Mijn linkerbeen strompelt over de steile dijk boven het AFAS Trainingscomplex. Mijn rechterbeen stampt op de Zuiderweg, Wijdewormer, waar auto’s mij non-stop op een haar na van de sokken rijden. De Noord-Hollandse poolwind plakt zoals altijd aan mijn zijde. AZ heeft hem onderhand geaccepteerd: kenners zullen weten dat het AFAS Stadion het meest ongeëvenaarde tochtgat van Nederland is. De wind ramt erdoorheen als een soort tornado. Maar De Kalverhoek, waar Jong AZ speelt, is een open polder: hier vreet de wind je langzaam op.
Dit houdt de Arnhemmers niet tegen. De Vitesse-supporters komen. Natuurlijk komen ze. “De busreis heen voelde al alsof we na een overwinning in de kroeg zaten,” gilt een Vitesse-fan naast me, terwijl hij tussen de AZ-kinderen door dreunt alsof hij de boel vanaf nu claimt. Hij is niet de enige indringer in het ‘thuisvak’ – bestaande uit één tribune. Overal hoor ik Vitas, in plat Arnhems.
Het strijdtoneel voor Vitesse’s wederopstanding lijkt een misplaatste grap: miezerregen, kou en de geur van een uitgewoond trainingspotje. Eén vogel maakt nog geen zomer, maar dit gaat wel heel ver. Eén gezamenlijke vraag hangt als een loden deken boven het veld: hoe gaat Vitesse spelen? Slecht? Heel slecht? Of verrassen ze ons allemaal met iets dat per ongeluk op voetbal lijkt?

Operatiekamer Papendal
Vorige week was Papendal een operatiekamer in de open lucht. Op papier had Vitesse nog negen spelers, de rest was afgedruppeld. Gaten moesten gevuld, ledematen opnieuw vastgezet. Deadline: vrijdag 12 september, 12.00 uur.
Donderdag kwamen ze, voetballers als zwervelingen met sporttassen en uitgeprinte cv’s. Er was haast: beelden verschenen van stafleden en verantwoordelijken die door de kantoorgebouwen op Papendal renden om alles op tijd af te maken.
“Ik moest tijdens de training plots naar kantoor om papieren in orde te maken,” vertelde nieuweling Yuval Ranon later. Het was net op tijd gelukt: vlak voor twaalven spuugde de printer zestien handtekeningen uit. Samen vormden ze de selectie.
Kijkdoos
Langs het veld hangen de AZ-supporters met de onderarmen op de boarding. “Effe een keertje naar Jong kijken”, klinkt het overal, telkens als iemand bekenden tegenkomt die zich afvragen wat ze hier doen.
Bestuursleden van Vitesse hebben zich genesteld in hun eigen enclave op de thuistribune. Edward Sturing brult enthousiast “Kom op, hè!” naar bijna elke speler die na de warming-up de kleedkamer binnenloopt. De perstribune zit stampvol, tot grote verbazing van de persvoorlichter zelf. “Normaal is het niet zo druk”, verzekerd ze, alsof ik van plan was hier om de week plaats te nemen.

De media zijn uitgerukt naar de Wijdewormer, een kijkdoos voor een club die officieel dood was, maar zich levend hield. Terwijl de spelers het veld opstormen scheuren de Vitesse-supporters de zenuwachtige stilte in stukken: “Wij gaan Europa in!”
De spelers dragen een bijzonder uitshirt. Over het shirt kronkelt de Rijn – een motief geboren uit een eerdere crowdfundingactie. Opvallend: er is plek gemaakt voor de namen van de donateurs, de anonieme redders die Vitesse tijdens de financiële storm bijstonden.
Zeg maar tegen je vrouw dat het verlenging werd
Terwijl de avond over het sportpark valt, zijn het, ondanks de 4-0-voorsprong van Jong AZ, de Arnhemse supporters die het terrein claimen. Er wordt gedronken, gezongen en een ongegeneerde trots uitgedragen naar de spelers die er tóch maar staan – gebukt onder chaos, wind en deadlines – voor hun club.

Het laatste fluitsignaal voelt als een exorcisme. Vitesse voetbalt weer. Er staat weer een uitslag op het scorebord. Welke maakt niemand uit. De spelers bedanken het publiek, dat zo snel mogelijk terug wil naar Arnhem.
“Naar de kroeg natuurlijk”, zegt een supporter langs de lijn. “Om te vieren dat we er weer zijn.” “Dan wordt het wel een latertje”, lacht een ander. “Zeg maar tegen je vrouw dat het verlenging werd.”
Airborne-wedstrijd
Meer dan tienduizend seizoenkaarten verkocht Vitesse tot dusver. Op 20 september wacht Helmond Sport thuis, tijdens de Airborne-wedstrijd: oorlogsveteranen in de erehaag en bovenop dat alles een club die uit het graf is opgestaan.
Foto’s: Pro Shots