Een van de meest spectaculaire Europa Cup 1-wedstrijden vond plaats op 20 oktober 1971, vandaag 45 jaar geleden. Een prachtig affiche: het grote Borussia Mönchengladbach tegen Internazionale uit Milaan. Oftewel stormachtig West-Duits elan tegen de degelijkheid en ervaring van oude Italiaanse rotten. Niet alleen een clash tussen generaties, maar zeker ook tussen tegenovergestelde spelopvattingen. Scoringsdrang versus catenaccio. Bovendien stonden er spelers op het veld die ruim een jaar eerder hadden meegedaan aan de ‘beste wedstrijd van de eeuw’: Italië – West-Duitsland tijdens het WK van 1970 (4-3). Kortom, genoeg ingrediënten voor een topwedstrijd.

En dat werd het. Maar vreemd genoeg was van een spannend scoreverloop geen sprake. Die Fohlen raasden over het veld en lieten werkelijk geen spaan heel van de verdedigingsbunker van Facchetti en co: 7-1. Er zijn maar weinig bewegende beelden terug te vinden en dat verhoogt het surrealistische effect van de ongekende monsterscore.


Maar niet de ruststand (5-1) of de West-Duitse doelpuntenmakers (Heynckes, Le Fevre, Netzer en Sieloff) gingen de geschiedenisboeken in die avond, maar een Italiaan die zich in de 29ste minuut ostentatief van het veld liet dragen. De Nederlandse scheidsrechter Jef Dorpmans was het ontgaan, maar hij kon er niet omheen dat even daarvoor tumult was ontstaan in de Italiaanse gelederen. Inter-aanvoerder Sandro Mazzola liet er in de richting van de scheidsrechter geen misverstand over bestaan dat zijn ploeggenoot Roberto Boninsegna, die de 1-1 had gemaakt, was uitgeschakeld door een leeg colablikje. Dorpmans nam het blikje voor kennisgeving  aan, de wedstrijd werd hervat en de Italianen werden naar de slachtbank geleid. Zodanig zelfs dat doelman Vieri in de rust moest worden gewisseld. De Italianen eindigden de wedstrijd met negen man en Stadion Bökelberg kolkte als nooit tevoren.

Na afloop dienden de Italianen een officieel protest in. Het colablikje werd in de dagen erna het heetste item van Europa en zorgde er uiteindelijk voor dat de UEFA de 7-1 uit de boeken schrapte. Weg zekere plaatsing voor de volgende ronde, weg droomavond. De wedstrijd moest worden overgespeeld.

In San Siro won Inter eerst met 4-2, waarna voor 84.000 toeschouwers in Berlijn Günter Netzer en kompanen voor de loodzware taak stonden om de gewaarschuwde Italianen er nogmaals onder te krijgen. Het wonder van de Bökelberg kon evenwel niet worden herhaald. Ook de broodnodige winst met twee doelpunten verschil kwam er niet van. De 0-0 bleef tot het einde op het scorebord, waarmee het drieluik tegen Inter voor de ploeg uit West-Duitsland in megamineur eindigde. Wat blijft is de herinnering aan een wedstrijd die er officieel nooit is geweest, maar die wel tot in lengte van dagen tot de verbeelding zal spreken.

En wat gebeurde er met het befaamde colablikje? Dorpmans nam het mee naar huis en schonk het blikje aan het Home of History van Vitesse in zijn woonplaats Arnhem, waar het lange tijd heeft gestaan. Vier jaar geleden overhandigde de oud-scheidsrechter het colablikje weer aan de algemeen directeur van Borussia Mönchengladbach.