De voetbalcultuur van Andorra: Santa Coloma

Voor zijn boek Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa bezocht Joris van de Wier dé topclub van Andorra: Futbol Club Santa Coloma. De club won de Primera Divisió, die pas sinds 1995 bestaat, maar liefst tien keer. CE Principat, de allereerste topclub van Andorra, volgt op gepaste afstand met drie titels en die club bestaat niet eens meer.

Het was ook een vreemde club. Ooit opgericht door de stamgasten van restaurant Charlie’s, waar de Andorrese fanclub van Real Madrid was gevestigd. Deze gloryhunters waren in 1997 de eerste club uit Andorra die Europa in mochten omdat ze kampioen waren geworden. Dundee United was veel te sterk en won thuis met 9-0 en met 0-8 in Andorra. Ook de twee jaar erop werd Principat landskampioen en mocht het Europa in. Veel beter werden de resultaten niet. Van Ferenvaros werd met 1-8 en 6-0 verloren en tijdens het laatste Europese optreden was Viking Stavanger met 0-11 en 7-0 te sterk.

Daarna zakte Principat weg en in 2015 verdween de club. Ondertussen was FC Santa Coloma uitgegroeid tot de nieuwe topclub van de dwergstaat. Alleen in 1997 eindigde El Don, zoals de bijnaam van de club luidt die als een ‘capo di tutti capi’ heerst over het Andorrese voetbal, niet in de top 3. Al die titels leverde FC Santa Coloma veel avonturen op in de voorrondes van de Champions League. Daarin presteerde de club een stuk minder. Slechts eenmaal werd El Don niet meteen uitgeschakeld, maar over het algemeen zijn de kampioenen van Armenië, IJsland, Luxemburg en Gibraltar een maatje te groot.

Toch ben ik erg benieuwd naar deze Goliath van het Andorrese voetbal. Na wat mailverkeer over en weer kom ik in contact met Annabel Llevot. Zij is de secretaris van FC Santa Coloma en regelt alles bij de club. De club blijkt in een kantoor te huizen en niet in een stadion. Het kantoor zit vreemd genoeg niet in Santa Coloma, maar in de hoofdstad Andorra la Vella. Het zenuwcentrum van de grootste club van het land is amper te vinden. Na een aantal rondjes door een geestdodend winkelcentrum te hebben gelopen vind ik eindelijk het kantoor. Het is niet meer dan een kamer, maar heeft toch iets leuks door alle bekers, sjaaltjes en vaantjes die er zijn uitgestald. Eindelijk voetbalcultuur in Andorra.

Semi-profs

Het kantoor van Llevot is ondanks de tl-buizen en het witte systeemplafond best een leuke werkplek. Zij laat mij een sjaal zien van het IJslandse Breidablik en een vaantje van Lokomotiv Moskou waarop, niet verrassend, een trein is afgebeeld. Daarna begint ze haar verhaal. “Ik ben van origine een advocate uit Spanje. Via-via kwam ik bij deze club terecht en ik vind het heerlijk om te doen. Ik ben de enige persoon die fulltime voor FC Santa Coloma werkt. Zelfs de spelers zijn geen fullprofs. Zij trainen vier avonden per week.”

“Er zijn wel een paar spelers die niet werken naast de trainingen. Zo hebben we sinds dit seizoen Joan Capdevila in ons elftal. Jij als Nederlander zal hem wel kennen. Hij stond linksback tijdens de WK-finale van 2010, toen wij wereldkampioen werden.” Dat was een pijnlijke opmerking, dus ik trek snel de kaart dat Andorra nog nooit van Nederland of een Nederlandse ploeg gewonnen heeft. Een goede comeback, maar Llevot is toch ontzettend trots op de Europese avonturen van haar club.

Europees voetbal

“Als club uit Andorra weet je bijna zeker dat je er meteen uitvliegt. Onze rivaal UE Sant Julià was de eerste Andorrese club die het gelukt is om de eerste ronde te overleven. Zij speelden twee keer gelijk tegen Tre Fiore uit San Marino en gingen door na strafschoppen. Daarmee konden zij ons een tijdje pesten, maar in 2014 lukte het FC Santa Coloma ook. We wonnen hier in Andorra van het Armeense FC Banants met 1-0 en zijn daarmee tot vandaag de dag de enige Andorrese club die ooit een Europese wedstrijd heeft gewonnen. In de return verloren we met 2-3 en dat was genoeg om door te gaan. De wedstrijd in Armenië was zo mooi. Onze keeper Eloy Casals scoorde in de vierde minuut van de blessuretijd en daardoor gingen wij een ronde verder. Zoiets maak ik nooit meer mee.”

