Voor de verkiezing van Voetbalboek van 2017 zijn vijftien boeken geselecteerd. De komende weken lichten we de genomineerden uit. Vandaag een hoofdstuk uit Royston, geschreven door Hugo Verkley. 

Foppe de Haan schenkt nog een glaasje Rivella in. Royston neemt een slok water en pakt nog een paar druiven. “Ik vind het hartstikke zonde dat je bent gestopt. Doodzonde”, zegt De Haan. “Maar goed, het is jouw leven en je bent verantwoordelijk voor je eigen dingen. Dus het is zoals het is. Je kunt moeilijk iedereen bij de hand nemen en zorgen dat het goed gaat, maar ik vind het wel heel jammer.”

Sinds Royston is gestopt krijgt hij dit vaker te horen. “Zeventig tot tachtig procent komt door de zaken eromheen. Als je me morgen uitnodigt om zeven tegen zeven te gaan voetballen, zal je zien hoe enthousiast ik daaronder ben. Ik ben een winnaar, wil iedere wedstrijd winnen. Laatst speelde ik met vrienden. Daar was zoveel passie. Iedereen nam het serieus. Dat vind ik geweldig en raakte me, erg mooi.”

“Maar had je wel goede zaakwaarnemers, Royston?”                  
“Tsja, wat zijn goede zaakwaarnemers. De zaakwaarnemer die ik had toen ik naar Real Madrid ging, is voor mij niet levend en niet dood. Hij is niks. Ik heb geen goed woord over hem te zeggen, ook niet over zijn compagnon. Ik ben een vergevend persoon en vind het goed als anderen succes hebben, maar zij kunnen geen goed woord van mij krijgen. Zo simpel is het. De wond die ik door hen heb gekregen zal altijd blijven. In de voetbalwereld kun je het beste alles zelf doen. Er wordt gewoon te veel gepikt. Ik had nooit een contract met mijn zaakwaarnemer, we hadden niets op papier staan. Hij heeft zijn deal met de club zelf gemaakt. Via hem zag ik dan het salaris dat Real Madrid mij bood. Maar misschien boden ze wel twee miljoen euro. Als zaakwaarnemer kun je tegen mij zeggen dat ze 1,4 miljoen geboden hebben en de rest houd je dan zelf. Dat kan gewoon allemaal als je zelf niet bij die onderhandelingen zit. Zorg ervoor dat iemand die je vertrouwt je zaken doet, desnoods je moeder. Anders verdwijnt het geld in de verkeerde zakken. Als ik iets heb geleerd is dat je er als speler kort op moet zitten en niemand in de voetbalwereld moet vertrouwen.”         

“Je bent gewoon afgebrand op die wereld?”   
“Ja, maar ik ben gelukkig nu. De komende paar jaar heb ik nog mijn voetbalpensioen van de periode die ik in Nederland heb gespeeld. Dat is niet veel, maar toch een paar duizend euro per maand. Daarnaast heb ik nog mijn huis in Madrid, dat ik zou kunnen verkopen. Mijn stiefvader heeft er een tijdje gewoond met zijn gezin. Om de hoek heeft hij een eigen lounge, Ricky’s Place. Met Surinaamse tapas. De komende tijd wil ik vaker naar het huis toe, misschien ga ik er wel weer wonen. Ik betaal nog dingen als de beveiliging, tuinman, gas, water en licht. Alleen de lichtknopjes al, dat is net een winkelcentrum. Als je die meterkast opendoet en ziet wat voor een pendels daar allemaal zitten. Zwembadlicht, dit licht, dat licht. Toch snel drie, vier doesoe per maand. Voor mij zijn de onkosten nu te hoog. Maar ik ben ambitieus en wil dat huis liever nog houden, jeweettoch. Laatst was er wel een zigeuner die het wilde kopen. Hij wilde 1,7 miljoen betalen. Cash. Da’s te weinig. Ik zeg ‘broer, minimaal 2,5 en anders hoeft het niet’. Misschien ga ik het wel verhuren. Ik zou ook makkelijk kunnen gaan werken en dertien- of veertienhonderd euro per maand verdienen. Dat zou me niets doen. Anderen zeggen dan misschien ‘ben je gek ofzo?’ Ik zou het kunnen doen en dan ben ik maandelijks ultrastabiel. Het is beter zo. Ik kan nu niet meer te maken krijgen met die dingen waarmee ik niet meer te maken wil krijgen. Ondanks dat er misschien nog zoveel uit te halen valt. Dat is natuurlijk wat ik vaak te horen krijg. Dan zeggen mensen ‘je bent pas net dertig, kunt nog zo goed voetballen en een paar jaar je knaken verdienen’. Een paar laatste jaartjes je zakken vullen. Maar ik wil dat niet meer.”

