Toen Roger Rossmeisl op 25 november 2016 in de uiterwaarden van de IJssel stond, dacht hij dat een historisch avontuur voorbij was. Die middag voorafgaand aan de kelderkraker tussen Go Ahead Eagles en Willem II betrad hij de heilige grond, waarop honderd jaar eerder namen als Jos van Son en Tinus van Beurden het eerste kampioenschap van Willem II vierden. 2016 stond voor Rossmeisl in het teken van dat kampioensjaar midden in de Eerste Wereldoorlog. Totdat hij die avond in gesprek raakte met Herman Starink, een van de clubarchivarissen van Go Ahead. Terwijl ze spraken over de jaren dat Nederland een neutrale macht was in een oorlogvoerend Europa, werd een zaadje geplant.

“Willem II is mijn hobby en de Eerste Wereldoorlog is mijn fascinatie”, vertelt Rossmeisl. “Oorlog kan nooit een hobby zijn. Maar ik kan ze wel combineren. Dat gebeurt in het boek dat in november uitkomt.” Want daar draait het allemaal om in 2018. In de maand dat het einde van de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden is, komt er een boek uit met daarin vier portretten van de kampioenen van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Willem II-spelers Harrie Mommers en Pim Versluys rond 1916

Rossmeisl en Starink zochten nog twee auteurs. Bij Ajax, in 1918 voor het eerst landskampioen, werd dat Menno Pot. ‘’De facto ben ik nu Ajax-historicus”, lacht Pot. “Dankzij Willem II’’, zeggen de Ajacied als Rossmeisl eenstemmig. “Ajax was in 1914 gedegradeerd en de NVB (voorloper KNVB, red.) kondigde vanwege de oorlog een noodcompetitie af. Dat betekende dat, zolang het oorlog was, je niet kon degraderen of promoveren. Ajax won alles een niveau lager en op voorspraak van Pius Arts, voorzitter van Willem II, mocht Ajax in 1917 toch promoveren en werden de Amsterdammers prompt kampioen.”

Met Willem II, Go Ahead en Ajax zijn drie van de vier kampioenen genoemd. De eerste in het door mobilisatie verscheurde Nederland was Sparta. Op verzoek van Pot neemt journalist Anton Slotboom het Rotterdamse hoofdstuk voor zijn rekening. “HVV werd natuurlijk in 1914 kampioen, maar toen was het nog geen oorlog”, vertelt Rossmeisl, die ook voorzitter is van The Western Front Association Nederland. “In 1915 wel en toen werd Sparta landskampioen. De Kasteelclub was destijds nog een aristocratische club met spelers als Bok de Korver, die trainen valsspelen vond.”

Het kampioenselftal van Go Ahead in 1917

“Dat is het mooie aan de vier clubs’, vervolgt Rossmeisl. “Ze vertegenwoordigen allemaal een ander onderdeel van de maatschappij. We schetsen naast de clubs ook een beeld van de tijd en hoe de oorlog ook Nederland in zijn greep had, ondanks de neutraliteit. Sparta was het toonbeeld van het oude deftige, vooral Randstedelijke voetbal van voor de oorlog. De aristocratie, deftige mensen buiten en op het veld. Voetbal in zijn kinderschoenen. Willem II was de eerste kampioen die niet uit de Randstad kwam. Het was wel  een club van de hoge heren, fabrikanten, notabelen en andere belangrijke mensen uit de stad. Tilburg lag in het zuiden en daar maakten de militairen de dienst uit dankzij de mobilisatie. Ook dat was de oorlog. De burgemeester had weinig te vertellen.”

“Daarna werd Go Ahead kampioen”, vervolgt Pot. “Een echte arbeidersclub. Sommigen vonden dat arbeiders niet eens in de competitie mochten meedraaien. Dus dat kampioenschap had ook zijn impact op de samenleving. Daarna kwam in 1918 Ajax, dat in Amsterdam de oude topclub RAP had overvleugeld en in veel opzichten model stond voor de veranderingen die tussen 1914 en 1918 hadden plaatsgevonden in het Nederlandse voetbal. Ajax dacht vrij modern, had een Engelse trainer, Jack Reynolds, die moderne trainingsvormen introduceerde: een soort professionalisme avant-la-lettre. Die Reynolds kwam trouwens door de oorlog in Nederland terecht. Wat ook opvallend is. Het clublied van Ajax, dat nu nog voor elke thuiswedstrijd door de ArenA schalt, werd door een Belgische vluchteling gecomponeerd. Zo zijn er nog veel meer opvallende dingen. Maar ik ga niet te veel zeggen. Ik wil nog veel verborgen houden voor het boek.”

Jack Reynolds (links) tijdens een wedstrijd van Ajax tegen Xerxes in 1947

De schrijvers willen wel wat zeggen over hun zoektocht. “Bij Ajax verscheen vanaf 1916 een clubblad, dus daarin is veel terug te vinden”, vertelt Pot. “Maar ik moet nog beginnen met het echt grote onderzoek. Het gaat ook niet alleen om de clubs. De vier oorlogskampioenen Sparta, Willem II, Go Ahead en Ajax vertellen samen het verhaal  van de enorme ontwikkeling de het Nederlandse voetbal in die periode doormaakte – en daarnaast ook ‘in het klein’ de geschiedenis van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog.”

Het geluk van goed bewaarde annalen heeft Rossmeisl niet. “Twee jaar geleden ben ik al de archieven ingedoken, omdat het toen honderd jaar geleden was. Ik heb al aardig wat informatie en er ook al over gepubliceerd. Maar dat komt voor een groot gedeelte niet van Willem II zelf. Pas vanaf de jaren dertig is het goed gedocumenteerd bij Willem II. Daarvóór kregen oude en nieuwe besturen ruzie met elkaar en namen ze alles mee naar huis. Zo zijn er geen prijzen te vinden. Wel trof ik in de woonkamer van de kleinzoon van Jos van Son een herinneringspenning van het Zuidelijk Team, waar Van Son verschillende keren voor uitkwam. Bij gebrek aan interlands tijdens de oorlog speelde ‘het Zuiden’ verschillende keren tegen ‘het Noorden’.  Ik ben net als Menno achter mooie dingen gekomen. Het wordt wel een boek voor de fijnproever. Maar dat kun je in november allemaal lezen.”

Via Facebook is het project te volgen:

Foto header: Sparta in 1916, een jaar na het kampioenschap: via  Voetbalkroniek
Foto WillemII: Tilburg.com
Foto Go Ahead: Niet Te Kraken
Foto Reynolds: Noske, J.D. / Anefo