Als je twee keer een week in Lissabon kunt doorbrengen omdat je dochter er studeert, is dat natuurlijk een uitgelezen kans om de voetbalcultuur en stadions van de stad te leren kennen. En dat betreft veel meer dan alleen de twee grootmachten Benfica en Sporting.
Wat bijvoorbeeld te denken van het bijzondere Estádio Nacional, waar Celtic in 1967 de Europa Cup I wist te winnen, van Inter? Nog altijd heeft het stadion een enorme aantrekkingskracht op de groen-witte Bhoys uit het Schotse Glasgow. Daarnaast zijn ook Atlético CP, Clube Oriental, Belenenses CDOM en Casa Pia zeer de moeite waard om te vereren met een bezoekje.
Lisbon Lions
De Uber-chauffeur gaat langzamer rijden als we voor het stadion langs rijden en vraagt of ik bij het zwembad moet zijn, dat een paar honderd meter verder ligt. Ik antwoord dat ik voor het stadion kom en fronsend kijkt hij me aan, waarna ik de auto uitstap. Het is hier een verlaten boel. Estádio Nacional do Jamor werd opvallend genoeg gebouwd en geopend in de Tweede Wereldoorlog en is dus vooral bekend van die voor de Schotten legendarische wedstrijd in 1967. De prestatie van het beste team ooit van Celtic is – zoals ik begin oktober nog met eigen ogen zag – vereeuwigd met de Lisbon Lions Stand op Celtic Park.

Rondom het stadion in een buitenwijk van Lissabon is nog altijd duidelijk te zien wat deze plek voor de Celtic-supporters betekent. Overal zijn stickers van de club en van de verschillende supportersgroepen achtergelaten.
Openluchtstadion
Estádio Nacional is een openluchtstadion waarvan nog maar weinig gebruik wordt gemaakt. Wel wordt hier nog altijd jaarlijks de finale van de Taça (de Portugese beker) gespeeld. Naar binnen kan ik vandaag niet (een norse bewaker toont geen enkel mededogen) maar door de hekken heenkijkend krijg ik toch een aardig beeld van deze monumentale plek. In 1955 werd hier de eerste door de UEFA georganiseerde internationale wedstrijd gespeeld, tussen het toen erg invloedrijke Sporting en Partizan Belgrado (3-3 in de eerste ronde van de dat jaar voor het eerst gespeelde Europa Cup I).

Er hangt een mooie plaquette van de finale uit 1967, er is een eerbetoon aan Eusébio, die hier schitterde, en de toegangsgebouwtjes werpen je tientallen jaren terug in de tijd. Om nog maar te zwijgen van de indrukwekkende lichtmasten.
Het stadion ligt verscholen in het grote Jamorpark en ik probeer er een rondje omheen te lopen. Dat valt nog niet mee met alle steile bospaadjes en het levert bovendien weinig op. De tribunes blijven grotendeels aan het zicht onttrokken en het bos is aan de achterzijde afgesloten met een hek, waardoor ik dezelfde route terug moet klimmen en klauteren. Een groundhopper moet wat over hebben voor zijn hobby.
Er zijn overigens plannen om het stadion te renoveren zodat het gebruikt kan worden voor het WK van 2030. Het zou een mooi eerbetoon zijn voor deze historische voetbaltempel.
Estádio da Tapadinha
Hooggelegen in de wijk Alcántara, in het zuiden van de Portugese hoofdstad, ligt Estádio da Tapadinha, de thuisbasis van Atlético Clube de Portugal, spelend in Liga 3, het derde niveau. De semiprofs van Atlético spelen vanmiddag een bekerwedstrijd tegen het een divisie hoger spelende FC Felgueiras 1932, en ik kan eenvoudig een kaartje kopen voor vijf euro. Het enthousiasme van de stadionspeaker staat in schril contract met de beleving van de amper vijfhonderd aanwezige toeschouwers.

Waar hij de doelpunten en de start van de tweede helft becommentarieert alsof de Champions League wordt gewonnen, worden de – overwegend – gezinnen op de tribune niet warm of koud van zijn pogingen het publiek op de banken te krijgen, noch van de wedstrijd, ondanks dat de thuisploeg met 2-0 weet te winnen.
Ongekende schoonheid
Het stadion is van een ongekende schoonheid. Twee dagen eerder deed ik al een voorverkenning, nu probeer ik een alternatieve route naar de ingang. Ik loop door een park, maar dat blijkt hoe verder ik kom geen uitgang te hebben naar het stadion. Uiteindelijk klim ik over een twee meter hoge dikke muur aan de verlaten achterkant van het stadion, om nog net op tijd voor de aftrap op de tribune te kunnen plaatsnemen. Nogmaals: een groundhopper moet wat over hebben voor zijn hobby.
Betonnen zitjes, afgebladderde verf, een niet meer te gebruiken tribune aan de lange zijde, een openlucht VIP-ruimte met tuinstoelen achter het doel, en toiletten waaraan sinds de opening in 1926 niets meer gedaan lijkt te zijn. Maar: het rood, geel en blauw waarmee de clubnaam overal te zien is en – als je op de goede tribune zit – het uitzicht op het Christusbeeld aan de overzijde van de Taag en de indrukwekkende rode 25 Aprilbrug maakt alles goed.

