Het begon allemaal met de website ‘Wesley in Turkije’ over Wesley Sneijder, Galatasaray en het Nederlands Elftal. Sinds de lancering van zijn blog ontving Yordi Yamali 25 brieven van gerenommeerde schrijvers. Na 25 brieven en 24 antwoorden besloot Yamali deze te bundelen in een boek, getiteld ‘Wesley in Turkije: De brieven’. Een van de brieven is van Wouter Pennings, supporter van Ajax en AC Milan.

img_3198

Beste Yordi,


Deze brief schrijf ik je als Nederlander, als voetbalfan, als Ajax-supporter, als liefhebber van het Italiaanse voetbal en als aanhanger van AC Milan. In al die verschillende hoedanigheden is Wesley Sneijder voor mij niet weg te denken uit het leven. Het vuur van de beleving, van zowel de mijne als de zijne, heeft regelmatig oververhitting veroorzaakt. Allemachtig, wat heb ik die gozer af en toe de ziekte gewenst. Maar natuurlijk ook aanbeden. Aangemoedigd, bedankt, tot krankzinnig wordens toe.

Eén van de mooiste aspecten van voetbal is de totale opgefoktheid die soms kan ontstaan. Verhitte stads- of streekderby’s, knockoutwedstrijden om de dood of de gladiolen. En niet alleen de kolkende massa, de licht ontvlambare voorzitters en de paniekerige trainers moeten dan buiten zinnen treden, maar ook enkele spelers. Juist die spelers.

Wesley Sneijder ademt in alles opgefoktheid. Die vinnige tred met zijn korte beentjes, die heen en weer schietende ogen vol adrenaline. Dat venijn in die verdekte schoten. Met zijn hele lichaamstaal communiceert hij maar één boodschap: ik kom hier voor drie punten, tegen elke prijs. (Dat zijn lichaamsbouw en uiterlijk hierbij een rol spelen valt niet uit te sluiten, trouwens.)

Dat vulkanische maakt hem voor zowel voor- als tegenstanders een heerlijke speler om erbij te hebben. Voor vijandelijke supporters is Sneijder een ideaal doelwit en dat maakt hem juist voor de mensen uit zijn eigen kamp nog meer speerpunt dan hij al was. Sneijder lijkt daar ook volkomen van te genieten. Moeiteloos verving hij Zlatan Ibrahimovic bij Inter in de rol van menselijk schild. Alles werd letterlijk op hem gericht: laserstralen, scheldkanonnades en alles wat maar vanaf de tribunes op het veld gesmeten kon worden.

De Italiaanse competitie paste hem vanaf dag één als een jas. Ga maar na: zonder ook maar een seconde met zijn Inter-ploeggenoten op het trainingsveld te hebben gestaan, was hij onmiddellijk medebepalend voor het vernietigen van Milan. 4-0. Ja, toen haatte ik Sneijder vanuit het diepst van mijn tenen. Inter had al jaren gedomineerd, was voor de helft ververst en bleek toen ineens nog weer veel sterker dan het al was. Mede dankzij ‘feniks’ Sneijder, die door Real Madrid nog net niet op de fiets naar Milaan was gebracht.

En dan is het inmiddels zomer 2014, met het WK in volle gang. Achteraf is het makkelijk praten, maar hij heeft het weer eens geflikt terwijl de massa er niet echt meer in geloofde. Of ‘ie dat nodig heeft? Wie zal het zeggen. Feit is dat ik zelf alleen maar gemopper op hem heb gehoord tijdens de moeizame wedstrijd tegen Mexico. Gezucht, gesteun, maar vooral gevloek en getier.

Hoewel ik al zei dat ik houd van dat opgefokte, koos ik er zelf voor om rustig te blijven. Hartslag onder controle, uitgaand van bepaalde zekerheden.

Dat zit zo: meestal bekijk je een wedstrijd vanuit je eigen perspectief, maar ik besloot dit (onbewust, geef ik toe) eens om te draaien. Leer mij Sneijder kennen, als tegenstander. Niet alleen tegen Milan, maar vrijwel altijd hoopte ik dat Inter zou verliezen. Slaakte ik zuchten van opluchting als Wes weer eens een bal de derde ring in poeierde. Of, nog mooier, zo’n bal hopeloos bleef hangen in een kluwen van spelers. Weer eens te laag gemikt.

