Joegoslavië bracht sterren voort als Predrag Mijatović, Davor Šuker, Zvonimir Boban, Robert Prosinečki en Siniša Mihajlović. De oorlog versnipperde het land, maar óók een toekomstige wereldmacht in het voetbal. Staantribune zet een WK-waardig ‘Joegoslavisch’ elftal neer. 

Keeper:

Samir Handanovič
Samir Handanovič, kind van twee Bosnische ouders, werd geboren in Ljubljana – destijds nog onderdeel van de Republiek Joegoslavië. Inmiddels is de doelman 81 keer uitgekomen voor het Sloveens nationale elftal en heeft hij zijn plek onder de lat bij Internazionale meer dan verdiend. Hij begon zijn carrière bij NK Domžale wat destijds net was gepromoveerd naar het hoogste niveau van Slovenië.

Verdediging:

Darijo Srna
Darijo Srna werd geboren in het destijds nog Joegoslavische dorpje Metković en groeide bij zijn Kroatische moeder en Bosnische vader op aan de Kroatische kust. Vluchten was voor de familie geen optie en Srna debuteerde als profvoetballer bij Hajduk Split. Vader Uzeir Srna kreeg een auto van zoonlief als bedankje voor alle steun.

Uzeir was een van de eerste die te maken kreeg met de onenigheden in het land. Tijdens de Tweede Wereldoorlog staken Servische paramilitaire groeperingen het dorp waar hij woonde in brand. De kleine Uzeir vluchtte het bos in en kwam in Slovenië terecht, waar een politieagent hem adopteerde. Later keerde hij terug naar Sarajevo, waar bekenden van hem woonden. Uzeir, geen onverdienstelijk keeper, speelde bij FK Sarajevo. Tijdens een trip naar Metković bleef hij hangen in het Joegoslavische dorp en zette samen met zijn vrouw Milka Darijo op de wereld.

Darijo had talent en werd ontdekt door Hajduk Split, maar dat leverde al snel problemen op. Hij was moslim en dat werd niet geaccepteerd in Split. Vader Uzeir zag een gouden toekomst voor zoonlief en besloot de trainers bij Hajduk om te kopen. Dat was het begin van een succesvolle carrière voor de 134-malig Kroatisch international.

Vedran Ćorluka
De 97-voudig Kroatisch international is misschien niet meer de beste speler van het nationale elftal, maar zijn jaren bij Tottenham Hotspur en Manchester City waren indrukwekkend. Als zoon van twee Bosnische ouders groeit hij op in Derventa, in het noordoosten van Bosnië & Herzegovina. Wanneer Vedran zes jaar oud is besluiten zijn ouders vanwege de oorlog te verhuizen naar Zagreb. In de hoofdstad van Kroatië vindt vader Jozo een baan als ingenieur. In 2003 maakt Vedran zijn debuut bij Dinamo Zagreb en drie jaar later speelde hij zijn eerste interland.

Ćorluka is zijn geboorteland echter nog niet vergeten. Derventa werd zes jaar na zijn geboorte getroffen door een Servische geweldsgolf. Zijn ouderlijk huis werd in brand gestoken en de katholieke kerk werd vernield. Vader Jozo keerde al enkele keren terug om samen met anderen de kerk weer op te bouwen. Ook Vedran is nog betrokken bij de wederopbouw van Derventa en doneerde forse bedragen om het dorp te herstellen.

Dejan Lovren
De derde Kroatische verdediger, althans, de derde Kroatisch international. Dejan Lovren werd geboren in Zenica, de vierde grootste stad van Bosnië & Herzegovina. Lang woonde de centrale verdediger er niet. De ouders van Dejan waren beide Kroatisch en toen hun zoon pas drie jaar oud was vluchtten zij naar München. De Bosnische Oorlog woedde nog steeds in Zenica en voor de veiligheid van hun zoon kozen ze ervoor een ander leven op te bouwen in het zuiden van Duitsland.

