De ontbinding van de Sovjet-Unie is deze week 25 jaar geleden. Hiermee kwam een einde aan het bestaan van een staat die werd gesymboliseerd door de hamer en de sikkel. Een communistisch tijdperk dat duurde van 1922 tot en met 1991. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hield ook het bestaan van het voetbalelftal van de USSR op. De laatste doelpuntenmaker van dat elftal was Andrei Kanchelskis.

Kanchelskis scoorde op 13 november 1991 de 0-3 op en tegen Cyprus. Het was geen bijzondere treffer, naar later blijkt wel een historierijke. Een Sovjet-aanval lijkt te stranden in de handen van de Cypriotische keeper Andreas Haritou. Zijn enigszins onbeholpen manier van ingrijpen houdt de aanval echter in leven. Het leer dwarrelt net buiten de zestien meter voor de voeten van Kanchelskis. Een droge knal van de middenvelder ploft tegen het net. De overwinning werd hiermee bezegeld en de plaatsing voor het EK een feit. Als groepswinnaar zal de Sovjet-Unie aantreden op het Europese kampioenschap in Zweden.

Niet veel meer dan een half jaar later verschijnt een elftal op de mat onder de naam van Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Als plaatsvervangende naam voor de Sovjet-Unie. Op een toernooi waar de uiteindelijke kampioen Denemarken op het laatste moment de plaats van, het door een burgeroorlog geteisterde, Joegoslavië overneemt. Kanchelskis is ook in Zweden. Zijn team van Gemenebest van Onafhankelijke Staten speelt in de poulefase tegen zowel Nederland als Duitsland gelijk. De uitschakeling volgt na een verliespartij in de derde poulewedstrijd tegen Schotland.

Het laatste doelpunt maken voor het grootste land dat de aardbol ooit gekend heeft. Die eer valt maar aan één iemand toe te schrijven. Dit bijzondere feit blijft wellicht tot in eeuwigheid op naam staan van Andrei Kanchelskis. Het is een wetenswaardigheid die bijna vanzelfsprekend leidt tot een huiskamervraag. Wie was, voor Andrei Kanchelskis, de laatste doelpuntenmaker voor een ontbonden land. En wie volgen er in dat rijtje na de ontbinding van de Sovjet-Unie?

De spelopvatting van Andrei Kanchelskis was typerend. Hij speelde namelijk altijd naar voren. Hij was een rechtsbuiten die draafde als Dennis Rommedahl, met de tweebenigheid van Wesley Sneijder en het loopvermogen van Antonio Valencia. Een manier van spelen die erom vraagt om een award in het leven te roepen. Namelijk de Andrei Kanchelskis Award. Iedere speler die, ongeacht de positie op het veld, altijd en onvoorwaardelijk naar voren speelt, komt in aanmerking voor deze onderscheiding. Bij vele clubs etaleerde de geblokte Oekraïner zijn stijl. Hij versleet in totaal elf clubs.

Zijn rondreis over de velden voerde hem van de Sovjet-Unie naar Engeland, naar Italië, naar Schotland, terug naar Engeland, naar Saoedi-Arabië, en naar Rusland. Op 37-jarige leeftijd sloot hij zijn carrière af bij Krylia Sovetov, in de Russische competitie. Hij verdedigde de kleuren van drie verschillende staten met zijn interlands. Eerst die van de Sovjet-Unie, later die van Gemenebest van de Onafhankelijke Staten en uiteindelijk die van Rusland. Bovendien was hij de uitvinder van de voetbalpirouette.