Het is ruim tien minuten voor de aftrap van de derby FC DAC 1904 – Slovan Bratislava als de ruim 12.000 toeschouwers in de MOL Arena opveren. Hongaarse vlaggen en sjaals worden in de lucht gestoken en de hand wordt op het hart gelegd als ergens in de catacomben van het stadion een volkszanger ‘Nélküled’ aanheft. Het officieuze Hongaarse volkslied wordt uit volle borst meegezongen. Wanneer de laatste klanken na-echoën, schreeuwen de duizenden fans op de tribunes “Hun-ga-ria, Hun-ga-ria, Hun-ga-ria…

Dunajská Streda is een slapend provinciestadje 45 kilometer ten oosten van Bratislava. In veel opzichten voldoet het stadje (circa 22.000 inwoners) aan alles waar je bij het Oostblok aan denkt. Grauwe betonflats domineren de skyline. Net buiten de bebouwde kom is echter een totaal andere wereld opgetrokken. Het trainingscomplex van FC DAC 1904 is hypermodern. Twaalf voetbalvelden, een atletiekbaan, kantoren, kleedruimtes en diverse fitness- en relaxruimtes steken af tegen het verder kale steppelandschap wat kenmerkend is voor dit deel van Zuid-Slowakije. “De faciliteiten hier zijn vergelijkbaar met Ajax, maar ons eerste elftal is vergelijkbaar met FC Utrecht”, vertelt Remco ten Hoopen. De Nederlander, voormalig assistent-trainer van NEC onder Peter Hyballa, werd afgelopen zomer door de Duitser gevraagd om zijn rechterhand te worden in Dunajská Streda. Inmiddels is hij Hoofd Opleidingen. “Natuurlijk moest ik ook even op internet op zoeken waar het lag”, lacht hij. “Maar Peter was zeer enthousiast over de faciliteiten en daar is geen woord van gelogen.”

De MOL Arena van FC DAC 1904 is voor de derby tegen Slovan meestal nagenoeg uitverkocht.

Project DAC
Hyballa en Ten Hoopen zijn door Oszkár Világi aangetrokken om verder gestalte te geven aan ‘Project DAC’. De huidige eigenaar van de club -die overigens wordt gerund door zijn Belgische schoonzoon Jan van Daele- stond als kleine jongen al op de tribunes van DAC, dat in de jaren tachtig één keer de nationale beker van Tsjechoslowakije won en het in Europa Cup II-toernooi mocht opnemen tegen Bayern München. De multimiljonair is directeur bij Slovnaft, dat honderden tankstations in Slowakije bezit en een dochterbedrijf is van MOL, tevens naamgever van het stadion. “MOL maakt jaarlijks meer dan driehonderd miljoen euro winst. Oszkár heeft de club voor zes ton in 2014 gekocht. Voor hem een schijntje. Er moest eerst een nieuwe trainingscomplex en stadion komen voordat de sportieve ambities verder vorm konden krijgen. Die zijn nu gerealiseerd voor een totale prijs van bijna veertig miljoen euro. Voor de faciliteiten van onze academie en trainingscomplex is onze sportief directeur Jan bij Red Bull Salzburg en Ajax gaan kijken”, legt Ten Hoopen uit.

Supporters van DAC 1904 zingen voorafgaand aan elke thuiswedstrijd Nélküled massaal mee.

‘Nationale Elftal’
FC DAC 1904 ligt dit seizoen op schema voor de hoogste eindklassering sinds de oprichting van de Slowaakse profliga in 1993. Bij de lokale bevolking en dus de aanhang van DAC, die zich graag afzet tegen de gevestigde orde in het land en zodoende een grote hekel heeft aan het uit de hoofdstad afkomstige Slovan Bratislava, is Hongaars de voertaal. Naast het blauwgeel van de thuisclub is de ‘nationale’ driekleur rood-wit-groen overal zichtbaar op de tribunes. Het Nélküled, dat om de twee weken wordt opgevoerd op de middenstip, is een lied dat het lot van de vijf miljoen Hongaren die niet in eigen land (kunnen) wonen moet symboliseren. Wat verder opvalt is dat bij thuiswedstrijden van FC DAC 1904 leden van de harde kern van Ujpest en Ferencvaros zij-aan-zij staan met lokale supporters. “Supporters uit Hongarije rijden elke twee weken anderhalf tot twee uur hier naartoe. Zij vergelijken een bezoek aan DAC met een wedstrijd van het nationale elftal. Zeker als Slovan of FC Spartak Trnava op bezoek komt. De mensen hebben hier weinig met Slowakije. Dat zie je terug in de taal en de gebruiken. Hongarije zien zij als hun vaderland”, weet Ten Hoopen.

Remco ten Hoopen is Hoofd Opleidingen bij FC DAC 1904 (foto: Bob Thomassen)

Iets neerzetten
De 39-jarige Cuijkenaar heeft zijn eigen stekkie in het centrum van Dunajská Streda. “Waar ik vooral slaap, want ik ben elke dag van acht tot acht op de club.” Zijn appartement is van buiten goed herkenbaar, want een minidressje van amateurclub VCA uit Sint Agatha – waar Ten Hoopen tot vorig jaar hoofdtrainer was – is er op de ruit geplakt. Ten Hoopen wil de komende jaren samen met Hyballa zijn stempel drukken op FC DAC 1904. “Iets neerzetten voor de lange termijn. Oszkár en Jan hebben uiteraard wel een verdienmodel voor ogen. DAC wil en gaat spelers zelf opleiden en/of beter maken en voor winst verkopen. Onze begroting is ruim 4,5 miljoen euro. Ons salarisplafond is 5.000 euro. Maar met 1.100 euro heb je in Slowakije al een goed salaris”, zegt Ten Hoopen tot slot.