Roberto Baggio is vandaag vijftig jaar geworden. Wanneer in de jaren tachtig en negentig in Italië zijn voornaam ter sprake kwam, kwam er een spontane herhaling van zijn achternaam. Er was maar één Roberto en die voetbalde de sterren van de hemel. De Italiaanse boeddhist had met en zonder paardenstaart een X-factor die niemand onberoerd liet. Er schuilde iets magistraals, bijna goddelijks in zijn balgevoel. “Baggio, Baggio”, klonk overal ter wereld als een mantra voor voetbalschoonheid.

Zijn carrière begon zoals die ook zou eindigen: op een bescheiden niveau. Bij Vicenza, spelend in de Serie C1, manifesteerde het supertalent zich als de drijvende kracht. Bij Baggio ging alles op techniek en souplesse, zijn nationaliteit leek eerder Braziliaans dan Italiaans. Fiorentina heette het volgende station, maar enkele dagen na de ondertekening van zijn contract bij Viola sloeg het noodlot toe. Een zware knieblessure zou hem een jaar buitenspel houden, met de onzekerheid of hij ooit weer op hoog niveau zou kunnen spelen. De club uit Florence bleef echter alle vertrouwen houden en respecteerde, ondanks een ontsnappingsclausule, het overeengekomen contract.

En met succes. Tussen 1985 en 1990 speelde Baggio 94 wedstrijden in het paars en scoorde hij 39 doelpunten. Het was typisch voor de speler die door Michel Platini een ‘9,5’ werd genoemd. Geen klassieke nummer 10, maar ook geen echte centrale aanvaller. Het feit dat hij in vijf seizoenen tot slechts 94 wedstrijden kwam, was eveneens veelzeggend. Blessures waren nooit ver weg zodra Robygol het veld betrad.

soccerfanshop.nl

In 1990 tekende hij voor Juventus, de club die net als Fiorentina in 1990 de finale van de UEFA Cup had bereikt. De Florentijnse tifosi waren woedend. Zeker toen hun vertrekkende held tegen zijn toekomstige ploeggenoten het hoge prijskaartje, 18 miljard lire, niet kon waarmaken. Fiorentina verloor de finale. In Turijn werd het 3-1 en thuis werd het 0-0. Maar dat hij zijn oude club nog in zijn hart droeg, bleek op 6 april 1991. Toen weigerde Baggio een penalty te nemen tegen zijn oude kompanen.

In de zomer van 1990 zou hij de rest van de wereld kennis laten maken met zijn fabelachtige techniek. Met nummer 15 op zijn rug speelde hij op het WK in Italië tegen Tsjecho-Slowakije. Hij sneed met een van de mooiste lichaamsschijnbewegingen ooit door de verdediging heen en liet de 2-0 eindstand noteren. Schillaci werd die zomer de Italiaanse topscorer, Baggio kon zijn grote doorbraak als fantasista noteren.

Ondanks zijn fabelachtige techniek heeft hij gedurende zijn loopbaan tegenstand ondervonden. Vooral van zijn trainers. De meest voorkomende verwijten varieerden van ‘onvoldoende teamspeler’ tot ‘egoïstische solist’. Mannen als Capello en Lippi hadden een broertje dood aan spelers die het strijdplan in de war schopten met frivole ingevingen. Roberto Baggio was echter niet in een keurslijf te persen. Hij was een kunstenaar op het veld en werd vergeleken met de grote vijftiende-eeuwse schilder Raffaello. Zijn virtuositeit stond buiten kijf en het leverde Baggio een karrenvracht aan individuele prijzen op. Met als kroonjuweel de Gouden Bal in 1993. Natuurlijk won hij ook clubprijzen, maar de naam Baggio stond vooral voor individuele klasse.

In 1994 liet hij dat zien door een stroef draaiend Italiaans elftal naar de finale van het WK te loodsen. In de achtste finale voorkwam hij een zeker lijkende uitschakeling tegen Nigeria. Baggio scoorde vlak voor tijd de gelijkmaker en in de verlenging de winnende treffer. Ook in de kwartfinale tegen Spanje sloeg hij op het laatste moment toe, ditmaal met de winnende treffer in de 88ste minuut. Tijdens de halve finale tegen Bulgarije was hij duidelijk eerder bij de les, getuige zijn doelpunten in de 21ste en 25ste minuut. Italië won met 2-1.

Voor de finale werd duidelijk dat de sterspeler van Italië nog maar op halve kracht kon spelen vanwege een hamstringblessure. Tegen Brazilië kon hij nauwelijks lopen en schoot hij zich op bizarre wijze in de annalen van meest memorabele WK-momenten ooit. Baggio knalde de beslissende strafschop huizenhoog over en dompelde Italië in rouw. Nadien mochten de fijnproevers nog een decennium genieten van zijn techniek. Hij speelde na Juventus voor AC Milan, Bologna, Internazionale en Brescia. Het zou hem behalve plezier ook deelname aan het WK van 1998 opleveren.

In 2004 moest hij het afleggen tegen de natuurwetten. Op 28 april van dat jaar kreeg hij op 37-jarige leeftijd een afscheidswedstrijd bij de Azzurri. Met het haar al grijzend aan de slapen, viel het sportieve doek voor één van de sierlijkste voetballers uit de Italiaanse historie. Niet veel later speelde hij zijn laatste wedstrijd in het shirt van Brescia. De vrije trappen- en penaltyspecialist is een held voor altijd. Roby, buon compleanno!