Midden in de werkweek uren in de auto zitten en honderden kilometers onderweg zijn voor in totaal elf doelpunten van FC Differdange 03, US Mondorf en F91 Dudelange, drie clubs uit de Luxemburgse hoogste voetbaldivisie. Een leek zal zich afvragen waarom, maar iedere groundhopper zal snappen wat er gebeurt in de hoofden van twee fijnproevers. Een paar dagen groundhoppen in Luxemburg dus.
Het idee voor onze Luxemburg-trip ontstaat als vriend Thijs een appje stuurt. Zonder enige context verschijnt op een dag: “15 juli Differdange – Drita in de eerste kwalificatieronde van de Champions League” in mijn scherm. “Drita”, antwoord ik. “Onwillekeurig gaan m’n gedachten terug naar Leroy Fer als centrale verdediger”, app ik erachteraan, doelend op een van de eerste wedstrijden die mijn cluppie Feyenoord onder leiding van Arne Slot speelde.
Met een hattrick voorkomt Guus Til die dag – laatste goal in de 90e minuut – een afgang tegen de Kosovaren. Enkele minuten later stuur ik er nog een bericht achteraan. “Wel vet. Vier uurtjes rijden.” “Verder dan gedacht”, krijg ik terug, “maar nog steeds te doen natuurlijk.”
Richting Differdange
En dus zit ik op een dinsdagmiddag in de auto richting Differdange. Na een lange ochtenddienst die al vroeg begon, pik ik Thijs op in Maastricht om een voorrondeduel van FC Differdange 03 te zien. Het is een lange weg, ook mentaal. We zijn allebei woordgrappenmakers en we merken al na een uur of drie dat woordgrappen over buitenlandse stadsnamen best wel eens vermoeiend kan gaan worden. Stipt 18.45 uur parkeer ik de auto in de parkeergarage onder ons gehuurde appartement. Nog vijf kwartier tot de aftrap. De tickets zijn al in de pocket.
Vanuit ons voor voetbalromantiek perfect gelegen appartementje – een slaapbank en een tweepersoonsbed niet ver van de eerste ground – lopen we in een minuut of vijf naar Stade Municipal de la Ville de Differange. Bovenop een heuvel zijn de spelers van beide teams al bezig met de warming-up, zien we door het open hekwerk heen. De reservekeeper van Drita heeft als taak zijn basiscollega in te schieten, maar de eerste voorzet die we waarnemen, haalt de zestien niet eens.
Europees duel
Een klein groepje Kosovaarse supporters verzamelt zich ondertussen bij de ingang voor het uitvak, terwijl een rockversie van You’ll Never Walk Alone buiten het stadion al te horen is. De geur van vette worsten en afgebakken brood waait met een zachte bries onze kant op.
Als we verder lopen richting de security, laat niks je geloven dat er een duel van Europees kaliber op het programma staat. In De Kuip zouden de tribunes nu al in vuur in vlam staan, zou DJ Panic de hoge en lage tonen voorgoed uit je oren draaien, maar niets van dat alles hier. Op een verdieping bovenaan de met gekleurde stoeltjes bezette hoofdtribune wordt aan een statafel een stapel rode en zwarte vlaggetjes voorzien van het woord ‘Allez’. Verderop vormen zich twee rijen, een voor de broodjes, een voor de biertjes. Beide te krijg voor slechts vier euro.
Waanzinnig uitzicht
Met in iedere hand één versnapering laten we ons zakken op de moderne stoeltjes. Het uitzicht is waanzinnig. Door de schuine hellingen om je heen voelt alles uit evenwicht, het treinspoor dat pal achter een van de doelen loop, geeft om de tien minuten een wonderlijk maar heerlijk sfeervol beeld en de mensen die bovenaan die spoorlijn staan te barbecueën hebben topvermaak tijdens hun diner én goedkopere plekken dan wij – al is 25 euro niet veel natuurlijk.

