Een jaar geleden: FC Twente kampioen Keuken Kampioen Divisie

Op tweede paasdag naar een competitiewedstrijd van FC Twente om hopelijk kampioen te worden. Oude tijden herleven. De klimaatopwarming doet vandaag weer van zich spreken. Het is warm en kurkdroog.

Om half een tref ik oudste zus Dianne en zwager Hugo op de begraafplaats Usselo. De sinds FC Twente – FC Den Bosch geplaatste bloemen zijn verzengd. Zelfs het zand tussen de graven vergaat tot stof. Vanavond logeer ik in Boekelo. Daar parkeer ik de auto en stap bij mijn zus in. Ik neem me aan het eind van de dag een ontnuchterende wandeling voor van De Veste hier naartoe.

Op dit soort speeldagen zag je aan de J.J. van Deinselaan wel mannen met een rol wedstrijdkaartjes. Zwarte handel. Ze werden openlijk aangeboden. Nu passeren we slechts een verkoper van onofficiële kampioenssjaals. Zwager wil er wel een maar mist de contanten. Later pint hij een echte. Een met Drommel erop wil mijn zus. Hij staat haar goed. Ze is voor het eerst in De Grolsch Veste. Opgetogen twitterde ze er al haar Utrechtse vriendenkring over rond. Als we binnenwandelen bij De Vriendenkring is ze verrast door alle spontane begroetingen die me ten deel vallen. De sfeer is die van een naderend kampioenschap. Dat ‘het’ gaat gebeuren. Gekoesterde verwachting die binnen handbereik komt.

Bij de ‘gate’ voor deze reis, de opgang voor vak 321 sluit Theo aan. Uit mijn jongensklas van 1974. Hij komt vanuit zijn woonplaats Zeewolde. Boven op de trans kijken we met Dianne uit over de stad en wijken waar we opgroeiden: Boswinkel, Stadsveld en het Bruggert. “Het maakt mie nich oet, wat ie d’r van vindt. ‘En-sche-deee ìs onze stad, ja En-sche-deee ìs onze stad.”

Wedstrijd

De Wales-vlag bevestig ik aan de reling. De dichtstbij zittende supporter vraagt in het Engels naar de reden. Dat overkomt me vaker maar deze man is echt Engelssprekend. Een ferme handdruk bezegelt mijn toelichting. Hij zal er een oogje op houden. Jeugdige vriend en de delegatie uit Arnhem/Westervoort; de druk redenerende kameraden achter ons; de man voor me op wiens hoog gehouden sjaal ik de tekst van You’ll never walk alone kan meelezen; met ruim 30.000 anderen zitten we verwachtingsvol klaar. Enkele blikken achterom bevestigen dat zus en zwager goed zitten, duim omhoog, een brede glimlach. We gaan ervoor.

Anders dan een week eerder de Notre-Dame komt De Veste in lichterlaaie door een kortstondige maar hevige vuurwerkshow. Al snel na de aftrap zorgt een aanval van Jong AZ voor schrik om het hart. Die bal van onze tegenstander, derde van onderen, had er zo maar ingeschopt kunnen worden. Telstar- en FC Dordrecht-thuis revisited. Theo had het vooraf over een nulletje of vijf, maar ziet wat de vaste volgers veelvuldig zagen.

Rekenen

In het spel valt, althans voor mij, geen lijn te ontdekken. De sfeer in het stadion weerspiegelt het. De eerste golf aanmoedigingen zakt in, leeft af en toe op bij een corner of vrije trap maar dat gevoel vooraf, het zinderen en tintelen is weg. Vaag gejuich klinkt als de 0-0 bij Jong PSV – Sparta doorkomt. In hoofden wordt gerekend. Allebei gelijk is ook voldoende voor Twente om kampioen te worden. Het enige wat telt. Of eigenlijk zelfs dat niet. Promoveren, dat is het enige wat telt.

Bijna gelaten staan we in de rust te kletsen en in het rond te kijken. Oergeluiden klinken alsnog in de tweede helft. Bij het doorkomen van de 1-0 achterstand voor Sparta. Onmiddellijk herleven gezang en aanmoedigingen. Bij de 2-0 voor Jong PSV neemt het besef alles en iedereen in de greep dat Twente kampioen wordt en we de Keuken Kampioen Divisie gaan verlaten. Drommel moet daarvoor nog een fabelachtige redding verrichten. O nee, mis gerekend. We mogen zelfs verliezen, als Sparta verliest. Wow. Dit is inderdaad een kampioenschap in stijl.

