Kaapverdië speelde gisteren voor een rechtstreeks ticket naar het WK van 2026. De ‘Blauwe Haaien’, met maar liefst vijf in Rotterdam geboren spelers in de selectie, troffen in de Afrikaanse kwalificatie Libië. In Café Patricia, waar de geur van grog en vispastei zich vermengt met spanning en hoop, kijkt de Kaapverdisch-Rotterdamse gemeenschap iedere wedstrijd nagelbijtend mee. Namens Staantribune sprak Joep Tuijn met oud-international Toni Varela en onderzocht hij hoe het Kaapverdische voetbal een brug slaat tussen de eilandengroep en Rotterdam.

Ik spreek af met Toni Varela op het trainingscomplex van Sparta Rotterdam. Terwijl jeugdspelers bezweet van de Pim Doesburg-tribune naar de parkeerplaats lopen, komt Varela aanlopen met de ontspannen tred van iemand die de hectiek van de profwereld heeft overleefd. Sinds zijn afscheid als speler van Chabab Rif Al Hoceima in 2019 is hij hier jeugdtrainer.

“Grappig eigenlijk,” zegt hij, terwijl hij even naar het veld kijkt. “Ik trainde hier vroeger zelf ook als jeugdspeler. Het is mooi dat de jeugd tegenwoordig op hetzelfde complex traint als het eerste. Dat maakt tastbaar wat ze willen bereiken.”

Toni Varela (39) heeft meer dan 200 duels achter de rug in het betaalde voetbal — van RKC en Sparta tot het Oostenrijkse SV Horn — en droeg jarenlang het shirt van Kaapverdië.

Rotterdam-West op het wereldtoneel

In 2010 reed de technisch directeur van de Kaapverdische bond door Nederland, op zoek naar spelers met roots op de eilanden. Varela was één van hen. “Je wilt als kind natuurlijk voor Oranje spelen, maar dit voelde zó goed. Mijn ouders waren heel trots. Mijn vader kwam via Portugal naar Nederland, en ik ben op mijn vierde met mijn moeder meegegaan naar Rotterdam-West, voor een beter bestaan.”

De eerste Kaapverdianen in Nederland waren scheepsvaarders die zich in Rotterdam vestigden. Vandaag de dag wonen er zo’n 30.000 mensen met Kaapverdische roots in de stad. “Ik ben opgegroeid met veel andere Kaapverdianen. We hadden altijd een groepje Rotterdammers in de nationale ploeg, dat is nu nog steeds zo,” zegt Varela.

Koude oorlog

Zijn debuut voor Kaapverdië maakte hij meteen tegen ene Cristiano Ronaldo. “De Hollandse school hielp enorm. We hadden echt een team met karakter: slagers achterin, voetballend middenveld en technische buitenspelers. Je voelde: dit komt goed.”

Foto: Pro Shots

Als ik Varela vraag hoe de Afrikaanse kwalificaties eraan toe gaan moet hij lachen als een boer met kiespijn. “Koude oorlog op het vliegveld, drie uur wachten bij de paspoortcontrole, slechte hotels, matig eten. We stonden eigenlijk al 1-0 achter. Maar in de kleedkamer zetten we muziek op, lachten we met elkaar, en zodra we het veld opliepen — klik — dan ging de knop om.”

De eerste kwalificatie ooit voor de Afrika Cup in 2013 was een historisch moment. “De loting was bijzonder, met Marokko, Angola — ook Portugeessprekend — en gastland Zuid-Afrika. In Soccer City, dat voor het WK 2010 gebouwd was, konden we door de vuvuzela’s nauwelijks communiceren.”

Vermoeden van corruptie

De Kaapverdische fans maakten een diepe indruk op Varela, die nog steeds met glinsterende ogen terugdenkt aan die tijd. “Ze dansten tijdens de wedstrijd. Als onze linksbuiten een schaar maakte waarmee we geen meter opschoten, ging het hele stadion los. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik daaraan denk.”