Llevot glundert nóg als ze het over deze wedstrijd heeft. Een ronde later was Maccabi Tel Aviv te sterk, maar voor clubs als FC Santa Coloma zijn de Champions League-wedstrijden in juli altijd het hoogtepunt van het seizoen. “Onze deelname aan de Champions League zorgt altijd voor veel aandacht voor de club. De dagen en weken na de wedstrijd, krijg ik veel brieven van over de hele wereld. Van Nederland tot aan de Verenigde Staten en van Argentinië tot aan China. Zeker uit dat laatste land krijg ik veel post. Soms willen mensen informatie over de club, een andere keer vragen ze of ik iets op kan sturen en weer andere mensen willen ons gewoon feliciteren. Ik blijf dat heel bijzonder vinden.”

“Onze spelers vinden die wedstrijden ook heerlijk, al lukt het niet iedereen om verlof te krijgen. Voetbal is hier niet belangrijk, dus veel werkgevers vinden het onzin om hun werknemers vrij te geven als zij een wedstrijd moeten spelen. Op onze Europese thuiswedstrijden komt wel wat publiek af, maar er reist niemand met ons mee. Voor de meeste supporters is FC Santa Coloma ook niet hun eerste club. Dat is vaak FC Barcelona en soms Real Madrid.”

Clowns

De Spaanse advocate laat mij trots de prijzenkast van de club zien. Er staan heel wat indrukwekkende bekers in. De ene nog kitscheriger dan de andere, zoals het hoort. Van FC Basel kreeg de club ooit een beeld van een doodenge clown. Dat is Zwitserse humor, want bij Hearts in de prijzenkast heb ik ook ooit zo’n griezelclown uit Basel gezien. Llevot gooit er ’s avonds vaak een jas over, omdat ze het een eng beeld vindt. Verder staan er grote bekers, waaronder die voor de Andorrese landskampioen. Nationaal gezien is geen club groter dan FC Santa Coloma, dat de meeste titels en bekers won.

Llevot: “Er zijn vier grote clubs in Andorra. Als een wedstrijd tussen die vier wordt gespeeld, trekt dat altijd meer toeschouwers. Maar dé wedstrijd hier is wanneer wij tegen UE Sant Julià spelen. Dat duel wordt in Andorra El Clàssic genoemd. Misschien een beetje een grote naam voor clubs die pas sinds de jaren tachtig bestaan, maar het is wel dé grote wedstrijd hier. Daar komen twee- tot driehonderd man op af en dat is voor Andorrese begrippen erg veel. Een andere belangrijke is onze derby tegen UE Santa Coloma, El Derbi Colomenc wordt die wedstrijd genoemd. Een heel jonge derby die pas een paar jaar wordt gespeeld, omdat UE Santa Coloma pas sinds 2008 op het hoogste niveau uitkomt en voorheen ons tweede team was. Zij hebben nog tegen FC Twente uit Nederland gespeeld.”

Voetbalcultuur

Ondanks de passie van Llevot voor het Andorrese voetbal kan ook zij niet ontkennen dat de sport totaal niet leeft in het land. “Mensen in Andorra houden meer van skiën dan van voetbal. Zelfs op wedstrijden van het nationale team komt bijna niemand af. Ik hoop dat het ooit verandert, maar denk van niet. De faciliteiten zijn de laatste jaren wel een stuk beter geworden dankzij het nieuwe nationale stadion en ook waar wij spelen is het enorm verbeterd. Maar voor de toeschouwersaantallen maakt dat niets uit. Dit blijkt gewoon geen voetballand te zijn.”

Als ik het kantoor van Annabel Llevot weer verlaat, laat ik ook het enige stukje voetbalcultuur van Andorra achter mij. Ik sta weer in een winkelstraat waar het draait om de goedkoopste sigaretten en belastingvrije alcohol. Ik vermoed dat dit het Europese land is waar men het minst om voetbal geeft.

Pot 6 – Op bezoek bij de Voetbaldwergen van Europa is te koop in de Staantribune Webshop.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...