De thuisploeg heeft vandaag wat goed te maken vanavond, want in het heenduel zijn ze met 1-0 onderuitgegaan. Dat blijkt in de openingsfase uit niets. We hebben onze tanden nog voor geen tweede keer in het broodje worst kunnen zetten of de eerste bal van Drita ligt al in het netje: virtueel 2-0 voor. Een kwartier later valt de tweede goal al, een Luxemburgse overwinning lijkt ver weg. Laat staan het bereiken van een volgende ronde. De man met de mooiste naam van het veld – Lempereur, wat wij Luxemburgs vinden voor ‘de overwinnaar’ – zit er niet lekker in. Maar terwijl de vijf man tellende harde kern zich verderop op de hoofdtribune laat horen, krijgt Differdange zowaar een opleving. Én een aansluitingstreffer.
Winst voor Drita
Na rust is de zonsondergang een stuk fraaier dan het spel, maar hetgeen waar je op hoopt, gebeurt dan toch: een late penalty voor de thuisploeg. Vakkundig binnengeschoten en gevierd met fanatisme waar ik de Luxemburgers nog niet eerder op heb kunnen betrappen. Je weet – zelfs al ben je hier nog nooit geweest – dat het hier dan kan gaan spoken. Nog maar één goal nodig voor een verlenging en nog vijf minuten blessuretijd te gaan. Na drie minuten is alle hoop alweer vervlogen als Drita de winnende binnenprikt uit een scherpe counter.
Direct na het fluitsignaal negeren twee kleine prinsesjes de strenge UEFA-instructies en betreden de mat om hun beste dans te laten zien. Wij onderzoeken Differdange verder en stellen vast dat het centrum op een dinsdagavond niet de allerbeste plek is. In een cultureel café aan een pleintje zitten twee mannen aan tafel, hun neuzen diep in hun telefoons gestoken. Onze niet onaardige ‘bon soirs’ worden niet beantwoord en aan de bar verschijnt niemand. Nu niet, na vijf minuten niet en ik sluit niet uit dat er nooit iemand zou verschijnen. Als ik omkijk naar de twee mannen, zitten ze er nog precies hetzelfde bij. We lopen weg en nog één keer kijk ik door de ruit; nog steeds onbewogen.
Geen cafés
Ergens op een T-splitsing verderop zien we nog twee opties. De eerste is een soort kantine, waar een interessante melange aan types voor de deur hangt. We besluiten net dat die tent het niet gaat worden, als we onze blikken op de linkerkant van de straat werpen. Een niet onaardig tonend cafeetje, met een klassieke bar in het midden, en een flikkerend tv-scherm ergens achterin de zaak. Ik druk mijn neus tegen de ruit voor een definitief positief oordeel, als ik plots een zacht zoemend geluid hoor.

Het komt van boven en het komt op me af met de snelheid van een Luxemburgse zonsondergang. Achter me hoor ik nog een lachje, een beetje grinnikend. Het is ons niet gegeven op deze midzomeravond in Differdange. De tent sluit en het zoemende geluid kondigt een naderend rolluik aan.
Lichtvoetig door het leven
En zo eindigen we uiteindelijk bij een sportsbar, vlak naast het stadion waar zojuist de Champions League-kraker is gespeeld. Buiten zitten de vijf fanatieke aanhangers van Differdange op het terras aan de ene kant, een groepje Kosovaren aan de andere kant. Binnen zit een man in z’n eentje aan een cola en blond bier. Aan een lange tafel zitten vier ouderen te kaarten.
Plots stopt een dik aangeklede Mini Cooper voor onze neuzen. Een, twee, drie, vier man komen eruit, de laatste twee klauterend achter de bestuurdersstoel langs. “Is dat niet een speler?” vraagt Thijs net, terwijl ik denk een andere te herkennen. Drinkend en misschien stiekem een sigaretje rokend verwerken deze semi-profs en hun supporters de nederlaag en de uitschakeling. Net als wij lijken ze meer te genieten van een ontmoeting met onbekende Europeanen dan dat ze balen van hun eigen falen. Wat een heerlijke houding, het doet me denken aan de Differdengse prinsesjes. Heerlijk lichtvoetig door het leven.
