De dag na de vliegramp bij Superga ontwaakt Turijn in shock. La Stampa brengt in de ochtendkrant een ode aan de overleden spelers door hun foto’s respectvol te plaatsen onder de kop ‘De aristocratie van het Italiaanse voetbal’. Niet alleen voetbalfans, maar iedere Turinees realiseert zich dat een tijdperk ten einde is. Een tijdperk van hoop en trots. Van wederopbouw op de smeulende resten van de oorlog. Nu is er, totaal onverwacht, een nieuw dieptepunt bereikt. Zichtbaar voor allen die met lood in de schoenen Superga beklimmen om met eigen ogen de gevolgen van de ramp te zien. Op de plek waar het vliegtuig zich in de basiliek heeft geboord, is een gapend gat met een diameter van vier meter ontstaan. Maar de open wond in de harten van de rouwenden is vele malen groter. 

De afgelopen jaren hadden de spelers van Torino na alle oorlogsontberingen de glimlach teruggebracht, de hoop op een betere toekomst ook. Maar nu is ineens alles anders geworden. En om dat te voelen, hoef je niet op Superga te zijn geweest. De Milanese journalist Indro Montanelli verwoordt het gevoel van een heel land in de Corriere della Sera op poëtische wijze: “De helden zijn onsterfelijk in de ogen van hen die in ze geloven. En daarom geloven de jongetjes dat het elftal van Torino niet dood is, het is slechts onderweg.”

Hij lijkt zichzelf en zijn lezers op dit moment van immens verlies te willen troosten met de gedachte dat de jongste fans hun voetbalhelden zullen blijven imiteren en dat het voor hen weinig verschil zal maken dat die helden zelf geen bal meer zullen aanraken. Hoewel de grote mannen er zelf niet meer zijn, zullen de kinderen op de pleinen van Turijn zichzelf nog steeds Mazzola, Loik of Gabetto noemen tot het moment waarop ze, ouder geworden, niet meer om de waarheid heen kunnen. 

Verder schrijft Montanelli in het stuk dat hij de pakkende titel ‘In het grote stadion van het Hiernamaals speelt Mazzola de bal naar Gabetto’ meegeeft: “Het is pas vijf dagen geleden dat we ze voor de laatste keer hebben zien spelen, hier in Milaan. Het elftal was incompleet, aanvoerder Mazzola ontbrak door een blessure. (…) Die avond in Milaan kronkelde de moedeloosheid door het stadion omdat het elftal van de rivaliserende stad zich de vijfde scudetto op de borst had genaaid, nota bene in San Siro. Maar morgen al begint het onkruid te groeien op de graven van die achttien jonge atleten die een homerische en eeuwige jeugd leken te symboliseren.”

Het sprookje van Torino is plotseling geëindigd. En niet met: ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. 

Van Roberto Pennino (1971) verscheen in het voorjaar van 2018 het boek Onsterfelijk Torino bij de Nederlandse Sportboeken Club. In 2016 sprak hij in Italië met nabestaanden van de slachtoffers, onder wie Sandro Mazzola (de zoon van aanvoerder Valentino) en Bill Lievesley (de zoon van trainer Leslie Lievesley). Uit die gesprekken, aangevuld met zijn ervaringen en passie voor het Italiaanse voetbal, schreef hij een voetbalgeschiedenisboek. Uit het boek blijkt eens te meer dat het noodlot niet alleen de direct betrokkenen treft, maar nog generaties lang kan nadreunen.

Eind mei verschijnt de Italiaanse vertaling van Onsterfelijk Torino. Uitgever Bradipolibri Editore S.r.l. brengt het boek onder de titel Gli Immortali del Grande Torino e i ragazzi del 1949 uit op de Italiaanse markt.

De Italiaanse cover van Ontsterfelijk Torino.