De Haan moet denken aan de filmpjes waarmee Royston het nieuws haalde. “Oh en Royston, je had toch een keer zo’n Facebookding, in Rusland?” “Ja, dat was op keek, dat had je toen. Kon ik geen kapper vinden, dat verhaal. Zelfs kleine kinderen vragen er nog naar. Dan zeg ik: jongen, je weet toch dat ik weer bij jou in het land woon. Ik heb hier de beste kappers, namelijk Gino Style en de Surinaamse kapper Winston.”

Wat De Haan betreft had Royston de stap naar Real Madrid nooit moeten zetten toen hij nog maar twintig jaar was. “Als jonge speler moet je niet bij Real Madrid zijn, denk ik. Gewoon bij een club zijn waar je weet dat je elke week speelt. En daar kun je het gewoon een paar jaar goed doen. Als je goed genoeg bent, komt het vanzelf. Royston, jij ging van succes naar succes naar succes. Op het moment dat er geen succes was, had je niet het vermogen om het succes even uit te stellen naar een half jaar later. Als het op dat moment niet lukte, was je teleurgesteld in jezelf en ging je ingewikkelde dingen doen. Het heeft ook te maken met karakter. Je wordt geboren en krijgt wat in je genen mee. Veel dingen gebeuren tussen je tweede en zesde jaar. Als daar continuïteit, vastigheid en ritme is, dan neem je dat bijna altijd met je mee. En als dat er niet is, dan achtervolgt dat je, zo zou je dat kunnen noemen.”

Een paar jaar terug stond Royston bijna voor een terugkeer op de Nederlandse velden. Hij sprak met PEC Zwolle en ADO Den Haag. “Henk Fraser wilde me wel halen, maar dat lukte niet op de een of andere manier…”
“Het gaat altijd om centen, Royston.”
“Nou, bij ADO zei ik ‘kom maar met een offer en dan maak ik een keuze’. Toen zouden de Chinezen komen, bla bla…”           
“De Chinezen zijn er…”                 
“Ja, maar dat is alleen maar hoofdpijn, toch?”
             
Royston valt even stil. Had hij toch niet voor een overgang naar een Nederlandse club moeten kiezen? Misschien kon hij wel bij sc Heerenveen terecht? “Ik had een hoop jongetjes in deze buurt blij gemaakt als ik hier naartoe was gegaan. Bootje erbij…”            
De Haan snapt wel dat Royston is gestopt. “Iedere keuze die je maakt is een persoonlijke keuze. Maar ik kan me voorstellen dat je in deze omstandigheden op een gegeven moment zegt dat je ermee kapt. Dat het klaar is. Ik heb die afkeer nooit gekregen. Geld kon me nooit zoveel schelen. Ja, ik moest er goed van kunnen leven en bestaan, maar dat is het. Eigenlijk heb ik altijd dat gedaan dat bij mij past, dat ik leuk vind. En hier beleef ik het meeste plezier aan.”

Royston is dat plezier vooral kwijtgeraakt door randzaken, maar soms kan hij zichzelf ook een en ander verwijten. “Ik denk dat er genoeg mensen in een dip zouden belanden, verslaafd raken aan drugs en zichzelf gaan pijnigen ofzo. Ik ben meer een type dat als ik mezelf de schuld geef van alles, dan ga ik in bed liggen en kom er drie dagen niet uit. Dan wil ik van niemand wat horen en zet ik mijn telefoon uit. Het gaat de ene keer beter dan de andere keer. Natuurlijk was het wennen voor me, ook omdat ik een bepaalde lifestyle gewend was. Ik pakte een privéjet met de gedachte dat er volgende maand toch wel weer geld op de bank zou staan. Geloof me, een privéjet is niet niks, hè. Bij mij is het aanpassen aan dit ouwe leven snel gegaan. Ik ben niet rijk geboren, maar in de ghettohood in Rotterdam. Strijder. En als je bij Real Madrid hebt gespeeld, blijf je een baas. Weinig spelers gaan je nadoen. Hoeveel van de spelers van het Nederlands Elftal spelen nu bij Real Madrid? Uiteindelijk willen ze allemaal hun reet geven om daar te komen, geloof me. Zo is het gewoon. Dus ja. Ik heb van mijn geld genoten en ben blij dat ik nu weer in het normale systeem zit. Ik ben niet gebroken.”
    
De Haan knikt begrijpend. Dan maakt hij de touwen los en zet de motor weer aan. “Nou Royston, we gaan. We hebben nog een eind te varen.” Royston zoekt de voorkant van de boot op, gaat languit op zijn rug liggen en sluit zijn ogen. Af en toe het geluid van een meerkoet of fuut. Verder stilte. De Haan blijft bij de les en stuurt de sloep terug naar zijn achtertuin. Langzaam dommelt Royston in slaap.

Stem tot en met zondag 11 maart hier op je favoriete voetbalboek van 2017!