Voor de verkiezing van Voetbalboek van 2017 zijn vijftien boeken geselecteerd. De komende weken lichten we de genomineerden uit. Vandaag een hoofdstuk uit FC Londen, geschreven door Tom van Hulsen.

Sloophamers
Station Upton Park, een prominente metrohalte op de District Line en Hammersmith & City Line, ligt aan Green Street. Hier proberen talloze Londenaars een boterham te verdienen met de verkoop van etenswaren; in winkels, restaurants of marktkramen. De aanblik van de wijk Upton Park is kleurrijk, vooral rond de Queens Market, een ruim opgezette bazaar waar afgezanten uit Aziatische landen hun proviand stallen. Duizenden oud-inwoners van India, Maleisië, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh en andere exotische landen uit het verre oosten hebben hier in de buurt een tweede thuis gevonden.

De kilometers lange straat is een beroemde, zo niet beruchte naam in de voetbalwereld. Zo is Green Street de naam van een bioscoophit uit 2005 over een groep hooligans, fans van West Ham United. De film, met in de hoofdrol Elijah Wood, is vooral gebaseerd op rellen tussen supporters van Millwall en de grote rivaal West Ham, ware veldslagen in het verleden.

Want Green Street, dat is West Ham United. Wie vanuit metrostation Upton Park in zuidelijke richting loopt, arriveert na zo’n driehonderd meter bij het terrein waar 112 jaar lang de Boleyn Ground stond, het stadion van de club. Een geweldige accommodatie, die na het sluiten van de poorten in 2016 een beter lot had verdiend dan stukje bij beetje te worden gesloopt.

West Ham United speelt sinds de zomer van 2016 in het voormalige Olympisch Stadion van Londen, waarover later meer. Wat er met de oude accommodatie zou gebeuren, bleef lange tijd ongewis. Zowel de clubbestuurders als de projectontwikkelaars en de ambtenaren van de London Borough of Newham hielden hun kaken wijselijk op elkaar, als er vragen kwamen over de toekomst van het terrein. Aanvankelijk was er dan ook nog enige hoop dat het stadion aan de slopershamers zou kunnen ontsnappen. Een nieuwe bestemming, waarom niet? Een andere bespeler? Een voetbalmuseum, wellicht?

En toen was het september 2016. Vanuit het niets dook een omvangrijke filmcrew op in Green Street. De Boleyn Ground bleek het decor te vormen voor enkele scènes in de actiefilm Final Score van regisseur Scott Mann en hoofdrolspeler Pierce Brosnan. In de film brengen terroristen een aantal explosieven tot ontploffing, waaronder enkele in de catacomben van het stadion.

Boem. En daar ging de voetbalhistorie. De opnames waren knap geheim gehouden. Woedende reacties van voetbalfans uit heel de wereld, en van West Ham United in het bijzonder, waren het gevolg. Maar de toon was gezet en de afbraak zette zich, ook na het vertrek van de filmploeg, voort.

Die woedende reacties waren natuurlijk terecht. De Boleyn Ground was openbaar kunstbezit en diende als zodanig te worden behandeld. Maar dat is tegen dovemansoren gezegd, althans, tegen die van de projectontwikkelaars. Geld is hun voornaamste drijfveer, voetbalhistorie kan hun gestolen worden.

En dat terwijl die geschiedenis er toch best mag zijn. West Ham United heeft zijn oorsprong in Canning Town, een wijk dicht bij Upton Park, net ten noorden van de Theems in Oost-Londen. Daar werd in 1895 Thames Ironworks FC opgericht, de voetbalclub van de Thames Ironworks Shipbuilding Company. Aan de boorden van de rivier was het vervaardigen van schepen, motoren en kranen een lucratieve business aan het eind van de negentiende eeuw. Om de werknemers enige ontspanning te geven tussen het zware werk door stichtte het bedrijf een voetbalafdeling, die ging spelen op Hermit Road in Canning Town, waar afdelingen van het bedrijf waren gevestigd. Na een verhuizing naar Browning Road belandde de vereniging op Memorial Avenue, vlak bij het huidige metro- en treinstation West Ham. Daar werd in 1900 de verenigingsnaam veranderd in West Ham United. De club verhuisde in 1904 naar Green Street.

En daar staan we dus nu, ruim elf decennia later, voor de overblijfselen van het voetbalstadion. Op deze plek was aan het begin van de twintigste eeuw het Green Street House gevestigd, ook wel Boleyn House genoemd. Volgens de overlevering was het eigendom geweest van Anna Boleyn, die tussen 1533 en 1536 koningin van Engeland was. De plek waar West Ham United ging voetballen werd dan ook al snel de Boleyn Ground genoemd. In het logo van West Ham United kreeg een belangrijk detail uit het wapen van Thames Ironworks een plek: de gekruiste hamers, een verwijzing naar het noeste vak metaalbewerking. Na verloop van tijd raakte de bijnaam The Hammers in zwang.

