NB: Alleen vandaag (zondag 11 maart) kun je nog stemmen op een van de vijftien genomineerden voor Voetbalboek van 2017, waaronder op Het Gouden AZ, geschreven door Jan Jaap van den Berg en Jeroen de Haan-Rißmann. Een voorproefje:

Jos Jonker – De stille kracht in dit superteam

Zomer 1980 had Hovenkamp in Voetbal International enkele – met de kennis van achteraf – intrigerende opmerkingen gemaakt over Jos Jonker, een toch tamelijk onbekende middenvelder. Eerst had Hovenkamp geconstateerd dat AZ’67 teveel afhankelijk was van de doelpunten van Kees Kist. Kampioen Ajax had veel meer spelers met scorend vermogen. Vervolgens voegde Hovenkamp daar het volgende aan toe: “We hebben een statische ploeg. Eigenlijk moet er een diepgaande middenvelder komen. Ik heb één favoriet, Jos Jonker. Vind ik één der meest onderschatte spelers die ik ken. Lekkere speler. Kun je nog ’ns met een gerust hart opkomen.”

Kees Kist geloofde nog niet zo in de grote kwaliteiten van deze Jos Jonker: “Had dat geld gereserveerd voor een echte topper.” Jonker was bovendien een middenvelder. Kist had er liever een klasse-vleugelspeler bij gehad. AZ’67 kampte immers al jaren met de bezetting op de vleugels. Waarom bijvoorbeeld niet Tahamata gekocht, die nu naar Standaard Luik was vertrokken? In Pier Tol en Chris van den Dungen had Kees Kist niet zoveel vertrouwen. Kees Kist verzuchtte dat hij het aankoopbeleid van de club niet begreep. Nee, de sterke topscorer zag AZ’67 het komende seizoen geen kampioen worden.

Vlak daarna publiceerde VI een uitgebreid portret van de opvallend onbekende Jos Jonker uit Castricum, die toch al een decennium actief was in het betaalde voetbal. De 29-jarige vroegere middenvelder van Telstar en FC Den Haag bleek een moeilijk te peilen, wat ondoorgrondelijke figuur, een zwijgzame eigenheimer en en buitenbeentje. Dat zou overigens ook in de volle schijnwerpers van topclub AZ’67 niet veranderen. “Voor anderen schijn ik een moeilijk mens te zijn, maar zo ben ik nou eenmaal. (..) Ik maak me niet druk over al dat gezeur over m’n gedrag. Ik heb schijt aan iedereen.”

Een eigenzinnige, wat mysterieuze figuur dus, die Jos Jonker, en naar eigen zeggen erg ‘sfeergevoelig’. Wat voor een voetballer was de linksbenige Jos Jonker op het veld? En wat dacht hij te kunnen brengen bij AZ’67? “Ik word vaak een onderschatte voetballer genoemd, dat zal dan komend jaar moeten blijken. Als je de mensen op straat hoort, dat is het steeds: nou, jij zal daar wel op de bank komen, ze hebben bij AZ al een goed middenveld. (..) Maar ik vind het eigenlijk wel best zo. Ze kunnen beter te weinig als te veel van je verwachten.”Bert Nederlof omschreef Jonker als een snelle en technische middenvelder, in het bezit van een groot loopvermogen en een uitstekende voorzet. Jos Jonker had op basis van deze kwaliteiten allang moeten zijn doorgebroken naar de top. Vermoedelijk hadden zijn lange verblijf bij het anonieme Telstar en zijn wat gecompliceerder karakter hem parten gespeeld.

“Ik heb me misschien slecht verkocht ten opzichte van de buitenwereld”, vermoedde Jonker. Een half jaar eerder had Jonker al aangegeven dat hij graag wegwilde bij FC Den Haag, waar hij het niet naar zijn zin had. Hij vond dat er niet met voldoende inzet gevoetbald werd, ergerde zich aan de speelwijze en hikte bovendien ook aan tegen de reisafstand vanuit Castricum. Jos Jonker was naast het voetbal werkzaam als machinebankwerker en wilde die baan graag behouden.

Alleen vandaag (zondag 11 maart) kun je hier nog stemmen op je favoriete voetbalboek van 2017!