“We fucking did it, mate!” Hij riep het vlak nadat ik op m’n schouder werd getikt en me omdraaide. Ik was bij Charlton Athletic en keek recht in de wazige ogen van een bezwete Engelsman. Een Guinness in z’n hand, de inhoud van een aantal eerdere exemplaren over zijn Charlton-shirt. Iets terugzeggen had weinig zin, want zijn val richting het gras was al ingezet.

Zijn tik op mijn schouder was waarschijnlijk net te veel geweest voor zijn evenwicht. Ik zie het allemaal nog voor me en kon op dat moment alleen maar lachen. Want ondanks zijn toestand had hij natuurlijk gewoon gelijk: we fucking did it! Charlton Athletic was een paar uur eerder op Wembley gepromoveerd naar het Championship.

Op de groundhoplijst

Charlton Athletic. Een jaar geleden was het voor mij niet meer dan een naam op mijn groundhoplijst. En nu stond ik hier: in de biertuin van de Green Man Pub bij Wembley. Toegevoegd aan de Nederlandse Charlton-fanclub, pint in de hand, en omringd door duizenden uitzinnige Addicks.

Charlton Athletic

Hoe dat zo gekomen is? Daarvoor moeten we terug naar augustus 2024. Naar een slecht gespeelde eerste thuiswedstrijd van het seizoen, een Staantribune-podcast met een zekere Ad Poot en een Duits netwerk dat beter werkte dan mobiel internet langs de Autobahn.

De eerste date

17 augustus 2024, Gravesend. Mijn strategisch gekozen basiskamp aan de Thames. Op papier idyllisch. In de praktijk  niet echt. Laten we het erop houden dat de Wetherspoon het meest luxueuze etablissement van de stad is. Ik at mijn ontbijt in diezelfde Spoons en vertrok naar het station, waar opvallend veel Charlton-fans zich richting The Valley bewogen voor de early kickoff van 12.30 uur.

Vanuit Charlton Station loop je in een paar minuten naar het stadion, dwars door een verrassend nette wijk. Typisch Engelse rijtjeshuizen met, iets minder typisch Engels, keurige voortuinen. Onderweg passeer je The Valley Café, waar je kunt ontbijten of een vette hap kunt scoren. Het café ademt de sfeer van Charlton, zoals alleen een Engels buurtcafé dat kan.

Floys Road

Als je The Valley Café rechts laat liggen, sla je meteen linksaf en dan meteen weer rechts om Floyd Road te vervolgen. Na een minuutje doemt ineens een enorme tribune op. De geur van gebakken uien komt je tegemoet, een kraampje verkoopt sjaals, petjes en mutsen, en dan weet je: ik ben er. In één klap midden in de Engelse voetbalsfeer.

Charlton Athletic

Voor de fanshop, opvallend groot voor een club op het derde niveau, staat een enorme rij. Terwijl ik achteraan aansluit, realiseer ik me: Charlton mag dan sportief zijn afgezakt, dit is toch wel een club van formaat.

Een stukje geschiedenis

Buiten het stadion voelde ik, nog voordat ik een stap binnen had gezet, de aantrekkingskracht van deze club al. Overal zie je logo’s, foto’s en informatie over de clubgeschiedenis. Zo lees je bijvoorbeeld het verhaal over hoe het stadion in de jaren tachtig verlaten moest worden vanwege aangescherpte veiligheidseisen, na onder andere het Heizeldrama en de Bradford City-brand.

Een eigenaar die weigerde te investeren in renovatie, dwong Charlton tot een tijdelijke verhuizing naar Selhurst Park, het stadion van Crystal Palace, tot groot ongenoegen van de eigen fans. Pas in 1992 keerde Charlton terug op The Valley, mede mogelijk gemaakt door een door supporters opgerichte politieke partij: The Valley Party’ Een partij met maar één programmapunt: ‘Getting Charlton Athletic back to The Valley’.

Dit soort verhalen, daar mag je me ’s nachts gerust voor wakker maken. Bij voorkeur gebeurt dat dan wel door een dertig- à veertigjarige blondine in een strak Charlton-shirt. Een shirt dat dan ook echt past, graag. Maar we dwalen af…

De eerste vonk

Ik wilde vroeg het stadion in. Mijn plek: de West Stand aan de lange zijde, met uitzicht op de Alan Curbishley Stand. Daarachter, alsof het er speciaal voor het effect staat, de hoger gelegen huizen van Charlton Village. Pas dan zie je hoe diep The Valley eigenlijk ligt en waaraan het stadion zijn naam te danken heeft.