Tradities spelen een belangrijke rol in het Engelse voetbal en bij West Ham United is dat niet anders. De hamers staan nog steeds in het logo en de club speelt al bijna 120 jaar in het fraaie claret and blue. In feite zijn die kleuren echter gestolen – of overgenomen, zo u wilt – van Aston Villa. In 1899 was William Dove, een van de trainers bij West Ham United, op een jaarmarkt in Birmingham. Daar sloot hij een weddenschap af met vier spelers van Aston Villa, die met hem een hardloopwedstrijd aangingen. Dove won, maar toen hij zijn prijs wilde innen bekenden de jongens uit Birmingham geen geld op zak te hebben. Een van de spelers had de shirts en broekjes van zijn team bij zich, omdat hij de wasbeurt had. Hij besloot tegen het clubbestuur van Aston Villa te zeggen dat ze gestolen waren en bood de winnaar van de hardloopwedstrijd de volledige set tenues aan. Dove nam ze dankbaar mee terug naar Londen, stak zijn ploeg in het nieuw en de rest is geschiedenis…

West Ham United groeide langzaam maar zeker uit tot een voorname voetbalvereniging, waar de jeugdopleiding een speerpunt was. De populariteit van The Hammers was op zijn hoogtepunt in de jaren zestig. In 1964 won de ploeg de FA Cup (op Wembley), een jaar later de Europacup II (andermaal op Wembley, tegen 1860 München) en weer een jaar later stonden drie zelf opgeleide spelers van West Ham United, op Wembley, aan de aftrap van de WK-finale Engeland-West-Duitsland: Bobby Moore, Geoff Hurst en Martin Peters. Engeland won zoals bekend met 4-2 na verlenging. West Ham verzorgde de complete productie voor de Engelsen: Hurst scoorde drie keer en Peters maakte het andere doelpunt.

De Boleyn Ground, of Upton Park zoals het in de volksmond heette, was inmiddels een van de sfeervolste voetbalstadions van Engeland geworden. Dat kwam mede door het clublied I’m forever blowing bubbles, dat tot op de dag van vandaag door de fans voor een wedstrijd wordt gezongen. Wie voor het eerst een duel van West Ham bijwoont en de passie van de fans bemerkt tijdens de samenzang, krijgt gegarandeerd kippenvel. Het lied komt oorspronkelijk uit een Broadway-musical uit 1919. West Ham United-fans zongen het voor het eerst als ode aan een proefspeler van de club, die leek op de jongen die is afgebeeld op het beroemde schilderij Bubbles van de Engelse kunstenaar John Everett Millais. De tekst is dan ook niet echt van toepassing op de club, maar staat niettemin symbool voor de verbondenheid van de fans.

            I’m forever blowing bubbles

            Pretty bubbles in the air

            They fly so high, nearly reach the sky

            Then like my dreams they fade and die

            Fortune’s always hiding

            I’ve looked everywhere,

            I’m forever blowing bubbles

            Pretty bubbles in the air

Duizenden Nederlanders hebben de Boleyn Ground in de loop der jaren bezocht. Ze dronken een pint in The Boleyn, de beroemde pub op de hoek van Green Street en Barking Road vlak bij de World Cup Sculpture, het beroemde beeld van de WK-helden Martin Peters, Geoff Hurst, Bobby Moore en Ray Wilson. Ze stonden in de rij met honderden andere West Ham-supporters voor een pie bij Nathan’s Pies en Eels op 51 Barking Road. Ze zongen I’m forever blowing bubbles mee, bevolkten de tribunes die vernoemd waren naar de vedetten Bobby Moore en Trevor Brooking en zagen heroïsche wedstrijden.

Eén van de duels die de meeste indruk hebben gemaakt op Nederlandse voetbalfans is het treffen tussen FC Den Haag en West Ham United in het Europa Cup II-toernooi van 1976. De Hagenaars hadden op miraculeuze wijze de thuiswedstrijd met 4-2 gewonnen door drie goals van Aad Mansveld en een van Lex Schoenmaker. De uitwedstrijd, op 17 maart 1976 op de Boleyn Ground, ging met 3-1 verloren. Die ene goal – van Lex Schoenmaker – was net niet genoeg voor FC Den Haag om verder te bekeren, maar de sfeer in het stadion was zo indrukwekkend dat tientallen Hagenaars tot op de dag van vandaag hun hart aan de Londense club hebben verpand.

Aan de allerlaatste wedstrijd op de Boleyn Ground, 112 jaar na de opening, kleeft ook een Nederlands tintje. West Ham United versloeg het Manchester United van Louis van Gaal op 10 mei 2016 met 3-2. Daley Blind speelde heel de wedstrijd mee bij Manchester United. De bus van de ploeg van Van Gaal werd voor de wedstrijd bekogeld in de straten van Upton Park, waarmee het hooligan-verleden nog even in de schijnwerpers werd gezet. I’m forever blowing bubbles klonk vele malen vanaf de tribunes, duizenden zeepbellen (bubbles) werden de lucht in geblazen, er werd menig traantje weggepinkt en na afloop probeerden honderden fans op illegale wijze memorabilia uit het stadion mee naar huis te nemen. De politie kneep een oogje toe.

In plaats van zeepbellen zijn nu dus enkele tribunedelen de lucht in geblazen en hebben de sloophamers hun werk gedaan. Hammers hebben het oude huis van The Hammers neergehaald. Daar waar Trevor Brooking over het gras slalomde, waar Bobby Moore als een veldheer zijn wedstrijden speelde, waar Billy Bonds bikkelde en Geoff Hurst het ambt van doelpuntenmaken leerde. En waar FC Den Haag strijdend ten onder ging.

Als discipelen van de voetbalkerk mogen we al blij zijn als de opperrechters een klein aandenken achterlaten op Green Street. We zullen het betasten, eraan ruiken, we sluiten de ogen en wanen ons terug in tijden dat wij er zelf nog niet eens waren. Het koesteren van schatten uit het verleden is niet aan iedereen voorbehouden, weten wij. Anna Boleyn kijkt hoofdschuddend toe.

Stem tot zondag 11 maart hier op je favoriete voetbalboek van 2017!