FC Amsterdam, voor eventjes de baas in Mokum

Voor een kleine club was FC Amsterdam behoorlijk spraakmakend. De legendarische rommelaar Dé Stoop zwaaide er de scepter. Quizmaster Frank Kramer speelde er linksbuiten en zanger Dries Roelvink stond er onder contract.

Sportief en financieel stond FC Amsterdam echter altijd in de schaduw van stadgenoot Ajax. Op de wonderbaarlijke jaargangen 1973-1974 en 1974-1975 na. Op 23 februari 1975 versloegen de Lieverdjes Ajax in De Meer met 4-2, na een 2-1-achterstand.

De club, die eindigde in de marge en haar laatste adem uitblies op het bijveld van het Olympisch Stadion, begon begin jaren zeventig voortvarend aan haar nieuwe bestaan. In 1972 waren DWS en Blauw-Wit samengegaan tot FC Amsterdam, een jaar later sloot De Volewijckers uit Noord aan.

Met in het embleem het standbeeld van het Lieverdje, een Amsterdams straatjochie, was de toon meteen gezet. FC Amsterdam was een verzameling vrijdenkers en vrijbuiters, die op zijn tijd ook nog eens heel goed voetbal liet zien. Soms zelfs beter dan de stadgenoot, die in die tijd drie keer op rij de Europa Cup I won.

Gerard van der Lem

Gerard van der Lem maakte de glorietijd als jonge prof mee. “Ik was weggestuurd bij Ajax, door Bobby Haarms, omdat ik niet te hanteren was. Ik had problemen met gezagsverhoudingen. Via Zeeburgia kwam ik plaats kennen. Bij Ajax moest ik als jeugdspeler bij thuiswedstrijden verplicht in De Meer kijken. Maar als Ajax uit speelde, ging ik met mijn vader naar DWS in het Olympisch Stadion. Hij kocht één kaartje en dat gaf-ie weer door het hek aan mij. Als jochie van tien zag ik Frits Flinkevleugel en Jan Jongbloed spelen. Negen jaar later zat ik naast ze in de kleedkamer.”

Bij FC Amsterdam leerde Van der Lem voor het eerst een lesje nederigheid. “Om mij heen liepen sterke persoonlijkheden, met een natuurlijk overwicht. Ze hadden bakken ervaring en waren allemaal goedgebekt. Ik dacht: laat ik nu mijn grote mond maar eens houden.

Als je een stap op je eigen helft zet, schop ik je voor je flikker

De jonge spelers werden gevoed en gestuurd door de ouderen. Frits Flinkevleugel maakte me duidelijk dat iedereen zijn eigen taak had in het team. Ik was aanvaller en hij zei tegen me: ‘Als je een stap op je eigen helft zet, schop ik je voor je flikker’. Lekker duidelijk Amsterdams.”

Lees het hele artikel over de derby van Amsterdam van redacteur Eric de Jager in Staantribune #15, na te bestellen in onze webshop.

Foto’s: ProShots. Foto cover: Pro Shots / Dwight Rompas

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...