Fortuna Sittard bestaat op 1 juli 2018 exact vijftig jaar. Supporter en Staantribune-redacteur Martijn Schwillens duikt voor de editie die eind juli uitkomt in het verleden en heden van de eerste profclub van Nederland, die sportief de weg naar boven weer heeft gevonden. In de aanloop naar de zomer zal hij een paar keer schrijven over (randzaken bij) zijn favoriete club.

Ik was afgelopen maandag een van de 445 voetballiefhebbers die op het AFAS Trainingscomplex in Wijdewormer Fortuna Sittard zagen afhaken in de titelstrijd in de eerste divisie door een 2-0 nederlaag tegen Jong AZ. Uitgerekend het bezoek aan dit koude sportpark vormde voor mij een kleine mijlpaal, want daarmee kwam de teller van bezochte ‘stadions’ in het Nederlandse betaalde voetbal weer op 38 (van de 38).

Na de degradatie van Achilles ’29 afgelopen seizoen stond de teller namelijk tijdelijk weer op 37. Het complex van promovendus Jong AZ in de polder was de enige in de eredivisie en eerste divisie waar ik nog niet was geweest en dus liet ik afgelopen maandag carnaval voor wat het was en toog ik naar Wijdewormer. Ik zou liever naar Katwijk, IJsselmeervogels of Excelsior ’31 zijn gegaan, maar in alle wijsheid besloot de KNVB dat de Nederlandse voetbalsupporter meer gebaat is bij een bezoek op maandagavond aan De Herdgang, De Toekomst en het AFAS Trainingscomplex. Het is het lot van fans in de Jupiler League. En, zoals in mijn geval, als supporter van Fortuna Sittard.

Toch zou ik met geen enkele andere vereniging willen ruilen. Jaloezie op de prijzenkast van PSV en Ajax ken ik niet. Met 1-3 winnen in Kerkrade van Roda JC –zoals drie jaar geleden– staat voor mij gelijk aan het winnen van De Klassieker. Ik heb Fortuna in het verleden meerdere keren zien winnen van Ajax, PSV en Feyenoord, was getuige van de eerste competitienederlaag die Vitesse ooit in het Gelredome is toegebracht en ik prijs mezelf gelukkig dat ik Fortuna met 1-4 zag zegevieren in de Amsterdam Arena. “We krijgen voetballes”, zong de F-Side zelfs.

Het zijn dankbare herinneringen die smaken naar meer en die dankzij het verrassend sterke seizoen tot nu toe niet langer meer als irreëel toekomstbeeld gezien hoeven te worden. Al lijkt de ploeg – na eerder zeven overwinningen op rij, winst van de tweede periodetitel en het behaalde ‘Winterkampioenschap’ – door vier verliespartijen op rij afgehaakt in de titelstrijd. De 2-0 nederlaag tegen Jong AZ kostte trainer Sunday Oliseh zijn baan, al heeft zijn ontslag meer te maken met de manier waarop de oud-international van Nigeria zich profileerde binnen de club.

Dat eindelijk weer wordt meegestreden om promotie is fijn. Heel fijn. Want laten we eerlijk zijn, het valt het niet altijd mee om samen met tweeduizend anderen op een grauwe vrijdagavond je ploeg te zien ploeteren tegen FC Dordrecht, Jong FC Utrecht of Telstar. Sportieve dieptepunten in de afgelopen jaren waren de 0-7 tegen MVV (2008) en zeker de 1-8 tegen FC Emmen (2014). Na die nederlaag was enig vertrouwen in de toekomst volledig weg. Het was de enige keer in dertig jaar dat ik mezelf afvroeg waarom ik nog ging. En met mij velen, getuige de lege tribunes in de jaren erna.

Aanvankelijk gebeurde dit onder leiding van Peter van Vossen, die wekelijks een brevet van onvermogen afgaf als hoofdtrainer. Kritische spelers werden monddood gemaakt of moesten vertrekken, waaronder clubicoon Ramon Voorn. Het duurde nog maanden voordat ook de beleidsmakers inzagen dat Van Vossen ongeschikt was. Pas toen hij het veld ruimde, ging het mondjesmaat wat beter.