Iedereen zal na afloop bevestigen dat het spel niks was, om eraan toe te voegen dat dat niks meer uitmaakt. De winnende coach heeft altijd gelijk. Pusic krijgt het maar beperkt. Als de veldbestormingen even bezworen zijn en iedereen die deel uitmaakte van de selectie een voor een de gang naar het erepodium maakt, krijgt hij applaus. Maar dat gaat opvallend snel over in gezang: “Ob la dii, ob la daa, Woutje Braaa-ma’…. ‘Wout komt zo”, bezweert speaker Jan Bruins.

Nkufo

Op Twitter komen de kleineringen door. Iemand die dagelijks werk heeft aan het bevorderen van ‘Leiderschap’ tweet een lelijke karikatuur over de trainer. Kiek. Daar zou ik nou geen cursus bij volgen. Enfin, de huldiging is langdradig als bij tijd en wijle het seizoen. Zus en zwager zwaaien af bij weer een veldbestorming. Velen fluiten. In de gracht onder ons trekken stewards aan de benen van een volwassen man als die zich over de reling wurmt. Hij wint en rent ogenschijnlijk ongeschonden richting ereschavot. Naar verluidt kost zo’n poging iemand anders een vinger omdat een ring blijft haken.

Het mooiste van de huldiging vind ik de entree en overhandiging van de ‘keukenschaal’ door Blaise Nkufo. Wat een baas. Hoe mooi de omhelzing met Wout Brama. Terwijl de chaos op het veld voortduurt, zeg ik de buren gedag tot de laatste wedstrijd. De Engelsman druk ik weer de hand als ik de Wales-vlag los bindt.

Ik knoop die om mijn hals en draag hem de rest van de dag over mijn rug. Chef-de-cuisine is de eerste die ik bij het VK-home omhels. “Twente kampioen van de armoede”, zegt hij. Ik beaam het, maar de blijdschap en opluchting overheerst. Bovenop de Lemelerberg vergeet men de inspanning van de weg erheen. Om maar een ‘tegeltjeswijsheid’ uit de mouw te schudden. De busbegeleiders en hun team dragen speciaal ontworpen shirts. Echt een team. Vriend Theo geniet mee van de euforie. Een glimp van wat dit seizoen zo mooi maakte, de supporters.

Felicitaties

Uiteindelijk beland ik met Alfons bij Grieks restaurant Aphrodite. Ze kennen hem van 2010. Toen hij hier achter de tap belandde tijdens de viering van het kampioenschap. De uitbater bevestigt het. Tientallen felicitatie-whattsapps vliegen ondertussen mijn telefoon binnen. Alfons windt vrouwen, jong en oud om zijn vinger. De bediening van het restaurant zelfs om de hals. Op de vraag “wat ik niet heb dat hij wel heeft” wijst men vooral naar zijn kale hoofd. Je kunt niet alles hebben.

Het schemert al als ik de wandeling naar Boekelo inzet. In een opwelling sla ik na de Lonnekerbrug rechtsaf. In de veronderstelling dat dat de kortste weg is. Het landschap is er ongelofelijk. Twents mooi. Langzaam, heel geleidelijk, daalt de duisternis neer. Alsof de zon het uit wil stellen en deze dag zo lang mogelijk wil oprekken. Om hen niet ongerust te maken, meld ik Lydia en Bastiaan even na half tien dat ik in Twekkelo ben, op de Haimersweg loop en nog een halfuurtje nodig heb. Daar wil neef niks van weten. Hij rijdt me tegemoet. “Lente in Twente… het leven is zo gek nog niet.”

Twente-virus

Zo rond half negen dringt de Boekelose buitenwereld tot me door. De eerste app is van Jacqueline uit Assen. Zij stuurt een foto door. Haar ouders in Hengelo maakten die van een tekstje over mij in de kampioensbijlage van TC Tubantia. Leon ten Voorde stelde het samen uit ons telefoongesprek, de ochtend voor Dordrecht-thuis. Hij presenteert me als supporter sinds 1969. Baas boven baas is Henk Nieuwenhuis, Vriendenkring-bestuurslid en huisarts in ruste te Wijchen. Hij zag de eerste wedstrijd tegen Telstar in 1965, en “draagt sindsdien het Twente-virus over op zijn nageslacht”. Ten Voorde vermeldt dat ik vroeger niet op zondag naar het voetbal ging, maar des te meer op mijn zestigste geniet van “de onderdompeling in buscombi’s, wisselpunten en politiebegeleiding”.