In 2014 liep de WK-droom op pijnlijke wijze mis. “Dat was de ultieme droom: een WK in Brazilië. Ik heb echt een traantje gelaten. Ik denk nog steeds dat er corruptie in het spel was.”

Varela vertelt over het mislopen van het WK 2014.

Kaapverdië werd door de FIFA uitgesloten omdat er een geschorste speler zou zijn opgesteld in een wedstrijd tegen Tunesië. Het resultaat (2-0 winst) werd omgezet in een 3-0-nederlaag. “De schorsing werd niet kwijtgescholden. Anders hadden we het gewoon gehaald, daar ben ik echt van overtuigd.”

Toeteren met een vlag uit het raam

Varela verwacht dat de emoties opnieuw hoog zullen oplopen als Kaapverdië zich nu wél kwalificeert. “De Kaapverdische fans zijn gruwelijk. Vooral met die open wond van 2014. Rotterdam-West gaat ontploffen. Vooral op het Heemraadsplein — daar vertelden de Kaapverdische zeelieden vroeger hun verhalen.”

Varela blijft betrokken bij de gemeenschap. In Kaapverdië kwamen in augustus zeker acht mensen om het leven als gevolg van een tropische storm. “Dat is de kracht van de Rotterdamse Kaapverdianen: ze investeren nog steeds op het eiland. Na de storm was dat ook goed te zien in de vorm van inzamelingsacties.”

Varela glimlacht: “Maar ik kijk thuis op de bank. Ik moet analyseren. Op een terras? Niet te doen. Maar als ze winnen, ga ik toeteren in de stad, hoor. Met een vlag uit het raam.”

“Als ze winnen, ga ik toeteren in de stad, hoor.”

Café Patricia: het elfde eiland

De volgende dag loop ik door Rotterdam-West, Delfshaven — Nieuwe Binnenweg, het kloppend hart van de Kaapverdische diaspora. Ik denk aan wat Varela gisteren zei. Hij kent de Rotterdamse jongens in het nationale elftal goed en houdt ze met beide benen op de grond. “Ik weet hoe het is om een WK te missen. Ze moeten realistisch blijven, eerst maar eens drie punten.”

Restaurants, stomerijen, supermarkten, kappers – om de paar meter wappert blauw met sterretjes boven de gevel: de Kaapverdische vlag. Zo ook bij de Kaapverdische kroeg Café Patricia: een begrip in de buurt.

Aan de muren: foto’s van alle tien de Kaapverdische eilanden. Buiten lijkt het een doorsnee kroeg, binnen een elfde eiland. Maria — of Patricia, ze luistert inmiddels naar beide namen — staat al 27 jaar met een glimlach achter de bar én in de keuken. Ze lacht zoals alleen mensen lachen die al dertig jaar dronken mannen weten te temmen.

Maria (rechts) samen met haar collega.

Grog en vispastei

Maria kent alle gasten, alle gasten kennen Maria, en alle gasten kennen elkaar. De geur van grog en vispasteitjes vult de ruimte. Grog blijkt het spraakwater te zijn van de gemeenschap, en dus besluit ook ik over te stappen. “Veldonderzoek,” mompel ik tegen de Volkskrant-journalist naast me. Het blijkt rum gemixt met water, ooit populair onder piraten. En als iets populair is onder piraten, draait het vaak zelden om de smaak, maar om puur rendement.

Twee fans zitten klaar voor wedstrijd.

Ik laat twee vispasteitjes door de grog mijn maag inzwemmen als ik in gesprek raak met Wilkar, een 23-jarige Kaapverdische student. Hij heeft in Café Patricia een tweede huiskamer gevonden. “Ik ben zó trots op mijn land,” zegt hij. Hij heeft twee klasgenoten meegesleurd.

Een van hen draagt een Kaapverdisch shirt dat hij duidelijk recent heeft aangeschaft. “Veel mensen weten niet eens dat Kaapverdië bestaat. Maar dat verandert als we het WK halen,” zegt Wilkar met een brede glimlach.

