Drones zijn geinige dingen. In het geval van Staantribune meestal gebruikt om een overzichtsfoto te maken van een stadion, vanuit een extreem hoog standpunt. Dit soort rariteiten was twintig jaar geleden ondenkbaar. Toen er beelden verschenen van het verpieterende Caetsbeekstadion in Hoeselt, nam de FOMO heftige vormen aan.

Er diende afscheid genomen te worden van dit heerlijke stadion. Maar hoewel er in België vrijwel altijd wel ergens een deurtje open staat, was mijn voorgevoel voor deze casus licht onbestemd. De drone werd dus achterin de bak gegooid.

Drone

En zo ontstond de eerste reportage waarin de drone een aanzienlijke rol speelt. Want mijn vermoeden werd bewaarheid: geen openstaande deurtjes of andere openingen die toegang gingen bieden tot het terrein.

Het werd een waardig afscheid. Nog één keer kon ik een kijkje nemen in dit juweeltje van een stadion. De klassieke hoofdtribune, geflankeerd door al net zo klassieke staanplaatsen, met witte muurtjes. De betonnen dugouts, de overdekte staanplaatsen aan de lange zijde. Het was een laatste keer smullen.

Thuisgekomen zag ik op een van de foto’s het nieuwe terrein opdoemen, een paar honderd meter verderop. Het zielloze en felle groen van het vermaledijde kunstgras lag daar te blinken. De vooruitgang. Mij zien ze niet meer terug in Hoeselt.