De Derby van Baskenland: Athletic Club – Real Sociedad

De Derby van Baskenland tussen Athletic Club en Real Sociedad is een kwartiertje bezig als in een van de hoekvakken van het San Mamés stadion ineens een spandoek verschijnt. Daarop staan twee spelers afgebeeld: Inaxio Kortabarria en José Ángel Iribar, de voormalige aanvoerders van beide clubs. In hun handen houden ze een ikurriña, de Baskische vlag. Het is een verwijzing naar een historisch moment van veertig jaar geleden. Supporters van beide clubs klappen hard voor het spandoek en schreeuwen “Independenztia! Independenztia!”

De toon is gezet. Het duel tussen Athletic Club en Real Sociedad is één van de meest vreemde wedstrijden van Spanje. Op papier is het een van de grootste derby’s van Spanje, maar de kans op geweld is miniem. Er is een uitvak aangewezen, maar dat is voor deze wedstrijd niet nodig. Er zitten duizenden supporters van Real Sociedad tussen het thuispubliek en in het uitvak zitten mensen in het rood-wit van Athletic Club. Deze twee clubs zijn geen vijanden, maar broeders. Sommige supporters zijn zelfs letterlijk broers. Zeker in de honderd kilometer die Bilbao van San Sebastián scheidt, zijn veel dorpen met families waar de ene voor Athletic Club is en de andere voor Real Sociedad.

Gezamenlijke vijand

De Amerikaanse antropologe Mariann Vaczi deed jarenlang uitgebreid onderzoek naar de Baskische fancultuur. Haar bevindingen verschenen in de publicatie Soccer, Culture and Society in Spain: An Ethnography of Basque Fandom. Daarin staat een aantal redenen waarom de supporters zo goed met elkaar kunnen opschieten. Vaczi: “Alles rondom de derby van Baskenland heeft de kenmerken van een diepe rivaliteit. Athletic Club en Real Sociedad zijn veruit de grootste clubs in deze streek en de steden hebben een verschillend karakter. Beide clubs vissen bovendien in dezelfde vijver voor spelers en supporters.”

“Je verwacht dus een enorm beladen derby, maar dat is het totaal niet. Dat komt doordat de Baskische identiteit boven alles gaat. De supporters hebben één gezamenlijke vijand: Spanje. De afkeer voor Spanje is veel groter dan die voor elkaar. Er is samenwerking nodig om die vijand te verslaan en dan moet je elkaar niet in de haren gaan vliegen.”

Het belangrijkste voorbeeld van die samenwerking was in 1976, toen de ikurriña het veld op werd gedragen. Veertig jaar daarvoor was de fascist Franco in Spanje aan de macht gekomen. Een van zijn speerpunten is het onderdrukken van bevolkingsgroepen als de Catalanen en de Basken. Zo mogen de Basken hun taal niet meer spreken en wordt hun vlag verboden. Athletic Club moet haar naam veranderen in Atlético Bilbao. Zelfs als Franco in 1975 eindelijk sterft, blijft deze regelgeving van kracht. Dit tot frustratie van vele Basken.

Eén van hen is Josean de la Hoz Uranga. Hij speelt voor Real Sociedad en is een nationalistische Bask. Hij wil dat Baskenland zich zo snel mogelijk afscheidt van Spanje. Dat is in 1976 nog ver weg. Toch wil hij iets doen. Iets dat een grote impact heeft. Op 5 december staat de derby van Baskenland op het programma en dat is natuurlijk een uitstekend moment daarvoor. Zijn plan is om die dag een ikurriña te tonen aan het publiek. Dat lijkt makkelijk, maar is het niet. De Baskische vlag is verboden en dus nergens te koop. Zelfs voor het in het bezit hebben van de vlag kun je de gevangenis in worden gegooid.

Gelukkig is de zus van De la Hoz Uranga goed met naald en draad. Hij vraagt aan haar of ze de vlag kan naaien, maar vertelt haar niet waarvoor hij de ikurriña gaat gebruiken. Zij komt er pas achter als ze op de radio naar het verslag van de derby luistert.

Separatistische orgie

Het volgende probleem van De la Hoz Uranga is dat hij tijdens de derby van Baskenland niet bij de selectie zit. Hij overlegt met zijn aanvoerder Inaxio Kortabarria. Die gaat akkoord met het plan om bij opkomst de vlag te dragen. Kortabarria neemt contact op met Athletic-aanvoerder en Spaans international José Ángel Iribar met het verzoek samen de ikurriña te dragen. Er is een voorwaarde: beide aanvoerders vinden dat iedere speler akkoord moet gaan met het plan. Als het niet unaniem wordt gedragen, gaat het niet door. Met de ikurriña het veld oplopen, kan namelijk grote gevolgen hebben. Een schorsing, gevangenisstraf of erger.