Een kwartier voor de wedstrijd loopt de kroeg langzaam maar zeker vol met Kaapverdische Rotterdammers, uitgerust in kledingstukken met de nationale vlag erop. Uit het grote scherm klinkt Portugees commentaar terwijl de zwoele muziek van Cesária Évora zachtjes door de boxen galmt. De wedstrijd begint en binnen de minuut vliegt er een bal in eigen doel. 1-0 achter. Het Kaapverdisch-Creools dat volgt is geen poëzie.

Café Patricia loopt langzaam vol.

Scootmobiel

Aan de bar zit Carlos, 69, kunstbeen, leren jack met Portugees wapen. Hij komt meerdere keren per week vanuit Schiedam op zijn scootmobiel naar de kroeg. “Ik ben Portugees,” zegt hij, “maar alle Portugezen zijn ook voor Kaapverdië.” Hij rookt buiten een sigaret en wijst naar de gevel. Twee vlaggen: Portugal en Kaapverdië, gebroederlijk naast elkaar. “Samen opgehangen met collega,” zegt hij, in charmant gebroken Nederlands. Hij bedoelt de andere journalist.

Carlos heeft een goede band met Maria. “Ze is mijn tweede moeder. Ze geeft me een schop onder m’n kont als ik het nodig heb,” zegt hij lachend.

De tweede helft begint als een slechte herhaling. 3-1 achter. De muziek lijkt minder vrolijk, de creoolse kreten klinken zachter. Tot Antonio — “100% Kaapverdiaan, altijd” — zich naar me buigt en zegt: “Niemand had verwacht dat we zo ver zouden komen. Kijk om je heen. Dit is al winst.”

Dan, plots: 3-2. De keeper van Libië trapt over de bal heen. De bar ontploft. Carlos schreeuwt iets over omkoping. Antonio reageert in het Portugees met iets wat klinkt als “hou je bek, Carlos.” Acht minuten later: 3-3. De vloer kleeft van de drank. Iedereen schreeuwt instructies naar de televisie alsof ze er invloed op hebben. Antonio durft bijna niet meer te kijken.

De hoop keert terug bij de fans na de 3-3.

Onterecht buitenspel

Twee minuten voor tijd krijgt Kaapverdië een reuzenkans: vier aanvallers tegenover één verdediger van Libië. Ze scoren. Iedereen gilt. De ogen van Antonio worden nat. Maar de grensrechter vlagt onterecht voor buitenspel. Dit is de Afrikaanse kwalificatie, en een VAR is hier geen standaard.

Gejuich bij het vermoedelijke winnende doelpunt.

De meeste bezoekers hebben hun rug al naar het scherm gedraaid om met Kaapverdische vlaggen richting het Heemraadsplein te rennen, maar een paar bezoekers – en Maria – sussen de boel. “Buitenspel jongens!” roepen ze.

Het eindigt in een gelijkspel, waardoor de Blauwe Haaien het WK-ticket nog niet beet hebben. De vlaggen worden niet gezwaaid, maar opgevouwen. Antonio glimlacht. “Maandag tegen Swaziland. Dan komt het goed.” Ik geloof hem. Ik wil hem geloven. De grog maakt het verschil denk ik.

Stand in Groep D met nog één wedstrijd te gaan:

Pos Team Wed W G V Ptn DV DT +/− Kwalificatie
1 🇨🇻 Kaapverdië 9 6 2 1 20 13 8 +5 Geplaatst voor WK 2026
2 🇨🇲 Kameroen 9 5 3 1 18 17 5 +12 Mogelijke deelname play-offs
3 🇱🇾 Libië 9 4 3 2 15 12 10 +2
4 🇦🇴 Angola 9 2 5 2 11 9 8 +1
5 🇲🇺 Mauritius 9 1 2 6 5 7 17 −10
6 🇸🇿 Swaziland 9 0 3 6 3 6 16 −10