Charlton Athletic

Ik probeerde me voor te stellen hoe het ooit geweest moest zijn, toen hier in 1938 meer dan 75.000 mensen schouder aan schouder stonden te schreeuwen tijdens een wedstrijd tegen Aston Villa. The Valley was toen een van de grootste stadions van het land, een grote betonnen bak met staanplaatsen.

League One

Ondanks dat Charlton inmiddels vaste klant is in League One en het stadion meestal maar voor de helft gevuld krijgt, zo’n 13.000 man op een goede dag, hangt er een sfeer van jewelste. Vooral vanaf The Covered End klinkt flink wat getrom en gezang, dat dankzij de akoestiek goed blijft hangen. Je zou bijna denken dat het twee keer zo druk is.

Wat ik ook kan waarderen, is de vaste opkomstmuziek. Niet iets moderns of luidruchtigs, maar Red Red Robin, een bigbandklassieker uit de jaren dertig die hier al decennialang door de speakers schalt.

Beroerde wedstrijd

De wedstrijd zelf was beroerd, maar ik genoot van alles om me heen. Naast me zat een man die aan mijn accent natuurlijk meteen kon horen dat ik niet uit de buurt kom. In een Engels stadion ben je dan al snel een interessant gespreksonderwerp. Hij bleek geboren en getogen in Charlton, zijn hele familie woont er nog. Zelf had hij jarenlang in Lancashire gewoond, maar was sinds kort weer terug.

Charlton Athletic

Dit was zijn eerste wedstrijd in tien jaar op The Valley. Terwijl hij dat zegt, slaat zijn stem een beetje over en veegt hij een traantje uit zijn ooghoek.

Uiteindelijk viel-ie toch nog: de 1-0, diep in blessuretijd. Tegen Leyton Orient, toen gewoon ‘de tegenstander van vandaag’, maar later ook de tegenstander in de play-off finale. Dat wist op dat moment natuurlijk nog niemand. The Valley ontplofte. Mijn dag was compleet, en ergens daar op die tribune voelde ik het: dit was geen groundhop meer. Dit was mijn eerste date met Charlton Athletic.

De podcast

Dat ik hier überhaupt belandde, had deels te maken met een Staantribune-podcast waarin Ad Poot een uur lang vertelde over zijn liefde voor Charlton. Als jochie schreef hij brieven naar allerlei Engelse clubs, in de hoop een souvenir te krijgen. Van sommige clubs kreeg hij een vaantje of een brief terug. Maar Charlton stuurde een doos vol vaantjes, programmaboekjes en andere spullen. Toen hij een bedankbrief stuurde en aankondigde dat hij met zijn vader naar een wedstrijd zou komen, nodigden ze hem zelfs uit voor een rondleiding, lunch en een bezoek aan de kleedkamer.

In de podcast vertelde hij hoe hij daarna de hele geschiedenis van de club meemaakte: van promoties tot degradaties, van Premier League-jaren tot de val naar de lagere divisies, en natuurlijk de terugkeer naar The Valley. Het was zo aanstekelijk dat ik Charlton meteen een stuk hoger op m’n ‘te bezoeken clubs’-lijst zette. Een bezoek dat me uiteindelijk niet meer losliet.

De relatie groeit

Mijn tweede ‘date’ vond plaats op 29 december, de laatste wedstrijd van het kalenderjaar, tegen Wycombe Wanderers. Het stadion was opnieuw maar half gevuld, maar de sfeer was prima. Charlton stond toen nog in de grijze middenmoot van League One. Niets wees erop dat ze dat seizoen op Wembley zouden eindigen.

Charlton Athletic

In de fanbar ontmoette ik Matthias, een Duitser en vicevoorzitter van de International Addicks, de fanclub voor buitenlandse Charlton-supporters. We spraken een tijd over de club en over reizen naar Engeland. Ik werd voorgesteld aan een aantal ‘lifetime’ fans, van het soort dat Charlton nog zagen spelen toen de bal werd opgeblazen door de dorpssmid. We hadden inmiddels nummers uitgewisseld. Je weet maar nooit wanneer je weer samen aan de bar belandt.