Dag 2 – Metz, Homécourt
We heropenen de jacht op een Luxemburgse overwinning. Regulier wordt er vandaag niks gespeeld, maar in het Noord-Franse Homécourt staat US Mondorf een pittig potje te wachten tegen FC Metz, een ploeg uit Ligue 1. Na een dagje stad en een snelle stop bij Stade Saint-Symphorien – het échte thuis van FC Metz – klimmen we weer wat op de landkaart, naar het slaapstadje Homécourt dus. Het is inmiddels een traditie dat FC Metz hier zijn eerste wedstrijd van het seizoen speelt. De burgemeester van het dorp geeft zelfs een interview aan de krant, zo lees ik, en hij zegt enorm uit te kijken naar de komst van de ploeg. Wij sluiten ons daar graag bij aan, al is het om de Luxemburge trilogie straks te kunnen voltooien.

Een rood polsbandje geeft ons toegang tot de karakteristieke witte betonnen tribune. Onder de ene witte partytent worden aanlokkelijke glazen bier verkocht, onder een andere broodjes bratwurst, frites en merquezworstjes. We laten het laatste even voor wat het is, maar van het eerste nemen we royaal. Met de glazen in ons hand zoeken we een plekje in de zon. Het witte beton van de tribune is belegd met houten balken die dienen als zitvlak. Op rij 1 en 2 nog anderhalve plek. Thijs maakt aanspraak op de voorste zitplaats en kan nog maar net over de reling kijken. Ik zit recht achter hem, met mijn rechterarm tegen een Franse kleuter en met mijn linker bil over het bankje bungelend.
Mondorf
Mijn slapende bil, ik en Thijs hebben vervolgens een blik van herkenning als we de spelers van Metz en Mondorf zien plaatsnemen langs de lijn. De dug-outjes zijn klein en daarom zijn er picknickbanken van het goedkoopste soort naast gezet. Met van dat glanzende hout en op groene pootjes. Er staan er twee naast iedere dug-out. Voor de uitploeg net toereikend, maar de selectie van de Fransen is groot vandaag, waardoor de bankjes akelig beginnen door te zakken. Voor één wissel blijkt dit oefenduel nu al een verloren variant van zakdoekje leggen; de banken zitten echt vol en hij moet noodgedwongen bij een teammaat op schoot.
Op het veld gebeurt weinig, al zijn we fan van de reusachtige spits van 2.06 meter bij Metz en van de 77 van Mondorf, die vol oogt, maar alles onderschept. We proberen op te zoeken wie hij is, maar het internet geeft ons in Homécourt geen eenduidig antwoord. En ook nu weet ik het nog niet, al is het alleen al voor het verhaal.
Vermakelijke sfeer
Het spel wordt er met heel veel nieuwe spelers niet per se beter op, maar de sfeer is vermakelijk. Ook bij ons, want de invalspits van Mondorf blijkt nóg langer dan de keeper bij de tegenstander. Ondertussen is de rij voor de worstjes is zó lang dat ik halverwege besluit op te geven en maar voor extra bier ga. Het geeft me de gelegenheid om nog eens van andere kanten naar dit complex te kijken. De mensen die op de groene heuvel rondom staan, de fotografen die toch redelijk massaal zijn uitgerukt voor dit nietszeggende potje, de zon die ons na een verregende middag weer in mediterraanse sferen brengt, de handgeschreven bordjes bij eetkraampjes; het voelt als een soort buurtmiddag.
De wedstrijd eindigt uiteindelijk in 1-0 voor Metz. Weinig doelpunten, veel plezier, leuk complex. Het doet allemaal denken aan de zomervakanties van onze jeugd, een soort feest waar je je lokale idool kunt ontmoeten. Er gaan veel mensen op de foto met die lange keeper en met de geblondeerde sterspeler. Een jongetje ging op de schouders, zijn Metz-shirtje in de lucht. En er was zelfs iemand die een foto van de buschauffeur maakte. Diegene was ik.