Hoogtepunt van Belém en woest blaffende honden
En dan zijn er nog veel meer juweeltjes van stadions in Lissabon. Alleen al vanuit de lucht ligt Estádio de Restelo er fraai bij. Het onderkomen van CF OS Belenenses is natuurlijk het hoogtepunt van de wijk Belém, voor wie wat verder kijkt dan de bekende toeristische attracties Torre de Belém, Padrão dos descobrimentos en het Jeronimosklooster. Een andere must-see is Campo Engenheiro Carlos Salema van Clube Oriental. De in het oosten van de stad gelegen club speelt in de Campeonato de Portugal, het vierde niveau.
De Uber-chauffeur, duidelijk onbekend met de charme van deze club, zet ons aan de verkeerde kant van het stadion af, in een nogal onfrisse buurt waar bewoners vanachter hun gordijnen in hun met muurschilderingen opgefleurde betonkolossen naar ons gluren. We worden opgewacht door vijf woest blaffende straathonden, maar gelukkig zit er een hek tussen ons en de bloeddorstige monsters zodat we niet verslonden worden. We lopen razendsnel door, maar een torenhoge betonnen muur ontneemt het zicht op het stadion volledig.

Met gevaar voor eigen leven beklim ik een heuveltje, begroeid met kniehoog gras en bezaaid met afval en andere onbestemde voorwerpen. Balancerend op een betonblok kan ik mijn telefoon net boven de muur houden en een plaatje schieten. De andere kant van het stadion is er gelukkig wat beter aan toe. Een geweldige toegangspoort met een kijkgaatje dat zicht biedt op een muur met de geschiedenis van de club erop geschilderd, bilheterias (kassahokjes) in een muur die jarenlang beschoten lijkt te zijn en speciaal voor pottenkijkers zoals ik is er tegen de muur een autoband gezet waar je op kunt gaan staan. Zo heb je toch nog een adembenemend uitzicht op het veld en de fantastische backdrop met onder meer de enorme Vasco da Gamabrug.
Os gansos
Ik bezoek verder nog Casa Pia AC in het Pina Manique stadion. Os gansos (de ganzen) promoveerden in 2022 en spelen sindsdien na 83 jaar weer op het hoogste niveau. Het stadionnetje met plek voor maar 2.500 toeschouwers is niet geschikt voor dat niveau en dus speelt de club haar thuiswedstrijden zo’n 85 kilometer verderop, in Rio Maior, in een overigens ook vrij klein stadion.
De schoonmaakploeg heeft een poort open laten staan en dus lukt het ons om binnen een kijkje te nemen. Spelen op het hoogste niveau heeft ervoor gezorgd dat er relatief veel reclame hangt, maar wie verder kijkt dan z’n neus lang is, ziet dat de club oog heeft voor haar geschiedenis, met onder meer een muurtekening van de naamgever die op deze plek in 1780 een weeshuis stichtte.

In de wijk Moscovide ligt Estádio Alfredo Marques Augusto stadion van CDOM (Clube Desportivo Olivais e Moscovide), spelend op het vijfde niveau. Een echt wijkstadionnetje, met kunstgras, verweerde kuipstoeltjes, een barretje voor de socios en omringd door hoogbouw.
Een beetje vergelijkbaar met het een paar kilometer verderop gelegen Campo Branca Lucas, van Sport Lisboa e Olivais, waar ik veel moeite doe om over een muurtje heen te kijken, alvorens tot de ontdekking te komen dat ik honderd meter verderop ongestoord het complex kan oplopen.
Estádio da Luz en José Alvalade
En ja, als je in Lissabon bent, moet je natuurlijk wel langs bij Benfica en Sporting. Allebei vrij moderne stadions, maar met hun respectievelijk rode en groene kleuren en asymmetrische vormen, toch echt wel eyecatchers in de stad. Met een beetje gunstige aanvliegroute kun je ze vanuit de lucht samen op één foto krijgen. Bij Estádio da Luz is er vanzelfsprekend een fraai eerbetoon aan Eusébio en mooi bij het José Alvalade zijn de beeltenissen van oud-topspelers aan de buitenkant van het stadion.
Prominent aanwezig is uiteraard het gezicht van Ronaldo, de beroemdste zoon van Sporting, die je meteen aankijkt als je de metro uitkomt. Wij bezoeken de competitiewedstrijd tegen laagvlieger Rio Ave. Het valt niet mee om kaartjes te krijgen, maar uiteindelijk lukt het om plekjes te bemachtigen in de nok van het stadion, tegen een te hoge prijs. De gang naar (en naderhand van) het stadion is zoals die hoort te zijn: metro’s volgepakt met supporters in een uitgelaten stemming. De sfeer is gemoedelijk, veel groen-witte sjaaltjes en shirts, nauwelijks uitpubliek, een 4-0-overwinning, weinig rottigheid en ronduit indrukwekkend: ruim 47.000 man die luidkeels meezingen met een stadionsong op de melodie van My way.