Deze dag bevestigde vooral mijn groeiende interesse in de club. Charlton won met 2-1 en voor mij was het andermaal een mooie ervaring. Geen idee wanneer het precies gebeurd was, maar ik had blijkbaar ‘ja’ gezegd tegen een club waar de glorietijd – op een paar succesjes na – al geruime tijd op pauze staat.

Koers richting Wembley

Zaterdag 5 april. Charlton tegen Lincoln City. Sinds mijn vorige bezoek eind december is Charlton aan een indrukwekkende reeks begonnen. De ploeg pakt de ene naar de andere overwinning en de playoffs lijken al bijna binnen. Sterker nog, er is zelfs nog een klein kansje op directe promotie als nummer twee.

Ik had inmiddels stiekem een wens uitgesproken: dat ze het via de playoffs zouden doen, op Wembley. Daar móest ik bij zijn.

Charlton-pub

Een paar dagen voor de Lincoln-wedstrijd appte ik Matthias of hij ook zou gaan. Dat was zo, en we spraken ruim voor de aftrap af in The Rose of Denmark, een echte Charlton-pub, waar je op wedstrijddagen alleen binnenkomt met een ticket voor een thuisvak. Zo’n prototype Engelse voetbalkroeg: muren vol gesigneerde shirts en vergeelde foto’s uit betere tijden. Uiteraard was het afgeladen en stond de tapkraan meer open dan dicht.

In de biertuin zaten Matthias en twee Duitse vrienden, ook van de International Addicks, al op me te wachten. Aan een plakkerige houten tuintafel proostten we op de club en op een mogelijke promotie.

Geen hobby, maar een erfelijke aandoening

Een halfuur voor de wedstrijd werd ik meegedirigeerd naar de grote fanbar in het stadion, waar ik Matthias voor het eerst ontmoette. Daar werd ik opnieuw voorgesteld aan verschillende die hard Charlton-supporters. Mensen die zo ongeveer geboren zijn met een Charlton-muts op. Voor wie supporter zijn geen hobby is, maar een erfelijke aandoening die dagelijks opspeelt, met zaterdag als koortspiek.

Ook na de wedstrijd, die in 2-2 eindigde na een 0-2-achterstand, spraken we weer daar af om vervolgens de dag af te sluiten in The Royal Oak. Dé Charlton-pub. In die Royal Oak trapte ik weer eens in de klassieke Engelse humor. Iemand wees zogenaamd op een vlek op mijn shirt, ik keek omlaag, hij tikte me op mijn neus en riep: “Wheeeey!” Oh ja… ik ben in Engeland.

Belofte

Voordat we ieder weer onze eigen weg richting Londen en onze hotels gingen, deed ik de International Addicks de belofte dat ik naar Wembley zou gaan als Charlton de finale zou halen. Uiteindelijk eindigde de club als vierde op de ranglijst, na een 3-1-overwinning op The Valley tegen Burton voor bijna 21.000 toeschouwers. Dat betekende twee halve finalewedstrijden in de play-offs tegen Wycombe Wanderers. Deze wedstrijden keek ik vol spanning thuis op de tv. De uitwedstrijd was weinig spectaculair en eindigde in 0-0.

Charlton Athletic

De thuiswedstrijd daarentegen was uitverkocht, met meer dan 27.000 fans op The Valley. De sfeer leek wel een halve finale Champions League op Anfield. Excuses nog aan mijn buren voor het opschroeven van het volume van mijn boxen naar standje gehoorschade. Bij de winnende 1-0 van Matty Godden, kort voor tijd, juichte ik voor de tv alsof Dennis Bergkamp in 1998 de 2-1 tegen Argentinië scoorde. Nogmaals excuses aan de buren. Wembley, here I come!

Duits netwerk en Dutch Addick

Omdat die halve finale razendsnel uitverkocht was, begon ik toch lichtelijk te stressen of ik überhaupt een van die bijna 40.000 toegewezen kaarten zou kunnen bemachtigen. Zeker omdat ik als vrij verse fan pas laat aan de beurt zou zijn met bestellen. Dus ja, ik zat met klotsende oksels te wachten op die grote ticket-drop. Toen de volgorde eindelijk bekend werd, kwam Matthias met de redding. Hij appte dat hij wel een kaartje voor me kon fixen, omdat zij, met hun indrukwekkende booking history en de nodige connecties, als een van de eersten mochten bestellen.