Maar ook dat is Sneijder ten voeten uit: die blijft het proberen. Geef hem eens ongelijk, zijn schot is zijn belangrijkste wapen. Eigenlijk moet dit meervoud zijn, want hij kan ‘m zowel met rechts als links aardig raken.

Daarom bleef ik zo rustig en ik werd alleen maar rustiger, telkens wanneer Wesley zich weer meldde aan de rand van het zestienmetergebied.

Een poeier met links, geblokt. Een knal met rechts, onzuiver. Maar de enige paniek, zo met die 1-0 stand, en met de tijd die akelig voort tikte, was toch echt aan Mexicaanse zijde. Oranje zette gegroepeerd druk, met snelle buitenspelers in hun beste vorm en fitheid. En een klein mannetje in het midden, wereldwijd bekend om zijn vlijmscherpe schoten.

Je weet in een benauwde slotfase nooit of die bal een keer goed valt en of hij er dan ook in gaat – zie de bijna surrealistische hoeveelheid reuzenkansen die de achtstefinalisten bij elkaar om zeep hielpen.

Maar je weet wel: de tegenstander heeft er sinds afgelopen zondag wéér een reden bij om bang te zijn voor Wesley Sneijder.

Met sportieve groet,

Wouter Pennings

Hoi Wouter,

Laat ik beginnen met te zeggen dat je een prachtige brief geschreven hebt. Nu ik weet dat jij AC Milan een warm hart toe draagt, Wesley Sneijder staat natuurlijk centraal, moet ik even een kleine uitstap maken naar de onderlinge duels van onze clubs.

Ik meende vier prachtige wedstrijden te herinneren, het blijken er zes te zijn. Een kwartfinale UEFA Cup in seizoen ‘62/’63, niet heel gek dat ik dit duel niet meer scherp voor de geest kan halen. Het werd 8-1 voor AC (trouwens wel over twee wedstrijden). Ik denk twee off-days van mijn helden uit Istanbul. Het lot zou echter keren! Stiekem waren we misschien wel even jullie angstgegner.

In twee achtereenvolgende seizoenen Champions League voetbal zaten we in dezelfde groep. De eerste pot in Milaan ging verloren, Leonardo en Shevchenko maakten er in de 44e en 45e minuut 2-0 van. Ümit Davala deed nog iets terug aan het begin van de 2e helft maar het mocht niet baten. De thuiswedstrijd was er één waarom ik zo gek ben op die rood-gele leeuwen. Beide clubs hadden het niet goed gedaan in de poule, met Chelsea en Hertha BSC nota bene. Het was de laatste speelronde, een UEFA Cup ticket stond op het spel. De legendarische George Weah zet jullie op voorsprong. Onze Braziliaanse rechtsback Capone doet wat terug, 1-1 ruststand. Giunti schiet AC zo goed als de UEFA Cup in met zijn 1-2, Milan heeft genoeg aan een gelijkspel. De tijd tikt voorbij, maar de heksenketel geeft nooit op. We tekenden de 87e min, good old Hakan Sükür 2-2, we gaan ervoor. Een paar minuten later trekt er iemand aan het shirt van ‘de stier van de Bospurus’, penalty! Ümit Davala gaat er achter staan, 3-2, ticket binnen. Een gouden ticket, want dat jaar zouden we onze enige Europese hoofdprijs in de wacht slepen.

Het jaar daarop mochten we weer eerst naar het San Siro, een bliksemstart zorgde voor een 0-2 voorsprong; Mario Jardel en Hasan Sas, de enige kopgoal die ik me kan herinneren van de Turkse dribbelaar. Jose Marie en weer die dekselse Shevchenko redden de eer voor Milan, eindstand 2-2. In Istanbul werd het nooit spannend, 2-0 door doelpunten van Hagi en Jardel, voor het eerst in de clubhistorie werd de kwartfinale van de Champions League gehaald. Winnen van AC betekende dus mijlpalen voor ons. Ik hoop dat ze elkaar snel weer eens treffen.

Dat was fijn herinneringen ophalen, maar terug naar waar het overgaat. Wesley Sneijder. Het is moeilijk terugschrijven als je het zo eens bent met iemand en je jezelf er zo goed in kan vinden. Van al jouw aangehaalde karaktereigenschappen zijn al voorbeelden te noemen in zijn korte tijd bij Galatasaray.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik, en ik denk vele met mij, het Italiaanse voetbal in de afgelopen jaren heb losgelaten. Ik wil juist geen negatieve dingen schrijven, omdat ik precies weet hoe dat moet voelen. De paralellen tussen de Serie A en Süper Lig zijn in veelvoud aanwezig, denk alleen maar aan onze omkopende rivalen en jullie zelf een beetje. Alleen in Italië doen ze er tenminste nog wat aan. In elk gesprek, brief, tweet moet ik de Turkse competitie verdedigen: ‘het is echt een leuke competitie’, ‘de subtop is echt sterk’. Natuurlijk is het geen wereldcompetitie maar daar zijn er nog maar heel weinig van. Laat ik dan zeggen dat de Serie A dat stukje meer, om echt top te zijn, is verloren.

