Als je aan honderd Nederlandse voetballiefhebbers vraagt of ze RSC Pâturageois (jawel, met een hoedje op de a) kennen, is de kans vrij groot dat niet één van die liefhebbers de club kent. Wellicht dat er een kunstliefhebber tussen zit die zich vaag herinnert dat Vincent van Gogh ooit aankwam in de Borinage op het station van Pâturages. Dat rijmt ook lekker, misschien is het iets voor de prutsers van Bløf, de band met de meest groteske teksten en irritantste drummer van Nederland.

Even serieus nu. Een grote rol van betekenis heeft RSC Pâturageois nooit gespeeld in het Belgische voetbal. Des te merkwaardiger is het om hun stadion te zien. Dat is namelijk fors voor een club in de marge. Je vraagt je dan ook af of het ooit vol heeft gezeten. De interessante hoofdtribune kan wel zo’n duizend toeschouwers herbergen en de staantribunes die in een ovaal het veld omzomen: daar passen er ook gauw vierduizend op. Veel te veel voor een club van deze statuur, in een diep in de Borinage verzonken stadje.

De naam mag er ook zijn: Stade Achille Delattre en het is werkelijk een bezoek waard. Geniet van de in de clubkleuren groen en geel geschilderde hoofdtribune en de details van natuursteen op de staantribunes. Saaie kunstgrasveldjes met overal dezelfde omheining en verhoogde kantine zien we hier in Nederland al genoeg.