Dejan genoot van het leven in Duitsland en kreeg de taal snel onder de knie. Zeven jaar later stond de familie Lovren een verschrikkelijke situatie te wachten: inmiddels goed gesetteld kreeg het gezin te horen dat ze geen permanente verblijfvergunning hadden gekregen en dat ze werden uitgezet naar Kroatië. Voor Dejan was het een regelrechte ramp, aangezien hij zijn hele sociale leven inmiddels in Duitsland had opgebouwd.

In een interview met The Guardian vertelde de centrale verdediger dat het voor hem maar liefst drie jaar duurde voordat hij geaard was in Kroatië. Op voetbalgebied vond hij zijn weg wel en maakte hij in 2006 zijn debuut voor Dinamo Zagreb. Intussen is de 28-jarige verdediger 37 interlands rijker en speelt hij nog wekelijks bij Liverpool.

Aleksandr Kolarov
Vanaf Servische kant zijn er ook twee gegadigden voor een plek in het basiselftal van het ‘Joegoslavische elftal’. Hoewel Branislav Ivanovic net zo goed op deze plek had kunnen staan, valt onze keuze toch op Aleksandr Kolarov. De 74-voudig Servisch international speelde lang voor Manchester City en veroverde de harten van velen Citizens, mede dankzij zijn kanonskogel-achtige afstandsschoten en bikkelhard verdedigend ingrijpen. Waar ook veel City-fans hem aan zullen herinneren, zijn de twee kerstfilmpjes waarop te zien is hoe de back in het Engels twee kersthits zingt.

Middenveld:

Ivan Rakitić
De Kroatische middenvelder begon zijn profcarrière bij FC Basel in Zwitserland, het land waar hij geboren is. Als zoon van een Bosnische moeder en een Kroatische vader groeide hij op in het plaatsje Möhlin, waar ook de Zwitserse Volkspartij SVP/UDC is gevestigd. Die politieke partij wil een limiet stellen op het aantal immigranten wat het land binnen mag, daarbij was Rakitić ook het onderwerp van het gesprek. Terwijl vader Luka in 2007 een Zwitsers paspoort aanvroeg, koos zoonlief Ivan er definitief voor om voor het Kroatisch nationaal elftal uit te komen. Dat viel niet bij iedereen in Zwitserland in goede aarde en de familie Rakitić werd het doelwit van veel bedreigingen. Het werd zelfs zo erg dat er beveiligingsbedrijven zichzelf aanboden om bodyguards te sturen. Toch wilde de Joegoslavische familie er niks van weten en wezen de aanbiedingen af. Inmiddels speelt Rakitić al sinds 2014 voor FC Barcelona.

Luka Modrić
Inmiddels leeft Luka Modrić op een roze wolk. Hij speelt voor Real Madrid en lijkt zich de rest van zijn leven geen zorgen meer te hoeven maken over zijn financiën. Maar in zijn jeugd lachte het leven hem nog niet toe. De familie Modrić vluchtte uit het dorpje Modrici, nadat Servische rebellen – na de onafhankelijkheidsverklaring van Kroatië – de opa van de Real-ster vermoorden, samen met zes andere ouderen in het dorp. De familie vond onderdak in het Iz Hotel in Zadar, Kroatië. 

Luka Modrić als Kroatisch international

Voor Luka en zijn familie werd het leven beetje bij beetje wat normaler. De blondharige jongen sloot zich aan bij een voetbalschool in Zadar. Daar waren de coaches direct zeer gecharmeerd van hem. Er was echter één twijfel: Luka was wel erg klein. Toch was zijn lengte uiteindelijk geen probleem voor een succesvolle carrière. Via onder meer Dinamo Zagreb en Tottenham Hotspur kwam de kleine Kroaat bij Real Madrid terecht. 

Miralem Pjanić
Hoewel de eerste voetbaljaren van Miralem Pjanić in Luxemburg plaatsvonden, zag de middenvelder van Juventus het levenslicht in Bosnië & Herzegovina. Vader Fahrudin voelde zich, vanwege zijn islamitische geloof, niet veilig en nam in 1992 de familie mee naar Luxemburg om daar te schuilen voor de Bosnische oorlog die op dat moment zijn vaderland verscheurdde. 

