De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Jean-Paul Rison (FC Afkicken).

Ik loop inmiddels tegen de dertig. Dat is in vele opzichten kut, maar een voordeel daarvan is dat ik nog net oud genoeg ben om de Serie A van eind jaren negentig te hebben meegemaakt. Als ik aan die periode denk, moet ik gelijk aan één speler denken, een man met meer uitstraling dan de hele huidige Serie A bij elkaar: Paolo Maldini.

Verdedigen, in sommige landen is het een vies woord. In Italië wordt het als pure kunst gezien. En terecht, als je het mij vraagt. De Laars heeft fantastische verdedigers voortgebracht, veelal spijkerhard, maar de allerbeste van allemaal was dat juist niet. Een verdediger, die verdedigen met recht tot een sierlijke kunst had verheven. Paolo Maldini. Geboren in een rood-zwart Milan-nest, en bijna vijftig jaar later een levende legende bij datzelfde Milan. Het valt vaak me op hoe weinig hij wordt genoemd, terwijl hij, als je het mij vraagt, de grootste Rossonero aller tijden is. Maar als we het hebben over de legendarische elftallen waarin hij speelde, gaat het al gauw over de Drie van Milaan, en later over Kaká, Shevchenko en Inzaghi.

Ik kijk graag naar Maldini. Geen verdediger die het spel beter kon lezen dan hij. Stond altijd goed en hoefde daardoor maar zelden een tackle te maken. En als hij een tackle moest maken, wist-ie vaak nog in balbezit te blijven ook. Completere verdedigers zijn er niet, want aanvallen kon-ie ook. Het middenveld in dribbelen met de borst vooruit, of een fantastische crossbal geven.

En dan die uitstraling hè. Stiekem willen we allemaal een beetje Paolo Maldini zijn. Wát een mooie man! De verpersoonlijking van voetbal- en modestad Milaan in één. Er is niemand die een Italiaans maatpak of het AC Milan-shirt beter staat dan hij; goed kapsel en een paar ogen waar mijn moeder het warm van krijgt. Niet voor niks het gezicht van vele H&M-campagnes. Oh man, had ik maar een snipper van zijn uitstraling. Maar het bijzondere aan Maldini vind ik dat je hem niet kunt aanwijzen als onderdeel van een bepaalde generatie.

Bijna 25 jaar onlosmakelijk verbonden aan Milan. Als kind al Rossonero (vader Cesare won al een Europa Cup met Milan), debuterend in een tijd dat Milan nog door fucking Waregem uit Europa werd gegooid en vervolgens alles met de club meegemaakt. Tegen Maradona gespeeld, met de Drie van Milaan, het Dream Team van Cruijff op hun donder gegeven. Maar ook alles gewonnen wat er te winnen viel, met Seedorf, Gennaro Gattuso en de speler die qua uitstraling nog het meest bij hem in de buurt kwam: Andrea Pirlo.

Met het gevaar om als een oude lul te gaan klinken, denk ik dat we verdedigers als Maldini na hem niet meer hebben gezien. Sergio Ramos komt wat mij betreft nog het meest in de buurt, ook compleet, maar ook compleet gek. Die pakt in een gemiddelde Clásico net zo vaak rood als Maldini in zijn hele carrière. Slechts één keer rood in een wedstrijd of duizend, een keer uit bij Ancona, nadat-ie eerst zelf een klap kreeg. Dat rechtvaardigt enige vergelding, als je het mij vraagt.

In tegenstelling tot andere clubiconen heeft Maldini zich na zijn carrière nooit gebrand aan een echte functie bij zijn grote liefde. Misschien is dat maar beter ook, want er zijn al veel iconen gesneuveld op die manier. Zijn nummer drie zal in ieder geval nooit meer gedragen worden bij Milan, of zoon Daniel moet het ooit nog tot het eerste elftal schoppen. En zo blijft de Maldini-legende voor altijd levend.

Jean-Paul Rison