Ik wandel naar de Boekeler dorpskern om mijn gastvrouw een bloemetje te kunnen geven. De krant is al uitverkocht. Lydia weet een exemplaar te scoren bij de buurvrouw. We drinken koffie. Twee Deldense kleinkinderen zijn over de vloer. Na de lunch rij ik richting Grolsch Veste. Die staat er nog. Ik wandel eerst naar de Westerbegraafplaats waar mijn oma ‘Singel’ begraven is. Om te weten waar je staat, moet je weten waar je vandaan komt. Een mevrouw vraagt mijn aandacht. Een lampje – vastgeschroefd en wel – verdween van het graf van haar zoon. Ik heb slechts medeleven aan te bieden en een luisterend oor. Teruglopend passeer ik een reclamebord van Asito. “Mooi daj weer terug bint” staat er boven een foto van een Heraclied en Wout Brama. De shirtsponsor van Heracles “verheugt zich al op de derby”.

Elia

Verspreid over het Veste-terrein wellen in een voortgaande beweging belangstellenden op. Met de evangelieschrijver kan men er een ‘schare zonder herder’ in zien. Vervuld van verwachting, onbestemd over wat komen gaat. Bij de ingang van het spoortunneltje nuttig ik een hotdog. RTV Oost brengt een Instagram-bericht van oud-speler Eljero Elia onder de aandacht. De man die door Ajax in 2009 werd begeerd, tot een zeer zelfbewuste Joop Munsterman ervoor ging liggen: “Wij verkopen onze beste spelers niet aan onze concurrenten.”

Elia (32) wijdt mooie woorden aan zijn oude club: “De steun van de supporters kan spelers verder brengen, dat heb ik wel geleerd in Enschede.” Terugkeren in één keer vindt hij “een prachtig antwoord naar al die mensen die gilden dat FC Twente naar de Jupiler League moest. En toen het gebeurde daar om moesten lachen. Ik heb toen geroepen dat FC Twente en de supporters dat als een compliment moest zien.” Een statement dit, van Hagenees Elia.

Vriendenkring

Ter hoogte van het VK-home tref ik in Lucas Fransen, Henk Nieuwenhuis en Henk Render het halve Vriendenkring-bestuur. Henk Render is er met Dorlien en Dinand. Met de laatste drie kies ik positie op het festivalterrein. Een beetje achteraan, voor het overzicht. Dinand leidt vrijwillig bezoekers rond in het FC Twente-museum. Vanaf zijn negende vergezelde hij zijn pa naar het Diekman. Zijn eigen zoon herken ik op een foto als een van ‘de drie jongens uit Hengelo’. Van onder andere mijn eerste VK-Express-trip naar Helmond Sport. Dinand houdt enkele vaste plaatsen in de Grolsch Veste in familiekring.

Zijn vader (82) kan niet meer mee door loopproblemen. De stoelen worden nu gedeeld met vrienden. Die zorgden rond de match van gisteren nog voor een mooi verhaal. Na het echec tegen Dordrecht verwachtten de vrienden geen kampioensmatch meer met de Pasen. Zij planden andere activiteiten. Het maakte de weg vrij om vader, nu het toch de kampioenswedstrijd bleek, nog één keer op te peppen. Met steun vanuit de Twente-organisatie werd het mogelijk gemaakt: als vanouds met senior naar Twente, nog wel om het kampioenschap te vieren. “Dat gaan we voorlopig niet nog eens meemaken”, zoals Lucas Fransen het in een tv-interview voor de NOS formuleerde.

Huldiging

De aanloop naar het feestje is afgestemd op festivalpubliek. Achteraan staan ouderen, maar ook jeugdige ouders met zeer jonge kinderen. Ik kijk mijn ogen uit. D66-intellectuelen, Groen Links-’uitverkorenen’, allen die religie en het koningshuis ‘achter de voordeur willen houden’ kunnen hier Dostojevski bevestigd zien: “… zelfs als de goden al lang van het wereldtoneel verdwenen zullen zijn: evengoed zal de mens dan nog voor idolen in het stof buigen.” (uit: De Gebroeders Karamazov)

Het gebeuren op het podium heeft iets van een feestje waarvan je je afvraagt wanneer het echt begint. De selectie staat er plotsklaps, zonder aankondiging of wat. Net als bij de prijsuitreiking gisteren omringd door de trommelaars uit Vak P. Mooi eerbetoon vind ik dat voor hun onvermoeibare inzet. Wout Brama toont zich de leider. Hij pakt de microfoon en zet supporter-yells in. Ik sla het enige tijd gade. Henk meldt dat Jannes als surprise act zal optreden. Het weerhoudt me niet mijn vriendengroep gedag te zwaaien. “Ik ga rijden. Vrijdag mag ik weer.”

Dit is een fragment uit het boek Onmachtig of Onmeunig, een seizoen met FC Twente in de Keuken Kampioen Divisie van Bert Westerink, te koop in onze webshop.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...