Het leven van József Stadler is een verhaal dat met de vermogens van de meest verfijnde romanschrijvers speelt. Een wonderbaarlijke, sprookjesachtige legende die, hoewel onvoorstelbaar, toch werkelijk heeft bestaan. De Hongaar maakte zijn dromen waar door zijn eigen club, Stadler FC, te stichten, de top van Hongarije te bestormen en een kolossaal stadion te bouwen, te midden van een dorpje van nauwelijks drieduizend inwoners. Was hij een dwaze visionair? Een ontembare dromer, sluwe dief, een keiharde zakenman of naïeve eenling? Wie zal het zeggen.

József leefde in zijn eigen wereld, wetten en moraal bepaalde hij zelf. Zelfs de Tsjetsjeense maffia kon zijn geest niet breken. Zes seizoenen lang maakt de voetbalwereld kennis met zijn club Stadler FC: een symbool voor de wilde jaren negentig van Hongarije, waarin je met geld alles kon bereiken wat je wilde. Al blijkt dat niet helemaal op te gaan, zal dit tragische voetbalverhaal uitwijzen.

Stadler FC

In het jaar 1955, op het platteland van Zuid-Hongarije, ziet József Stadler het levenslicht in het dorpje Akasztó. Het leven op de boerderij van zijn ouders is hard, een leven van eenvoud, waar de tijd zichzelf lijkt te herhalen in het ritme van de seizoenen. Zijn eerste inkomsten verwerft hij als herder, zwervend tussen de kale heuvels, met de wind en dieren als enige gezelschap.

Stadler FC

Al snel blijkt hij geen gewone jongen te zijn. Terwijl anderen zich laten leiden door wat nodig is om de dag te overleven, kijkt József naar al het mogelijke. Als jonge knaap verhandelt hij bijvoorbeeld de huiden van gestorven schapen en verkoopt hun uitwerpselen aan wijngaarden. Lachend zou hij later zeggen: “That’s how I made money out of shit.” De jaren vliegen voorbij, en na twee lange, sombere jaren in militaire dienst keert József terug in Akasztó en maakt hij carrière als bevlogen zakenman.

Oekraïne en Rusland worden zijn handelspartners en hij begint geld te verdienen met lege bierflesjes en schaarse voedingsmiddelen. Stadler heeft het natuurlijke instinct om van ogenschijnlijk waardeloze voorwerpen producten van waarde te creëren. Zijn kunst in het handelen levert hem een fortuin op.

Kiskőrösi Petőfi LC

In de schaarse uren buiten het handelen om, is József Stadler te vinden in een nabijgelegen stadje, waar Kiskőrösi Petőfi LC zijn wedstrijden speelt in de tweede divisie van het Hongaarse voetbal. Hij geniet van voetbal en de verbindingskracht dat het heeft, het spel brengt mensen samen en creëert vriendschappen. Hoe zou het zijn om zelf een voetbalclub te hebben? spookt het door zijn hoofd. In 1993 komt er het moment dat Kiskőrösi Petőfi sponsors zoekt en Stadler, die nooit een kans aan zich voorbij laat gaan, besluit zijn naam onlosmakelijk aan het voetbal te verbinden.

Hij neemt in één klap de hele club over en krijgt alle touwtjes in handen. Meteen voert József een naamswijziging in naar Kiskőrös-Stadler, en niet lang daarna heet de club officieel Stadler FC. Al snel wordt Stadler FC het verlengstuk van zijn karakter: groots, eigenzinnig en losstaand van alle werkelijkheid. Tijdens wedstrijden zit József naast de trainer op de bank, staat hij op selectiefoto’s en bemoeit zich met de opstelling.

Om zijn drang naar glorie enige vaart bij te zetten, trekt hij fors de portemonnee. De ene na de andere speler van naam en faam komt naar Stadler FC om samen de Hongaarse top te bestormen. Maar daarvoor is er meer nodig. Een club zonder een stadion van betekenis is als een keizer zonder kroon, en dus moet er gebouwd worden. De gemeente van Kiskőrös probeert hem nog tegen te houden, maar tegen József Stadler zegt niemand nee. Als een koning te rijk besluit József een stadion op zijn eigen land te laten verrijzen, in zijn geboortedorp Akasztó.

Stadler FC

Daar, te midden van het simpele boerenleven, bouwt hij een kolossaal stadion waar de inwoners van Akasztó liefst zeven keer in passen. Niemand kan of durft hem tegen te houden. Zijn voetbalsprookje was begonnen en een mengeling van ambitie, dwaasheid en drang naar meer wakkerde in hem een extra levenslicht aan. Heel Hongarije zou naar hem toekomen om zijn club, zijn stadion en zijn dorp met eigen ogen waar te nemen.

Tsjetsjeense maffia

Het eerste seizoen van Stadler FC is als een storm die de provincie doet opschudden. De club speelt onmiddellijk mee om promotie naar de hoogste divisie en intussen spreidt de naam van József Stadler zich uit over het land en daarbuiten. Terwijl de vreugde rondom de voetbalclub groeit, komen er donkere figuren om de hoek kijken en wordt József in april 1994 ontvoerd door de Tsjetsjeense maffia. De precieze reden blijft geheim, maar alles wijst op zijn lugubere dealtjes met de Russische zakenwereld.

