Voor de nieuwe Staantribune, te koop bij meer dan duizend verkooppunten, liep Staantribune-redacteur én buurman Eelco Brandes dit seizoen een dagje mee in het spoor van de nog altijd onuitputtelijke spraakwaterval.  Een voorproefje:

Never a dull moment met Sjaak Polak. De cultvoetballer van weleer beklimt stapje voor stapje de trainersladder in het amateurvoetbal en leidde zijn club SJC knap naar promotie naar de derde divisie door kampioen te worden in de hoofdklasse.

Polak doet zijn jas aan en pakt de opgerolde vellen papier waarop zijn plan voor die middag staat beschreven. Omdat de tweede elftallen van RKAVV en zijn SJC elkaar deze ochtend eveneens in Leidschendam treffen, rijdt de trainer vandaag voor één keer niet mee met zijn ploeg vanuit Noordwijk. Besloten is om de bespreking voor zijn elftal op het sportpark van de gastheren te beleggen. Zodoende kan de oud-prof de ‘reis’ naar deze uitwedstrijd te voet afleggen. Ongetwijfeld een unicum in de toch al kleurrijke carrière.

“Ik heb die journalisten zeventien jaar in de maling genomen, man.”

Ik besluit hem te vergezellen en tijdens de korte wandeling die ene brandende vraag te stellen die ik al sinds onze eerste kennismaking heb. Hoe kan het in hemelsnaam zo zijn dat het beeld dat ik had van de man die naast me loopt als grappenmaker en bekend is van de lollige filmpjes die eindeloos bij Voetbal Inside zijn herhaald, zo afwijkt van de door het voetbalvirus bezeten persoon die ik in korte tijd heb leren kennen? Waar is het misgegaan in de beeldvorming? Polak stopt even met lopen, kijkt me aan en begint te lachen. “Ik snap precies wat je bedoelt. Op een bepaald punt in mijn carrière merkte ik dat journalisten van tv-programma’s mij voor lul wilden zetten door me telkens na afloop van wedstrijden voor de camera’s te trekken. Dan heb je net verloren en komt er zo’n grappenmaker naar je toe die ‘zo’n konijn’ onder je neus duwt en doodleuk vraagt: wat vond je van de wedstrijd?

Dan denk ik dat je het niet helemaal snapt en vinden ze het raar dat je een dom antwoord geeft. Als jij de clown wil uithangen door verkeerde dingen in mijn mond te willen leggen, dan doe ik dat ook. Dat is mijn antwoord daarop.

Het interesseert me geen zier wat mensen daardoor van mij denken. Alleen Koert Westerman had mij op een gegeven als enige journalist door. Hij zei, je loopt de boel te fucken, man. Ik zei, ja dat klopt. Je had hem moeten zien, de tranen rolden van zijn wangen en hij zakte in elkaar van het lachen. Ja, Eelco, je lacht nu, maar het is echt zo. Op Koert na heb ik die journalisten zeventien jaar lang in de maling genomen, man.”

Lees het hele artikel in Staantribune #19. Hier een voorproefje in elf seconden:

 

 

In deze editie een speciaal Dossier Fortuna Sittard, vanwege het vijftigjarig bestaan van de Limburgers. Hierin onder meer een interview met oud-spits John Linford, die tegenwoordig eigenaar is van een pub in zijn geboorteplaats Norwich, een fotoverhaal over De Baandert en een uitgebreid artikel van redacteur én Fortuna-supporter Martijn Schwillens over de terugkeer naar de eredivisie en de lange weg daarnaartoe. Daarnaast schreef Menno Pot een indrukwekkend verhaal over Abdelhak Nouri, een jaar na het drama.

Verder onder meer:

  • Fotoreportage laatste thuiswedstrijd Ludo Coeckstadion (Berchem Sport)
  • De derby van Kosovo
  • De kabouterverzamelaar
  • Achtergrondverhaal Deportivo La Coruña
  • De stand van zaken rondom uitsupporters/uitwedstrijden

Met uniek fotomateriaal van onder meer Marco Magielse en Stuart Roy Clarke. De schitterende Fortuna-cover met het iconische LU-shirt is ontworpen door onze illustrator Emilio Sansolini, die ook de fraaie achterzijde van het magazine maakte.