Zondagavond eind jaren ’90 en begin jaren ’00? Dat was Serie A op mijn kamer. Het liefst met Emile Schelvis op Canal+. De top was/is zo breed dat er elke week wel een kraker op het programma stond. Ik had met iedereen wel wat, het shirt van Roma, de spelers van Lazio en Parma, Batistuta en Rui Costa bij Fiorentina, de domme maar fantastische aankopen van Inter altijd, het grote Milan. Alleen met Juventus had ik nooit wat, maar dat was oud zeer van Ajax denk ik.

Mijn afnemende interesse heeft ervoor gezorgd dat ik, buiten de Champions League, heel weinig heb meegekregen van zijn Inter periode. Dat vind ik met terugwerkende kracht nu erg jammer. Gelukkig heb ik een prima overzicht gekregen van de vorige briefschrijver; een echte Interisti.

Op het WK van 2010 in Zuid-Afrika heeft Wes weer al mijn aandacht gekregen. Fenomenaal wat hij liet zien. Ik had toen nooit durven dromen dat deze jongen op een meer dan acceptabele leeftijd zou tekenen bij Galatasaray. Het was niet meer dan logisch dat hij kort na aankomst meteen moest invallen en later vanaf het begin moest gaan spelen. Er is een prachtig filmpje van een Gala supporter die vol verwondering naar hem kijkt tijdens de warming-up en dan met tranen in zijn ogen zegt “Hij strikt zelfs zijn veters anders dan andere”. Het ongeloof moest realiteit worden. Een niet-fitte Sneijder kreeg snel met de Turkse pers te maken.

Hij heeft het een halfjaartje aangekeken, zich fit gemaakt, zowel voor Gala als voor Oranje en heeft iedereen met twijfels de mond gesnoerd in Turkije. Er altijd staan op momenten dat het echt moet; hij elimineerde Juve in de slotfase onder erbarmelijke omstandigheden. Over hete stadsderby’s gesproken, jij zal ook wel bekend zijn met die van Istanbul. In een verloren competitie en een mindere reeks stond daar natuurlijk weer Wessie uit Ondiep. Het enige doelpunt kwam van zijn voet. Hij wist al precies wie wij haten bij de tegenstander en was na de snelle 1-0 lekker aan het zuigen. Zo word je een held in Istanbul. Tegen Chelsea kwam de assist van zijn voet, uit stond hij er misschien een keer niet, maar dit had met hele andere factoren te maken. Ook maakte hij weer de winnende in de Turkse bekerfinale. Is het alleen op het grote podium? Nee, want ook tegen de kleintjes speelt hij met diezelfde opgefoktheid die jij aanhaalde.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik me best zorgen begon te maken. Hoe goed ik me ook in jouw benadering kan vinden, zo kijk ik ook altijd naar Galatasaray namelijk. Hij komt nog een keer voor de voeten van Sneijder straks. Echter, begon Sneijder tegen Spanje niet slecht, maar de daarop volgende wedstrijden werden eigenlijk slechter en slechter. Ook dit keer tegen Mexico. Die stand, de onthouden penalty, weer een slechte pass. Dit is wel echt een moment dat het moet, weer één. Het team heeft het even nodig Sneijder, help ons nog één keer over die drempel heen. En natuurlijk kreeg jij gelijk, met een pegel van jewelste. Tegen het plafond zaten we, kloppend op de borst van mijn Football Culture-shirt “Wes is More”.

Het team gaat het zelfstandig redden tegen Costa Rica, is mijn verwachting. Ook bij Weekend Miljonairs heb je maar drie hulplijnen. Mocht ik gelijk krijgen hebben we er precies nog twee over dit toernooi, voor de halve en de…

Groeten,

Yordi

Het boek ‘Wesley in Turkije: De brieven’ van Yordi Yamali is via deze link te bestellen. Staantribune geeft via Facebook en Twitter een exemplaar weg.