Een journalist van Bild schreef deze week een vlammende tirade tegen de supporters van het Duitse nationale elftal. De stemming tijdens interlands van de Mannschaft is volgens Timm Detering al jaren unterirdisch. Er heerst een slome atmosfeer en de fans laten zich nauwelijks horen. In het originele Duits klinkt het het mooist: er is sprake van een bräsige Stumm-Stimmung. Vooral het contrast met Bundesligaduels frappeert Detering: Traditionsvereine als Borussia Dortmund, HSV en Schalke 04 hebben een erkende fancultuur die wekelijks voor veel ambiance zorgt, maar bij het nationale elftal wil het maar niet lukken.

Een voor veel Nederlanders herkenbare klacht. Wie ergert zich niet blauw aan de stereotiepe carnavaleske Oranjesupporter, die met een homp kaas, een bos wortelen of een klomp op zijn hoofd de tribunes bevolkt? Vaak verwijzen zulke uitdossingen naar de clichés van de Nederlandse cultuur, maar met voetbalcultuur heeft het natuurlijk niets te maken. Het is er eerder het tegendeel van: voetbalkitsch. De fans komen pas tot leven als de wave wordt ingezet, dat mensonterende fenomeen dat je ook alleen maar tijdens interlands ziet. Een nieuw dieptepunt was afgelopen vrijdag Nederland – Frankrijk. Een duel dat nota bene in het teken stond van de rouw om Johan Cruijff. Bij een 2-0 achterstand rolde de wave over de tribunes.

Detering verwees in zijn stuk ook naar Schotland – Duitsland van vorig jaar september, toen de gepassioneerde thuisfans zoveel herrie maakten dat zijn oren er nog twee dagen lang van tuitten. De Schotse Tartan Army heeft dan ook een uitstekende reputatie. Waar de Schotten gaan, daar is het steevast feest. Toch is dat niet altijd zo geweest. In de jaren zeventig werden interlands van het Schotse elftal niet zelden ontsierd door rellen. Pas in de jaren tachtig kwam daar verandering in. Onderzoekers schrijven dat toe aan wat in de sociologie ‘distinctie’ wordt genoemd: de behoefte je te onderscheiden van je directe concurrenten. Omdat de Engelsen een hooliganimago hadden, kozen de Schotten voor een radicaal tegenovergesteld imago om zich zo af te kunnen zetten tegen de grote rivaal.

Voor het Oranjelegioen geldt iets vergelijkbaars. Begin jaren negentig gingen interlands tussen Nederland en Duitsland of Engeland nooit zonder ongeregeldheden voorbij. Pas vanaf 1994 ontstond het positieve imago dat het Oranjelegioen vandaag de dag heeft. Auke Kok zocht in 2014 voor Vrij Nederland uit wie toch die mensen zijn die wereldwijd de zomerse pleinen oranje kleuren. Hij ontdekte dat het veelal provincialen waren zonder binding met een club. “Een Oranjelegioen van vaderlandslievenden die het zonder aansprekende profclub moesten stellen en voor wie meereizen met het Nederlands elftal een prettig soort mini-vakantie was.” Deze fans hebben niets met de in hun ogen opgefokte en vaak gewelddadige clubcultuur. De gezelligheidscultus is hun manier om zich hiertegen af te zetten: “Wij zijn één grote familie.”

Vorig weekend zagen we wel een unieke verbroedering van rivaliserende clubsupporters in België. “Casuals against terrorism” stond er in Brussel op een spandoek. Hooligans van diverse Belgische clubs hadden zich bij hoge uitzondering verenigd om te demonstreren op het Beursplein. Er waren aanhangers bij van Antwerp FC en van Beerschot, rivalen die nog maar kort geleden elkaars supporterskroeg kort en klein sloegen, maar ook Vlamingen en Walen trokken familiair op tegen islamitische terreur. “Fuck ISIS” was de fijnzinnige boodschap. Een Nederlandse politicus spreekt in dat opzicht niet minder fijnzinnig van een “tsunami van islamisering”.

Dat brengt mij op een idee. Zouden de fans van het Belgische nationale elftal wellicht bereid zijn om tijdens het EK de handen ineen te slaan tegen die andere tsunami: de vermaledijde wave, die tsunami van infantilisering? Met een mooi groot spandoek: “Belgians against waving”. En dan zingen als de Schotten. Dan ben ik deze zomer misschien wel voor de Belgen.