Dag 3 – Dudelange
Idee voor deze derde dag ontsproot met het feit dat Thijs graag een foto van mij wilde naast het plaatsnaambordje van Dudelange, zodat hij ‘Lange Dude’ als bijschrift kon toevoegen. Opmerkelijk genoeg vond ik dat nog best een goede reden. Hoe dan ook is deze trip weer met een dag verlengd. Vanavond op het programma de kraker F91 Dudelange en Inter Club d’Escaldes, het terugduel in de voorronde van de Conference League.

Het is het enige duel waarvan we geen kaartjes vooraf konden regelen, het is dus een gokje. We moeten nog een hele dag afwachten en om de tijd te doden, voetballen we zelf een potje in Yutz, spelen we daarna 2-tegen-2 met lokale Luxemburgse jeugd in Rumelange, redden een hoog overgeschoten bal uit het ravijn en om het antropologisch onderzoek wat diepgang te geven, bezoeken we het mijnmuseum. We levnen ontspannen toe naar onze finale avond.
UEFA-eisen
Volgens Thijs is ons laatste hotel ook weer gunstig gelegen voor het stadion. Maar ja, hoe klein dit dorp ook is, er zijn twee stadions, zo zie ik op mijn telefoon. “Ik kijk even”, zegt Thijs. Om al snel te concluderen dat de clubwebsite stelt dat we vandaag niet bij hun eigen stadion moeten zijn, maar bij het andere. “Waarschijnlijk vanwege de UEFA-eisen”, vul ik aan. En dus lopen we naar het niet zo dichtbijgelegen stadion. Bergop, in de warmte, zonder voldoende eten na twee voetbalwedstrijden en een mijnavontuur.
Bovenaan is er voor ons gevoel precies niets, behalve heel veel rust een uur voor een Conference League-wedstrijd. De doelen staan nog ingeklapt en behalve drie kinderen is hier niemand te zien. Net als we concluderen dat hier niets gespeeld gaat worden, horen we in de verte toch geluid dat kan duiden op voetbal. We horen wat geroep en het kaatsen van een bal. We lopen nog iets door, waarna we op een lagergelegen veld aan de andere kant van de heuveltop een man of twintig in actie zien. Zonder shirt, zonder regels, zonder tv-ploegen langs de lijn. Het is niet meer dan matig getalenteerde lokale jeugd.
Op zoek naar kaartjes
En dus hebben we met nog drie kwartier tot de aftrap geen kaartjes en eigenlijk ook geen idee waar we moeten zijn. Toch maar het eigen stadion proberen dan. We lopen dezelfde route terug, langs het centrum, langs ons hotel, een nieuwe heuvel op. Licht trillend van de honger, zin in bier ook wel. “Zou dit een fan zijn?” denk ik. Ik vermoed er meer te zien. Het voelt levendiger hier. Als er een touringcar opdoemt bovenaan een steile weg met in oranje letters Escaldes op de voorkant, voelen we dat we warm zitten. Maar eigenlijk gaan mijn gedachten naar de spelers van de uitploeg. Die hebben dus kennelijk een uur of achttien in de bus gezeten voor een Europese wedstrijd. Lekkere voorbereiding.
Net als wij. Bij een van de betonnen kassagebouwtjes sluiten we aan in de rij. “Twee tickets”, probeer ik in het Frans. “Avec carte bancaire”, waarna de man nee knikt. “Only cash”, klinkt het brommend en melodieus tegelijk. Uit onze zakken peuteren we nog net de laatste euro’s. Veertig hebben we er nodig voor de goedkoopste plekken, vijftig voor zitplaatsen op de hoofdtribune. Na goed zoeken hebben we opgeteld genoeg voor de luxe van een stoeltje en een plekje in de schaduw. De keerzijde blijkt al gauw dat we binnen niks meer hebben om drinken of – nu nog belangrijker – eindelijk iets te eten te kopen.
Artikel gaat verder onder de foto’s