Mensen barsten in tranen uit, anderen juichen keihard en sommige supporters kijken angstig naar de reactie van de aanwezige agenten

Bijna valt het hele plan in het water. De la Hoz Uranga wordt op weg naar het stadion aangehouden. Hij heeft op dat moment de vlag in zijn tas. Gelukkig voor hem doorzoeken de agenten die niet. Een paar uur later lopen beide aanvoerders met de ikurriña in de hand het veld op en leggen ze de vlag op de middenstip. Geen van de spelers, die alle Bask zijn, heeft bezwaar aangetekend. In het stadion wordt met ongeloof gereageerd als ze het tafereel zien. Mensen barsten in tranen uit, anderen juichen keihard en sommige supporters kijken angstig naar de reactie van de aanwezige agenten. Die doen niets. Pas als de wedstrijd begint, wordt de vlag ingenomen.

De volgende dag spreken de Madrileense kranten er schande van. Een van hen noemt de wedstrijd een “separatistische orgie” en hoopt op harde maatregelen. Real Sociedad-supporter Imanol was erbij die dag. De kwieke zeventiger spreekt geen Engels, maar zijn kleinzoon Mikel wel en vertaalt het verhaal van zijn opa graag. Imanol wordt emotioneel als hij over de wedstrijd uit 1976 spreekt. “Dat de spelers met de ikurriña het veld opliepen, is het mooiste moment uit mijn leven. Wij Basken werden onderdrukt en vernederd. Wij mochten niet eens onze vlag in bezit hebben en daar op het veld, voor iedereen zichtbaar, was de ikurriña ineens te zien.”

“Ik was even bang dat de spelers werden opgepakt, maar Spanje had door dat je een volk niet voor eeuwig kunt blijven onderdrukken en liet het toe. Nu laten we onze vlag nooit meer afpakken. Kijk maar eens hoeveel er hier alleen al op het plein te zien zijn.” Mikel pakt zijn telefoon erbij en laat de foto zien waarop Kortabarria en Iribar met de vlag het veld op lopen. Opa Imanol krijgt een glimlach op z’n gezicht en steekt zijn duim op.

Friendly derby

Bij de derby van Baskenland van vandaag is het dragen van een ikurriña geen enkel probleem. Honderden zijn er in en rondom het stadion te zien. De daad van beide aanvoerders in 1976 zorgt namelijk voor de legalisering van de vlag. Na die derby dienen verschillende Baskische burgemeesters het verzoek in om de vlag op te mogen hangen bij hun gemeentehuis. De Spaanse regering gaat met tegenzin akkoord en op 25 januari 1977 wappert de ikurriña trots op het stadshuis van Pamplona. Andere steden volgen niet veel later en het wordt ook toegestaan om een Baskische vlag in huis te hebben. Dit allemaal dankzij een voetbalwedstrijd.

Gelukkig is de meest beroemde ikurriña niet verloren gegaan en hangt deze in het museum van Real Sociedad. Mede door dit voorval is de band tussen supporters van Athletic en Real Sociedad erg hecht. Het gevolg is dan ook dat de Baskische derby de meest vriendelijke ter wereld is. Hier geen moeilijk kijkende figuren in ‘Stoon IJsland’ die denken dat ze Danny Dyer zijn. De fans van Athletic Club en Real Sociedad staan gebroederlijk naast elkaar in de straten van Bilbao.

Er wordt gegeten, gedronken en geklaagd over de scheidsrechter van de week ervoor. Dit alles in volstrekte harmonie. Julen, supporter van Athletic, drinkt samen een biertje met Asier, een fan van Real Sociedad. Hij probeert de rivaliteit uit te leggen. “Ik denk dat deze wedstrijd uniek is in de wereld. Volgens mij zijn er weinig derby’s waar de supporters samen staan te drinken. Natuurlijk wil ik dat wij vandaag winnen. Dat hoop ik namelijk altijd en het drinkt net wat lekkerder met drie punten op zak. Maar ook al verliezen wij vandaag, dan sta ik hier straks toch samen met Asier.”

Asier vult zijn vriend aan: “Wij supporters hebben geen hekel aan elkaar. Vandaag wil ik natuurlijk heel graag winnen, maar dat is vooral omdat ik het anders morgen op mijn werk krijg te horen. En ik kan bij winst de rest van de avond Julen plagen, haha. De club, of eigenlijk clubs, die ik echt haat zijn Real en Atlético. Ik spuug op Madrid. Wist je dat in Madrid een supporter van ons is vermoord door de extreemrechtse Frente Atlético van Atlético Madrid? Aitor Zabaleta was zijn naam. De reden waarom hij is doodgestoken is omdat hij een Bask was. Fascisten zijn het. Vroeger vriendjes van Franco en dat zijn ze nog steeds.”

San Mamés

Behalve de vriendschap tussen de supporters is ook het nieuwe San Mamés uniek in Spanje. Het is namelijk op ongeveer dezelfde plek gebouwd als het oude San Mamés. De club uit Bilbao heeft geleerd van de verhuizing van Real Sociedad naar een nieuw stadion. Het compacte Atocha werd ingeruild voor Anoeta, dat een vreselijke sintelbaan heeft. De sfeer is daardoor een stuk minder geworden. In 2013 besloot de clubleiding van Athletic Club dat het ook tijd werd voor een nieuw stadion. De supporters stonden niet te springen van enthousiasme. San Mamés lag in het centrum van de stad, omringd door barretjes en het stadion stond bekend als het meest intimiderende van Spanje. El Cathedral was de bijnaam en het was onderdeel van het DNA van de club.