Wat hem precies in deze zwarte dagen overkomt, daar is weinig van bekend. József krijgt diverse martelingen te verduren, waaronder honderden zweepslagen, en komt ernstig gehavend oog in oog te staan met de dood. Uiteindelijk betaalt hij de maffia honderd miljoen forint (een slordige 250.000 euro) om zijn vrijheid terug te kopen – een enorm bedrag, maar een prijs die voor een man als hij niet hoger was dan zijn eigen trots.

Vrijlating

Vrijgelaten keert hij terug naar Akasztó, gebogen maar niet gebroken. Diezelfde avond is József Stadler net op tijd voor het feest bij Stadler FC en met de terugkeer van de eigenaar valt alles op zijn plaats. Een dag die de geschiedenis van de provincie Bács-Kiskun zou markeren: voor het eerst gaat er een club acteren op het hoogste niveau van het Hongaarse voetbal. Zijn Stadler FC promoveert en mag het gaan opnemen tegen de landelijke top van Hongarije.

Voor József lijkt de werkelijkheid even de ongrijpbare wereld van zijn dromen te hebben aangeraakt. Zijn club staat plots oog in oog met topclubs als Ferencváros, Honvéd, Vasas en Újpest. Maar zoals zo vaak gebeurt bij dromen, blijkt ook deze droom omringd met schaduwen. De start van het nieuwe seizoen brengt niet het euforische begin waarop hij had gehoopt. Het stadion is nog niet af, waardoor Stadler FC de eerste twaalf van de veertien wedstrijden op vreemd terrein speelt, een ware uitputtingsslag voor het team. De overige twee duels vinden plaats in het oude stadion van Kiskőrös, dat niet voldoet aan de eisen van de bond. Tevens kloppen de belastingautoriteiten op de deur, want zijn boekhouding klopt van geen kanten.

Matchfixing

Dan ontvouwt er zich in de vierde speelronde een nieuw drama. Békéscsaba verliest van Stadler FC en de hoofdcoach treedt naar buiten. Zijn team is door meerdere spelers en leden van de staf van Stadler benaderd voor matchfixing. József ontkent de aantijgingen en protesteert met alle macht. Maar de beschuldigingen laten zich niet met woorden wegvagen en de tegenpartij besluit de zaak voor de rechter te brengen. Het geeft een tragikomisch beeld, hoe de man die denkt alles te kunnen maken voor de rechter verschijnt. Hij blijft standvastig in het ontkennen, maar zal daar later nog vele problemen mee ondervinden.

Als de winterstop aanbreekt, heeft Stadler FC het zwaar. Het team zit in een neerwaartse spiraal en zelfs de meest toegewijde dorpsgenoten fluisteren al over een naderende ondergang. Daar wil József niet aan, hij investeert een nieuw fortuin om spelers aan te trekken en wil koste wat het kost een mogelijke degradatie afwenden. Een maand later is de officiële opening van het Stadler Stadion in het bescheiden dorpje Akasztó. Een kolossale arena, met plek voor 21.000 toeschouwers, staat nu in het hart van een nederige gemeenschap van slechts 3.000 zielen.

Realiteitszin

Het absurde contrast lijkt een passage ontsnapt uit de fantasieën van Franz Kafka, maar voor József is dit stadion zijn spiegel: excentriek, buiten proportie en de grip verloren op de realiteitszin. Voor Hongaarse begrippen is het stadion hypermodern met al zijn faciliteiten en uiterlijke kenmerken. Het hoofdgebouw oogt vorstelijk en is voorzien van daken met een Aziatische flair, alsof József was gaan reizen naar verre landen om een glimp op te vangen van exotische architectuur en dit wilde vermengen met het plattelandsleven van Hongarije.

In het stadion zit tevens een hotel, luxe restaurant en zelfs een spa – een wervelend paleis te midden van de eenvoud van Akasztó. De tribunes ademen een rauwe sfeer van rechttoe-rechtaan beton. Maar zelfs in deze strakheid blinkt iets van József Stadler zelf: zijn naam, groots verwerkt in de stoeltjes, als een eeuwige herinnering. Waar men ook kijkt, overal is zijn naam te vinden. Hij heeft de Hongaarse voetbalwereld gedwongen hem serieus te nemen.

Met de komst van een nieuwe lading soldaten en het enorme stadion weet Stadler FC het tij te keren en degradatie op een nippertje te ontlopen, net als het seizoen daarop. In de zomer van 1997 komt echter de matchfixingzaak opnieuw aan het licht. Het oordeel van de rechter geeft Békéscsaba gelijk en Stadler FC krijgt een flinke boete en wordt een divisie teruggezet. József pikt dit alleen niet en gaat in beroep. Tot verbazing van velen hoeft Stadler geen divisie omlaag, omdat de schuldige spelers en stafleden niet meer onder contract staan bij de club.

Artikel gaat verder onder de foto’s