Pjanić was pas twee toen zijn familie Bosnië verliet, toch staat zijn teller inmiddels op 75 interlands voor het Bosnisch nationale elftal. Via de jeugdselecties van Schifflange 95 (Luxemburg) en FC Metz kwam hij in het eerste elftal van de Franse club terecht. In 2008 pikte Olympique Lyon hem op en maakte hij daarna nog de transfers naar AS Roma en Juventus. 

Senad Lulić
Lulić, die inmiddels al acht jaar onder contract staat bij Lazio, werd geboren in de Bosnische stad Mostar. Het plaatsje staat in nauw verband met de Bosnische oorlog. Voor de familie Lulić zat er destijds ook niks anders op dan te vluchtten. Ze kwamen in Zwitserland terecht, waar Senad op twaalfjarige leeftijd bij Chur 97 begon met voetballen. Daar bleef hij acht jaar voordat hij via verschillende Zwitserse clubs bij Lazio terechtkwam. 

Intussen heeft Senad 57 interlands voor Bosnië & Herzegovina gespeeld, al was zijn eerste interland niet heel vanzelfsprekend. Toen de Bosnische bond in 2008 coach Mehe Kodre ontsloeg, besloot bijna de gehele selectie een interland te boycotten. Na die interland keerde de standaardselectie weer terug en duurde het twee jaar voordat Senad weer werd opgeroepen. Tegenwoordig is de linkshalf niet meer weg te denken uit de selectie van Bosnië & Herzegovina. 

Aanval:

Edin Džeko
Op 17 maart 1986 werd Edin Džeko geboren in Sarajevo, misschien wel het middelpunt van de oorlog in Joegoslavië. Ondanks de problemen ontliep de familie Džeko de stad niet. Edin ging op tienjarige leeftijd bij FK Zeljeznicar in zijn woonplaats spelen. Vervolgens speelde hij nog bij een behoorlijk lijstje met clubs waaronder VFL Wolfsburg, Manchester City en AS Roma.

Naast het voetbal houdt de 91-voudig Bosnisch international zich vooral bezig met het steunen van kinderen in kansloze situaties. Als enige Bosnische ambassadeur van Unicef legt hij op de website van het goede doel uit waarom hij blij is om iets te kunnen betekenen voor die kinderen: “Ik heb zelf als jongetje tijdens de oorlog meegemaakt wat armoede, geweld en angst met je doet. Ik ben er trots op dat ik iets voor deze kinderen kan doen.”

Adnan Januzaj
De enige speler in dit lijstje die uiteindelijk niet voor een voormalige Joegoslavische republiek uitkomt is Adnan Januzaj. De Belgisch international kon voorafgaand aan zijn interlanddebuut kiezen uit een behoorlijke lijst met landen waarvoor hij in actie zou mogen komen. Uiteindelijk viel de keuze op België, waar hij zelf is geboren en studeerde. De moeder van Adnan is afkomstig uit Kosovo, wat voorheen nog bij Servië hoorde. Zowel Kosovo als Servië boden de flankspeler een kans in de nationale selectie, maar hij liet beide aanbiedingen links liggen en speelde zes interlands voor de Rode Duivels

Alleen Kroatië en Servië zijn aanwezig op het komende WK in Rusland. Andere voormalige Joegoslavische republieken Bosnië, Kosovo, Montenegro, Slovenië en Macedonië kwamen niet door de voorrondes heen. 

Kijktip! De documentaire Het laatste Joegoslavische elftal over het Joegoslavische jeugdvoetbalteam van 1987. Door het uitbreken van de oorlog viel het team, net wereldkampioen, uit elkaar. Oude teamgenoten kwamen tegenover elkaar te staan: eerst in de oorlog, later op het voetbalveld. Een fragment: