen. ‘Huug, maak je niet druk joh. Dan zie je tenminste ook eens wat andere shirts’.”

Poëtische gerechtigheid

De teloorgang van de oudste betaaldvoetbalclub van Nederland werd decennia geleden ingezet. Telkens moest de sympathieke club uit Rotterdam-West talentvolle spelers, vaak een product uit de eigen roemruchte jeugdopleiding, verkopen om financieel het hoofd boven water te kunnen houden. Maar na vele jaren misère en tientallen ondermaatse aankopen gloort er weer licht aan de rood-witte horizon. “Het blijft natuurlijk gewoon je club, in voor- en tegenspoed.

Maar twee jaar geleden dacht ik op een gegeven moment: waar zijn we nou helemaal mee bezig? Allemaal van die treurige trainers die sterven op het overvolle trainerskerkhof te Spangen. Nu hebben we Alex Pastoor, dezelfde gozer die ons in 2010 heeft laten degraderen en ons nu heeft teruggebracht. Back where we belong. Dat vind ik poëtische gerechtigheid. Het is hetzelfde als het schrijven van een gedicht en jezelf halverwege afvragen waar het naartoe gaat. En pas bij de laatste regel valt alles op z’n plaats. Binnen de kortste tijd had hij het op de rails. En niet zo’n klein beetje ook, hè? Echt een originele gozer, die Pastoor. Het beste wat Sparta in de afgelopen tien jaar is overkomen.”

Samen met Feyenoord en Excelsior is Sparta Rotterdam inmiddels aan het seizoen 2016-2017 begonnen. “We gaan afrekenen met dat Excelsior in dat roodzwarte shirtje. Amsterdamse kleuren. Nee, die Kralingers zijn helemaal niets. Ze hebben twee keer aan de basis gestaan van onze degradatie en daar moeten we nu eens en voor altijd vanaf zijn. Ik vind het wel weer gers (Rotterdams voor gaaf, geweldig, red.) dat we tegen Feyenoord spelen. Maar ja: wanneer ik als Spartaan moet kiezen tussen de ArenA, Woudestein en De Kuip? Woudestein, daar gaan maar 3.000 man op. Dat is geen serieuze keuze tegen De Kuip en ArenA.”

Er is maar één Kuip, en dat zal nooit die nieuwe worden

“Maar dat moet je een beetje bijstellen, want er is sprake van dat er een nieuw stadion voor Feyenoord komt. Rotterdam voelt zich toch altijd een beetje teruggezet ten opzichte van Amsterdam. Of dat terecht is, wil ik in het midden laten. Maar Rotterdam heeft een minderwaardigheidscomplex. Dat willen we goedmaken en we willen kunnen zeggen dat we straks op ‘Zuid’ niet één, maar twee stadions hebben! Maar er is maar één Kuip, en dat zal nooit die nieuwe worden. Ik weet niet hoeveel gevoel voor traditie die gasten hebben, maar als je al die triomfen in De Kuip hebt meegemaakt, moet je dan blij zijn met een nieuw stadion dat mogelijk door Rem Koolhaas gebouwd gaat worden? Wat moet Feyenoord – een goede club, daar valt niet aan te ontkomen – in een nieuw onderkomen met een capaciteit van 80.000 man? Lichtelijk overdreven, als je het mij vraagt.”

“Als ik niet door mijn goede vriend Willem van ’t Wout zou worden uitgenodigd, zou ik er niet naartoe gaan. Ik ben mijn leven daar niet zeker. Maar van de drie stadions zou ik zeker voor De Kuip gaan, ik ga never nooit niet naar die snelkookpan in Amsterdam. Maar laten we er in Rotterdam eerst eens voor gaan zorgen dat we dat Ajax drie keer achter elkaar met 3-0 of 5-0 verslaan. Pas dán mag je over grotere stadions dromen en praten.”

In de geest van Bok de Korver

Van Deelders hand zijn in de loop der jaren twee gedichten verschenen waarvoor je iedere Spartaan middenin de nacht wakker kunt maken: ze zullen deze moeiteloos opdreunen, zand in de ogen of niet. Op de vraag of er ooit nog een overtreffende versie komt van deze twee poëtische ingevingen: “Ik heb ze kampioen zien worden en ik heb ze zien degraderen. Nu zijn ze weer kampioen geworden en ik verwacht dat ze dit jaar kampioen van de eredivisie worden. Dat geouwehoer van ‘als we als twaalfde eindigen, hebben we het goed gedaan’… pleur op! We moeten gewoon voor die eerste plek gaan.

Of mijn Spartaanse gedichten te overtreffen zijn, zullen we dan wel zien. Maar ik ben gewoon blij met die zes Rotterdamse derby’s waarvan twee op Het Kasteel dat dit jaar precies een eeuw bestaat. Als nieuwkomer in de eredivisie hoef je toch helemaal niet bang te wezen? Ajax is toch ook niets meer, daar lopen geen spelers rond die jij onthoudt? Ik bedoel maar.”

Tekst: Jacob-Jan Esmeijer
Beeld header: Willem de Kam

Uitslag prijsvraag

Onlangs verscheen De zin van het leven ben je zelf, de biografie van Jules Deelder, geschreven door Anton Slotboom. Wij mochten drie exemplaren weggeven. De vraag was: In welk stadion nam Jules Deelder de allereerste televisiereclame voor een voetbalclub op?

Het antwoord op deze vraag is: De Kuip, het stadion van stadsgenoot Feyenoord. Het betrof een reclame voor het Europa Cup-duel van de Spartanen tegen Borussia Mönchengladbach, die ‘op Zuid’ werd afgewerkt en niet in het eigen Kasteel.

De prijswinnaars zijn:

  • Robert Bugter
  • Gerard Holdtgrefe
  • Sander Overduin

Gefeliciteerd, mannen! Er wordt zsm contact met jullie opgenomen.

Jules Deelder - De zin van het leven ben jezelf

Jules Deelder – De zin van het leven ben je zelf

 

(Dit artikel verscheen eerder in Staantribune #8, na te bestellen in onze webshop)

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...