Na twee jaar in Amsterdam is het Total Football Festival dit jaar voor de derde editie neergestreken in Utrecht. Als de bezoekers rond het middaguur binnendruppelen met een T-shirt van Stockport County, sjaaltje van Liverpool of jack van Tottenham Hotspur is al snel duidelijk wat het thema dit jaar is: Engeland.

Op de entourage en het publiek heeft de verhuizing dus in elk geval geen invloed gehad, want net als in Amsterdam is de zaal in het Louis Hartlooper Complex al vroeg goedgevuld met een divers gezelschap voetballiefhebbers. Terwijl de één de welkomstchampagne direct achteroverslaat en een biertje bestelt, nipt de ander rustig aan een espresso om wakker te worden bij de Voetbalmonologen, het openingsonderdeel van het festival. Het is op papier direct een van de hoogtepunten van het tot één dag gereduceerde festival met onder meer documentaires, interviews en een quiz.


TFF

Edwin Winkels trapt als Nederlandse Spanjaard af met de kanttekening dat het Engelse voetbal zo bijzonder eigenlijk niet is. Engelse spelers komen het land nauwelijks uit, en als ze dat doen is het sportief vaak geen succes. Het gaat Winkels in Engeland dan ook vooral om de sfeer, want die is – zo erkent ook de fan van FC Barcelona – een stuk beter dan in Spanje. “De sfeer bij Camp Nou is als bij een opera, waar mensen klappen als het goed is en fluiten als het tegenvalt. Een Engels stadion is een combinatie van een kroeg, bordeel en psychiatrische kliniek, waar volwassen mannen zich gedragen als kinderen en spelen als pupillen.”

Menno Pot vervolgt met een eerbetoon aan Paul ‘Gazza’ Gascoigne, de man die vooral begrepen wordt door ‘tribunejongens’. “Een feilbaar mens met een hart als open zenuw, niet gewaardeerd door tv-kijkers op zoek naar topsport, maar wel de man die Engeland op het EK 1996 nieuw elan gaf na de grauwe Thatcher-jaren.”

Vanwege het vele voorgelezen werk, dikwijls oud en al bekend, willen de monologen desalniettemin niet echt spetteren. Dat geldt ook voor de bijdrage van Renate Verhoofstad, die vanaf haar telefoon een paar verhalen voorleest over het land van haar vriend.

Als afsluiter maakt schrijver Kluun het eerste programma-onderdeel goed met een mooi verhaal over de Engelse humor en zelfspot, onder meer geïllustreerd door een aantal tribunefilmpjes van supporters die de liefde voor hun eigen club ook kunnen relativeren. Spreekkoren als “You’re nothing special, we lose every week”, een uitzinnige massa die “We’re fucking shit” scandeert en een massaal “We’re the Rangers, the mighty Rangers, we never win away”. Veel meer dan de kwaliteit van het spel blijkt de voetbalcultuur daarmee dé charme van het Engelse voetbal.