SC Telstar maakt van het laatste competitieduel van het seizoen, morgenavond thuis tegen VVV, een bijzonder evenement. In een heuse ‘uitzwaaiwedstrijd’ worden de Venlonaren uitgeleide gedaan naar de eredivisie, zelf ‘vieren’ de Velsenaren die avond dat ze in 2017-2018 veertig jaar op het tweede niveau uitkomen. Er is een meet & greet te winnen met Miss Telstar, ‘tevens clubarchivaris’, en de bustransfer vanaf station Haarlem voorziet in ‘lauw bier en koude frikandellen’.

Het festijn past binnen het cultimago dat Telstar zich de laatste jaren met verve heeft aangemeten. Het mandjesscorebord en de slogan ‘één club, twintig letters’ (Telstarrrrrrrrrrrrrr). De excentrieke voorzitter en markante supporters als ‘Jomanda’ en ‘Waudiz’. Meer of minder serieus bedoelde initiatieven c.q. mediastunts als Occupy Telstar en een blauw kunstgrasveld – allemaal onderdeel van de eigenzinnige uitstraling van de Witte Leeuwen.


Inmiddels voert de club die zelfprofilering zó ver door dat er stilaan sprake is van overkill. Bij uitstek zoiets als ‘cult’ gedijt immers bij een juiste dosering en het zorgvuldig bewaken van een zekere undergroundstatus. Als jan en alleman beginnen te verkondigen dat iets ‘cult’ is, is het dat dan nog wel? Als de mainstream de cult heeft ontdekt, dan is het in de regel gauw afgelopen met de cult.

Laten we wel wezen: veertig jaar onafgebroken in de eerste divisie is natuurlijk in laatste instantie een nogal droevige mijlpaal. Zeker nu in de nieuwe competitieopzet degradatie uit de eerste divisie een jaarlijks terugkerend gevaar is geworden, zijn clubs als Telstar, de permanente bewoners van de onderkant van het rechterrijtje, veroordeeld tot een ‘voortbestaanbepalende’ keuze. Telstar kiest voor cultivering van de status quo en verheft de zwakte tot een kracht. De impliciete boodschap luidt: het zal niet bij die veertig jaar blijven. Het is niks en het zal ook nooit meer iets worden, maar dat vinden we hier niet erg en dat maakt ons uniek. De hopeloosheid als handelsmerk. Cult wordt dan ‘camp’: een ironisch celebreren van het eigen povere niveau.

Telstar is dus van lieverlede veranderd van een cultclub in een campclub (op zijn Engels uit te spreken om verwarring met ‘kampclub’ te vermijden – een fenomeen van weer een heel andere orde). In de overlevingsstrijd die het betaalde voetbal is, wordt de verleiding erg groot om voor de andere optie te kiezen: de vlucht naar voren, een commercieclub worden, bijvoorbeeld door de eerste de beste buitenlandse poenschepper met open armen te ontvangen. We herinneren ons allemaal nog wel de onverkwikkelijke taferelen met de nep-sjeik van Omroep Powned bij FC Den Bosch.

Vorige maand maakte Red Bull, het gezondheidsondermijnende energiedrankje dat zich niettemin doodleuk als een hip en sportief merk manifesteert, bij monde van de directeur van de Nederlandse tak bekend dat het graag een Nederlandse club uit de eerste divisie zou willen overnemen. In navolging van RB Leipzig, RB Salzburg en NY Red Bulls moet van onderaf de top van de vaderlandse voetbalpiramide worden bestormd.

Al gauw werd op social media gesuggereerd dat qua naam, kleur en logo de meest voor de hand liggende club FC Oss is. Peter Bijvelds, directeur van de Ossenaren, reageerde ludiek maar toch ook net iets te hijgerig op het idee: “Red Bull Oss klinkt als een prima combinatie. Een bruisende Os(se) stier!” En tegenover de lokale omroep: “Je hoort mensen al gauw zeggen dat zoiets fout uit kan pakken. Dat kan inderdaad, maar volgens mij heeft Red Bull aardig zijn sporen verdiend in de voetbalwereld.”

Ergens begrijp ik hem wel. Op zo’n intens treurige vrijdagavond, als het niveau weer ouderwets dramatisch is, de toeschouwers nog massaler lijken te zijn thuisgebleven dan normaal al het geval is, en je je stierlijk verveelt, dan is een overgave aan Red Bull opeens een aantrekkelijke gedachte. Maar het is als met het drankje zelf: op de korte termijn geeft het je weliswaar een enorme energieboost, maar op de lange termijn is het nogal schadelijk.

Bijvelds zou eens kunnen beginnen met het herstellen van de naam TOP Oss, deze zomer alweer acht jaar geleden gesneuveld. Een naam met een zekere cultwaarde, maar vooral de naam waar de supporters zo aan gehecht waren en nog altijd zijn. “Het is mijn grootste wens”, luidde de potsierlijke toelichting van de directeur van Red Bull Nederland op het idee een club over te nemen. In plaats van aan dat verlangen tegemoet te komen, kan Bijvelds beter de grootste wens van de supporters vervullen. Ook in Oss is het 5 mei feest: 25 seizoenen betaald voetbal. Een mooie gelegenheid om zulks bekend te maken. Het zal meer bruisende energie losmaken dan alle blikjes Red Bull bij elkaar.