Faas Wilkes: de zoektocht van een kleinzoon

Het is een bizar idee. Niemand van de familie is hier ooit geweest. En overal staan de bordjes: Faas Wilkesstraat oost, voetballer 1923-2006. Als ik om me heen kijk, sta ik in een nieuwe wereld. Zelf woon ik in de Amsterdamse wijk De Pijp, waar reuring koning is en de geschiedenis leeft. Dit hier, op Zeeburg, is andere koek. Nieuwbouw overal, er wordt nog steeds druk gebouwd, gegraven en geheid; het is hier zelfs zo nieuw dat Google Maps als een hypermoderne Faas Wilkes me met vele schijn- en kapbewegingen het bos in stuurt en vreemde rondjes laat fietsen.

Tot en met zondag 14 maart lichten we alle boeken uit die zijn genomineerd voor de verkiezing van Voetbalboek van het Jaar 2020. Vandaag: ‘Faas Wilkes – De zoektocht van een kleinzoon’ van Nino Wilkes. Een fragment:

Ik zie een school met de ramen vol kindertekeningen, ik zie een voetbalveldje om de hoek waar jonge gasten hun kunsten vertonen. Daarachter een grote rode loods met de naam ‘Haddock’; als ik erop googel, blijkt het een restaurant te zijn. Ik sta op Zeeburgereiland in Amsterdam, waarvoor ik een flink eind heb moeten fietsen, de brug over, met zo’n typisch Hollandse tegenwind. Het is guur, maar vanbinnen gloeit het.

Faas Wilkesstraat

Op een appartement prijkt een gloednieuw straatnamenbordje met de naam van opa. Ik zwaai naar de bewoners, een stel van eind twintig, begin dertig dat raar opkijkt van het plotselinge bezoek. Tom en Carolien blijken de twee te heten. Ze komen vriendelijk hun balkon op gelopen en vertellen dat ze hier nu drie jaar wonen. Toen deze buurt uit de grond werd gestampt, gingen zij er als eersten heen. Sindsdien weten ze dat de mensheid in tweeën uiteenvalt: het ene deel houdt van voetbal, het andere niet.

‘De reacties,’ zegt Tom, ‘als we vertellen dat we in de Faas Wilkesstraat wonen, lopen enorm uiteen. Dat varieert van “O ja, dat is die beroemde voetballer!” tot “Hoe schrijf je dat precies, ‘Wilkes’?”’ Zelf hadden Tom en Carolien ook geen idee wie mijn opa was toen ze hier kwamen wonen: ‘We hebben het wel opgezocht op internet: hoe zag die man eruit?’

Als ik vertel dat ik een kleinzoon ben van Faas Wilkes, verontschuldigen ze zich: ‘We zijn geen sportfans. Al is dit wel een heel sportieve buurt aan het worden. Er komt een skatepark, er zijn sportvelden, het is een heel kinderrijke buurt. Er wordt hier veel gevoetbald.’ Dat doet me goed, een Faas Wilkesstraat waar nooit een bal rolt, lijkt me absolute horror.

Tom en Carolien leggen uit hoe de straat loopt, waar hij begint en eindigt; in dit soort nieuwbouwwijken is het een en al slalommen en schijnbewegingen; opa zal het vanuit de hemel tevreden gadeslaan. Dit is allemaal in zijn geest. Ik zou hier een huis moeten kopen, bedenk ik; hoe leuk, in de straat van opa. Als ik er nog eens over nadenk, blijf ik toch liever in De Pijp, maar tof vind ik het hier wel: dorps, echt een eiland, iedereen die ik hier tegenkom is vrolijk en groet vriendelijk, niks mis mee.

Ik bel mijn zus en laat haar via Facetime zien waar ik ben. Demi, interieurstylist, deelt mijn enthousiasme totaal niet. ‘Lelijk!’ roept ze. Als ik verder loop, zie ik dat de Faas Wilkesstraat zit ingeklemd tussen de Leo Hornstraat en de John Blankensteinstraat, die zijn vernoemd naar twee illustere oud-scheidsrechters. Daar is mijn opa – bepaald niet de grootste vriend van arbiters – mooi klaar mee. Op de glazen pui van een tandartsenpraktijk hangt een biografietje:

Servaas (Faas) Wilkes (Rotterdam, 13 oktober 1923 – aldaar, 15 augustus 2006) was een bekende Nederlandse beroepsvoetballer. Deze voetballende gentleman wordt gezien als een van de beste en sierlijkste Nederlandse voetballers aller tijden. Daaronder in grote rode letters: Nieuwe patiënten zijn van harte welkom.

Donny van de Beek

Carolien had me nog verteld dat de huizen in de straat niet heel goedkoop waren. ‘Best duur eigenlijk.’ Gek genoeg vond ik dat fijn. ‘Gelukkig,’ zei ik, ‘opa hield wel van chic.’ Een paar dagen na mijn bezoek aan Zeeburgereiland spreek ik oud-Ajacied en international Donny van de Beek, geboren op 18 april 1997. We zijn al lange tijd bevriend. Als gezinslid van oud-Ajacied Justin Kluivert ken ik veel van de doorgebroken jongens van Ajax, maar met Donny heb ik een speciale klik; hij is bovendien de vriend van Estelle Bergkamp, mijn beste vriendin.

Ik ben niet iemand die iedereen meteen maar vraagt of hij mijn opa kent en ik introduceer mezelf ook niet graag als ‘de kleinzoon van’. Toch begin ik meer en meer te voelen dat de wereld van het absolute topvoetbal klein is, dat ik – geen overdreven groot sportfan – er al mijn hele leven mee te maken heb. En ik bemerk bij mezelf een groeiende behoefte om mijn vrienden het te laten zien: kijk, mijn opa deed hetzelfde als jullie.

Ik heb Donny en een andere jongen die ik graag mag, de op 12 augustus 1999 geboren Juventus-verdediger Matthijs de Ligt, een filmpje gestuurd met beelden van opa met de vraag of ze hem kenden en of ik ze mocht spreken voor dit boek. Op die – ietwat chaotische – beelden zie je hoe Faas Wilkes kappend en draaiend, scorend en voorzetten gevend de defensies van andere landen radeloos maakt; met name België moet het nogal eens ontgelden als opa op dreef is. Het gaat allemaal razendsnel.

Matthijs had me meteen geappt: ‘Ik vind het leuk om te doen!’ Donny zegt hoe gaaf hij de oude beelden vindt: ‘Zo apart, al die passeerbewegingen uit die tijd. Het voetbal is qua techniek nu heel anders doordat er veel minder ruimte is. Faas valt meteen op, hè. Sjaak Swart is ook helemaal lyrisch over je opa. Die blijft me maar vertellen wat voor goede voetballer hij wel niet was. Mij valt vooral op hoe het voetbal veranderd is. Onze generatie is enorm getraind in fitheid en in het voetbal is tegenwoordig alles heel gefocust, zonder randzaken.’

Automatische piloot

‘Bij ons gaat alles op de automatische piloot, alles wordt geregeld, het is heel normaal geworden om vliegtuig in, vliegtuig uit naar al die wedstrijden te reizen. Je kan je haast niet voorstellen hoe het vroeger was, dat ze toen alles zelf maar moesten regelen. Je ziet trouwens aan die beelden dat je opa er echt plezier in had mensen uit te spelen, te dribbelen. Meneer Swart heeft het vaak over vroeger. Och man. Vroeger dit en vroeger dat.’

‘Maar het tempo ligt tegenwoordig zoveel hoger. Dat kan ook niet anders. Wij hebben veel meer faciliteiten dan je opa vroeger had, wij trainen elke dag, onze schoenen zijn van een veel betere kwaliteit dan toen. En toch, als je kijkt naar het talent, van Sjaak Swart, van je opa, die passeerbewegingen, die kapbewegingen, dan zie je: die mensen waren in deze tijd misschien ook wel wereldtop geweest. Ik vind het lastig te zeggen.’

Ik vraag Donny waarom hij dat lastig vindt. Kan hij op die korte beelden niet meteen zien dat mijn opa een uitzonderlijk talent had of … ‘Nee, dat zie je zo. Jouw opa had heel veel talent, feeling voor de bal. Ik denk wel dat als jouw opa elke dag zou hebben getraind, net zo op zijn voeding had gelet als wij dat nu doen, elke dag krachttraining had gedaan, hij het ook in deze tijd gered had. Het is ergens zo jammer dat hij niet in deze tijd speelde. Daar balen oud-voetballers zelf ook wel van, dat hoor ik weleens. Omdat ze nooit zullen weten hoever ze waren gekomen met al die faciliteiten en kennis van nu.’

Donny zegt: ‘Ik zag je opa op die beelden een “kap” maken die ik ook vaak bij Cruijff heb gezien op oude beelden. Zonde hè, dat we geen hele wedstrijden van Faas Wilkes meer kunnen zien, alles is zo kort.’

Ik vind het ook jammer, maar denk in een andere dimensie dan voetballers als Donny en Matthijs. Zij zien natuurlijk veel meer details dan ik. Donny ziet ook andere dingen. ‘Wat ik meteen een beetje terugzie in de beelden van je opa is het pleintjesvoetbal van nu. Daar gaat het vaak om de individuele klasse. Die heb je altijd nodig. Als een team een keer als geheel niet thuis geeft, is het altijd lekker als er een paar bij zijn die met hun acties, puur vanuit hun kwaliteit, toch een goal kunnen maken. Zo’n type als je opa dus.’

Ik vind jongens als Donny, Matthijs en Frenkie de Jong wel iets van vroeger hebben, met hun korte kapsels, nette voorkomen en welbespraaktheid. Als je je ogen sluit, zie je ze zomaar spelen in de jaren veertig en vijftig. Donny: ‘Ik vind ook zeker dat de tijd van toen zijn charmes heeft. Ik zie jouw opa spelen in een overvol stadion, maar het veld is half groen en half besneeuwd. Nu wordt zo’n veld meteen afgekeurd, toen voetbalden ze gewoon lekker door.’ -‘Ja, die massa mensen!’ roep ik. ‘Dat is voor mij echt een openbaring; ik wist niet dat er in die tijd ook al zoveel toeschouwers waren.’

Donny: ‘Ja hoor, vraag mijn opa maar. Toen ik zei dat Faas jouw opa was, wist hij ook meteen over wie ik het had. Bij die generatie heeft hij veel respect afgedwongen. Ik zat nog te denken: hij heeft bij Valencia gespeeld, wij hebben met Ajax daar onlangs voor de Champions League met 3-0 gewonnen. Dat stadion en die sfeer daar: gigantisch. De tribunes: supergroot, supersteil. Rillingen over je lijf. Die mensen bleven zingen, dat was echt een mooie ervaring. Daar heeft jouw opa om de twee weken in gespeeld.’

Geschiedenis

Ik zeg Donny dat ik het echt heel leuk vind dat hij zo openstaat voor de geschiedenis. ‘Ja,’ zegt hij, ‘maar toen ik een klein jongetje was, ging ik naar het Nederlands elftal om mijn helden te zien spelen. Op het EK in 2004 werd ik fan van Arjen Robben.’

Arjen Robben! Toen opa in 2006 overleed, speelde Oranje de eerstvolgende interland met rouwbanden om Faas Wilkes te herdenken en kreeg ik na afloop van Arjen zijn shirt met alle handtekeningen! Dat shirt heeft altijd in mijn kamer gehangen, naast dat van Patrick Kluivert uit 1995 (Champions Leaguefinale) en een shirt van opa uit zijn Valencia-tijd, een remake.

‘Geweldig toch?’ zegt Donny. ‘En dat Zlatan die goal maakte tegen nac, waarbij hij vijf verdedigers uitkapte … Dan moet je toch meteen denken aan die foto van jouw opa, waarop hij zes verdedigers van België met een paar bewegingen allemaal op de grond krijgt? Ik hou echt van voetbal en daarom vind ik het prachtig om dat zo te zien.’

Stemmen

De verkiezing Voetbalboek van het Jaar is een publieksprijs. Een deskundige Staantribune-jury heeft vijftien boeken geselecteerd waarop je kunt stemmen. Stemmen kan hier!

Faas Wilkes – De zoektocht van een kleinzoon is geschreven door Nino Wilkes. Het boek is onder meer verkrijgbaar bij Bol.com.

Faas Wilkes - De zoektocht van een kleinzoon

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...