In de week voorafgaand aan de Wembley-zondag kon ik aan maar één ding denken: hoe gelukkig ik was dat ik juist dit seizoen fan van Charlton was geworden. Om Ad Poot te bedanken voor zijn invloed via die podcast, stuurde ik hem een bedankmailtje met een korte uitleg over mijn fanreis dat jaar. Hij reageerde enthousiast en stelde voor om me toe te voegen aan de Dutch Addicks, de Nederlandse fanclub van Charlton Athletic. Ik heb daar toch zeker een seconde of anderhalf over nagedacht voordat ik ‘ja’ zei.

Zondag 25 mei – Wembley

Uren voor de wedstrijd verzamelden we in de gigantische biertuin van The Greenman bij Wembley, samen met de International Addicks. Naast Matthias en z’n Duitse vrienden leerde ik allerlei fans kennen: Zwitsers, nog meer Duitsers en zelfs een Australiër die speciaal voor deze dag meer dan 24 uur had gereisd. Je had de trots in zijn ogen moeten zien toen hij dat vertelde en vervolgens de reactie van mensen die het bijna met ongeloof aanhoorde.

Een deel van de Dutch Addicks was er ook bij. Zij hadden me vooraf al in de groepsapp warm welkom geheten. Door de enorme drukte kwam helaas een ander deel van de groep, waaronder Ad Poot, er die ochtend niet meer in. Gelukkig stond na de wedstrijd vrijwel de hele groep alsnog bij The Green Man en werd het een gezellige, feestelijke kennismaking.

Charlton Athletic

De wedstrijd was een sensatie. Wembley is indrukwekkend, zeker als je er voor het eerst bent en je tussen 40.000 uitzinnige Charlton-fans staat. Tegen Leyton Orient kwamen we op voorsprong dankzij een schitterende vrije trap in de eerste helft. Vanaf dat moment rolden de mensen om me heen soms letterlijk over elkaar van pure extase, en ik ben de tel kwijtgeraakt hoeveel high fives ik heb moeten uitdelen aan wildvreemden.

Huilen van geluk

De wedstrijd zelf was daarna niet eens zo goed, maar naarmate de tweede helft vorderde, nam de spanning met de minuut toe. De man naast me, die in de eerste helft nog spraakzaam en enthousiast was, zat nu zo overdreven op zijn nagels te bijten dat ze vermoedelijk pas ergens in november weer volledig zijn aangegroeid. Het hele vak hield de adem in tot het verlossende eindsignaal eindelijk klonk en toen brak de vreugde echt los.

Ik zag volwassen mannen en vrouwen huilen van geluk, elkaar omhelzen met een intensiteit alsof ze elkaar jaren niet hadden gezien. Je zag duidelijk dat er een last van ieders schouders viel, een last die je bijna letterlijk kon horen neerkomen. Charlton is terug, klaar om het Championship te veroveren en volgend seizoen de grote jongens op The Valley te ontvangen.

De perfecte afsluiter

Na de wedstrijd gingen we terug naar The Green Man, waar de sfeer van voor de wedstrijd nog even werd overtroffen. Op dit soort momenten is er, denk ik, geen beter volk om een feest mee te vieren dan Britten. Alles en iedereen feliciteert elkaar. Het lijkt wel één grote vriendengroep van duizenden mensen. De inhoud van de pints komen meer op het gras terecht dan in de keel, er wordt gezongen, gelachen en af en toe een traan weggepinkt. Overal om me heen klinken verhalen over de lange League One-jaren, verre uitwedstrijden maar ook een hoopvolle toekomst. Ik kijk om me heen en probeer het allemaal in me op te nemen, me realiserend dat ik hier deel van mag uitmaken.

Ik neem net de laatste slok van mijn zoveelste Guinness als er op mijn schouder wordt getikt. Een man met rode, bezwete ogen kijkt me aan en roept: “We fucking did it, mate!” net voordat hij de zwaartekracht niet meer aankan en op het inmiddels met bier doorweekte gras neerploft.

Een betere afsluiter van mijn eerste Charlton Athletic-seizoen had ik me niet kunnen wensen.