De clubleiding koos daarom niet voor de makkelijkste en goedkoopste optie. In plaats van een kil gedrocht op een industrieterrein buiten de stad, werd een lap grond naast het oude stadion gekocht. Er is zelfs een overlapping tussen het oude en het nieuwe stadion. Het nieuwe San Mamés ligt iets dichter bij de rivier en heeft 14.000 stoeltjes meer dan het oude. Aan het uiterlijk is ook veel aandacht besteed. In de stad van het Guggenheim Museum kom je er niet mee weg om een gewone arena neer te zetten. De buitenkant van het nieuwe San Mamés ziet eruit als een kunstwerk. Het beste aan het nieuwe stadion is de geweldige akoestiek. Niet voor niets heeft de Spaanse bond San Mamés aangewezen voor het EK in 2020, al zitten de meeste supporters van Athletic Club helemaal niet te wachten op het Spaanse elftal.

Spanje staat voor alles wat wij Basken niet zijn. Het is een conservatief, achterlijk land vol met racisten

De haat tegenover Spanje zit nog altijd heel diep. Athletic-supporter Inigo walgt ervan dat La Roja hier over vier jaar gaat voetballen en dat de stad dan overspoeld zal zijn door mensen in het shirt van Spanje. “De meeste Basken hebben echt helemaal niets met het Spaanse elftal. Tijdens het WK in 2010 in Zuid-Afrika stond ik hier ook te drinken, maar dan in een oranje shirt en ik was niet de enige. Ik heb gevloekt toen de teen van Casillas het doelpunt van Robben voorkwam. Spanje staat voor alles wat wij Basken niet zijn. Het is een conservatief, achterlijk land vol met racisten. Hoe eerder we onafhankelijk zijn, hoe beter. Misschien ga ik wel naar wedstrijden tijdens het EK, maar dan in een shirt van de tegenstanders van Spanje.”

Cantera

Eén van de discussies in de kroegen gaat over welke club nu het meest Baskisch is. Bij Athletic Bilbao zien ze zichzelf als dé club van het Baskenland. Dit mede dankzij hun beleid om alleen Basken in de ploeg te hebben: de zogenaamde cantera-politiek. Ondanks deze beperking die de club zichzelf heeft opgelegd, een erg populaire maatregel bij de supporters, is Athletic Club een van de meest succesvolle clubs in Spanje. Vandaag staat er wel een speler op het veld met een niet-Baskische achternaam: Williams. De aanvaller heeft een Ghanese vader en een Liberiaanse moeder, maar is geboren in Bilbao. Daardoor kan hij voor Athletic spelen. Williams heeft zelfs een Baskische voornaam: Iñaki.

Daarnaast is er nog een vreemde eend in de bijt: Aymeri Laporte. De verdediger is een Fransman, maar als Franse Bask mag hij voor Athletic Club spelen. Hij is niet de eerste Franse speler die het rood-witte shirt aantrekt. Bixente Lizarazu, uiteraard ook een Bask, ging hem voor.

Waar Athletic nog altijd een strikt beleid van alleen Basken voert, is Real Sociedad daar al in 1989 mee gestopt. In dat jaar werd de Ier John Aldridge van Liverpool gekocht. De spits werd een succes en sindsdien hebben veel buitenlanders voor de club uit San Sebastián gespeeld. Bekende namen zijn Darko Kovačević, Nihat, Sander Westerveld en Antoine Griezmann. Vandaag staan er zeven Basken in de ploeg van Real Sociedad. Een Argentijn, Braziliaan, Mexicaan en een Spanjaard maken het elftal compleet. Het is niet genoeg om de elf Basken te verslaan. Athletic Club wint met 3-2.

Dat de derby van Baskenland winnen niet het allerbelangrijkste is in de levens van de supporters van Athletic Club, is te merken na het laatste fluitsignaal. Natuurlijk wordt er gejuicht en gefeest, maar niet overdreven. Er worden handen geschud met de supporters van Real Sociedad. Het is en blijft een vriendelijk Baskisch onderonsje. De volgende speelronde staat voor Athletic Club een wedstrijd tegen het gehate Real Madrid op het programma, een club die voor alles staat waar de supporters een hekel aan hebben. Dat duel winnen is veel belangrijker, al is deze overwinning wel heel erg lekker voor in de kroeg, waar de supporters van beide clubs elkaar na de wedstrijd weer zien. Buiten het stadion wordt gezwaaid met Baskische vlaggen. Iets dat veertig jaar geleden verboden was, maar dankzij een paar voetballers met enorm veel lef vandaag de dag heel normaal is.

Dit artikel was eerder te lezen in Staantribune #9, de Spanje special. Deze is te na te bestellen in de Staantribune Webshop, ook in een pakket van 3, 10 of 15 edities naar keuze.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...