Maar tot dit seizoen maakte ik de reis naar Sittard maar zelden met de verwachting van een overwinning. Behoudens wat korte sportieve oplevingen onder de coaches Roger Reijners, Tiny Ruys en Willy Boessen is het de afgelopen vijftien jaar simpelweg kommer en kwel geweest. Maar zoals dat bij clubliefde gaat, is overstappen naar een andere voetbalclub geen optie.

Toch heb ik mijn oudste broer Stefan meer dan eens vervloekt dat hij me dertig jaar geleden meenam naar Fortuna Sittard. Onze vader is weliswaar afkomstig uit Buchten, een klein dorpje onder de rook van Sittard, maar mijn broer en ik zijn allebei getogen in Cuijk, Noord-Brabant. Een keuze voor PSV zou geografisch gezien dus logischer zijn geweest. Dan was ik op zondag 3 oktober 1987 niet aan zijn hand naar De Baandert maar naar het Philips Stadion in Eindhoven gegaan, en zou ik een jaar later al ‘mijn’ eerste Europa Cup hebben ‘gewonnen’. Want dat is het voordeel als je supporter bent van een topclub: de bekers en sterren krijg je er gratis bij. Wel zo gemakkelijk.

De Baandert
Eind jaren tachtig was Fortuna trouwens een heuse subtopper in de eredivisie. Maar als je nog maar acht jaar oud bent, is dat kennis voor later. Het werd die herfstmiddag 3-3 tegen Ajax, dankzij goals van Sigi Lens, Anton Janssen en John Linford namens Fortuna en treffers van John Bosman (2x) en Henny Meijer voor de Amsterdammers. Maar van de doelpunten zelf weet ik niets meer. Wel herinner ik me de enorme ijzeren pinnen op de dranghekken, de mensenmassa in de straten rondom het stadion, de wandeltocht langs de Geleenbeek, voorbij het woonwagenkamp en tussen de flats door naar de kassa’s. Ook herinner ik me een supporter, gehuld in een typisch (fout) jaren tachtig-trainingspak, die op de overvolle staantribune in een pilaar klom en zijn middelvinger opstak naar de Ajax-fans in het naastgelegen uitvak. Voetbal was die eerste keer vooral bijzaak, maar de clubliefde voor Fortuna werd die zondagmiddag in 1987 geboren en is nooit meer overgegaan.

Met weemoed denk ik nog wel eens terug aan De Baandert. Een zogeheten ‘Engels stadion’ zoals het in de voetballerij ooit bedoeld was: gelegen middenin een volksbuurt, steile staantribunes achter de doelen, het publiek dicht op het veld. Het had achteraf natuurlijk verbouwd moeten worden, zoals met De Adelaarshorst van Go Ahead is gebeurd, maar het maakte in 1999 plaats voor het huidige Fortuna Stadion, dat lange tijd verlaten op een troosteloos industrieterrein aan de rand van Sittard heeft staan wegkwijnen. Nu de omgeving en drie van de vier tribunes (grotendeels) zijn afgebouwd, kan het er mee door. Maar De Baandert is het niet.

Gelukkig blijven herinneringen altijd geboren worden. Ongeacht leeftijd, ongeacht stadion. Juist dit seizoen gaan de jonge Fortunezen-van-de-toekomst weer aan de hand van hun zus, vader of opa voor de eerste keer naar Fortuna Sittard. Ze zijn niet zo zeer onder de indruk van de techniek van Djibril Dianessy of de kracht van Perr Schuurs, maar juist van de ambiance, het gejoel bij een overtreding en het gejuich bij een Sittardse treffer. Voetbal is (nog) bijzaak. Maar als ze later wordt gevraagd waarom ze uitgerekend supporter zijn van Fortuna Sittard, dan hebben ze hun antwoord klaar. En kan zelfs een wedstrijd tegen Jong AZ net die mijlpaal zijn die al die memories triggert. Zoals bij mij afgelopen maandag, op dat koude sportpark in Wijdewormer.