Stel je bent van plan een niet erg toegankelijke grens over te steken wat doe je dan? Dan zorg je voor zo’n rare samenstelling van je busje dat niemand gelooft dat je een groep spionnen kunt zijn. Zo gingen wij gisteren met een Rus, twee Nederlanders en zes Somilanders (die paspoorten bij zich droegen  van Somalië, Djibouti en Noorwegen) de grens over. Zowel de Russische als de Abchazische douaniers wisten niet wat ze zagen. Zeker de Abchaziërs niet. Er komen zelden donkere mensen in dat land. Het was een bijzondere eerste dag.

Omdat Abchazië niet bestaat, kun je er niet rechtstreeks heen. De enige twee mogelijkheden zijn via Rusland of Georgië. De grens met Georgië zit wel eens dagen dicht, dus voor de zekerheid koos ik Rusland. Mijn reis begon op donderdagavond in Edinburgh. Via Londen en Moskou vloog ik naar Sotsji, bekend van de Winterspelen in 2014. Dat blijft een vreemde keuze van het IOC, want Sotsji is juist een bekend vakantieoord voor mensen die van zon, zee en strand houden. Abchazië trouwens ook, in de Sovjettijd. Maar geef de IOC-leden wat muntjes en bezwaren verdwijnen als sneeuw voor de zon, in Sotsji gebeurde dat zowel letterlijk als figuurlijk.

soccerfanshop.nl

Vliegend boven Sotsji zag ik de stadions al liggen. Ik had wel een kijkje willen nemen, maar eerst de grens maar eens over. Ik had daar verschillende verhalen over gelezen en volgens de ene schrijver is het een hel, terwijl ik in andere stukken las dat het vrij soepel ging. De taxichauffeurs kwamen als proppers op ons af, alsof wij een stel 17-jarige mannetjes in Salou waren. Iedereen wilde ons wel naar de grens brengen, maar de grens oversteken was minder populair bij de proppers. Enkelen vertelden dat de grens gesloten was, maar dat leek mij sterk. Tijdens de Winterspelen was dat wel een tijdje het geval, uit angst voor terrorisme, maar ik zag geen reden waarom dat nu ook zo zou zijn.

Het schoot niet echt op allemaal met die taxichauffeurs en ineens zag ik een groepje van zes Somalilanders staan. Die zaten maar wat op een stoeprand en eentje liep te poseren met zijn vlag. Somaliland is een van de deelnemers aan het WK, dus ik vroeg hoe zij naar Abchazië zouden gaan. Ze hadden geen idee. Ze hoopten dat de ConIFA een bus zou regelen, maar dat was ijdele hoop. Uiteindelijk vond ik een taxichauffeur die een busje voor acht man had en ons wel voor 8000 roebel (110 euro) naar Sukhum wilde brengen. Gedeeld door acht man was dat nog wel te doen en het is toch een rit van anderhalf uur, al zouden wij er vijf uur over doen.

De groep Somalilanders bestond uit vier voetballers, een begeleider en een vertegenwoordiger van de regering. Somaliland is net als Abchazië een land dat niet bestaat, maar de facto onafhankelijk is. Waar Abchazië officieel een onderdeel is van Georgië, is Somaliland dat van Somalië. Daar moesten ze overigens weinig van hebben. Ik kreeg te horen dat Somalië maar erg matig was en dat de regering in Mogadishu niets te zeggen had in Somaliland. Ook was het volgens hen in Somaliland beter wonen, omdat het daar nooit oorlog was. Toch hadden sommigen nu hun Somalisch paspoort nodig, omdat dat van een niet-erkend land als Somaliland waardeloos is.

Deze groep was de afdeling Somaliland van het team. Zij woonden daar nog altijd. De rest van de spelers en begeleiders was al een dag eerder aangekomen vanuit Engeland. Daarnaast hoorde ik dat er ook een Nederlandse Somalilander meedoet en dat is natuurlijk erg interessant. Die hoop ik later nog te spreken dit toernooi. Bij de Russische grens wisten ze niet wat ze zagen toen wij uitstapten. Een voor een werden we verhoord door de douaniers. Ik kreeg erg lastige vragen zoals “hoe oud ben je?”, maar kwam er doorheen. Uiteindelijk lukte het ons allemaal, al hielden de Russen de Somalilander met het Noorse paspoort wel erg lang vast. Zij hadden Knut Olav Pedersen wat witter en blonder verwacht.

In Abchazië werden we weer tegengehouden. Paspoorten inleveren en weer wachten. Ondertussen kwam er een bus langs met Abchazische kinderen en die vonden het prachtig om de Somalilanders te zien. Ze sprongen rond in de bus en zwaaiden naar de mannen. De Noorse-Somalilander, de begeleider van de groep, had een brief bij zich van de ConIFA-president en ineens mochten we door. We waren in Abchazië. Het is een prachtig land. Schitterende bergen met knalgroene bomen, een diepblauwe zee en grappige huisjes. Ook veel politieposten, want zowat iedereen werkt voor de overheid in het land. Gek genoeg werden we niet elke keer aangehouden, ondanks onze rare samenstelling.

Ondertussen passeerden we Gagra, een van de twee speelsteden tijdens het WK. Ik zag het stadion liggen en de stadionautist in mij werd enthousiast. Ik wees de Noorse-Somalilander er op en die zei ineens “Daar is ook ons hotel”. Ik wachtte op de vraag “Kunnen we hier uitstappen?”, maar die volgde niet. Waarschijnlijk moesten ze nog iets regelen en daarom reden we door naar Sukhum, de hoofdstad van Abchazië, die een uurtje verderop ligt. Daar kwamen de Somalilanders er achter dat ze toch in Gagra hadden moeten uitstappen. Terwijl we buiten bij het hotel stonden, werd er getoeterd en gezwaaid naar de Somalilanders. Die vonden dat geweldig en gingen met hun vlag zwaaien. Ik denk dat ik wel weet welk land de publiekslieveling gaat worden op het WK.