Het WK voor clubteams begint op 8 december in Japan. Staantribune-volger Nort van Schayk is tijdens het toernooi in het Aziatische land en zal verschillende wedstrijden bezoeken. Nort schreef een aantal verhalen over het voetbal in Japan en de geschiedenis van het toernooi. In deel 2 van deze serie lees je meer over de manier waarop de Japanse autofabrikant Toyota het Intercontinental Cup-toernooi in leven hield.

Terwijl de Intercontinental Cup eind jaren zeventig op de intensive care lag en de artsen op het punt stonden om de stekkers eruit te trekken, bood autofabrikant Toyota de helpende hand. Zij wilden hun naam wel aan het toernooi verbinden en in het kielzog veel geld meebrengen. In ruil daarvoor hadden ze twee eisen. Het toernooi moest jaarlijks in Japan plaatsvinden en bovendien moesten de winnaars van de Europa Cup en de Copa Libertadores verplicht aanwezig zijn. Het was een ‘offer you can’t refuse’ en zowel de UEFA als de CONMEBOL accepteerden het aanbod. Daarbij lieten ze voor aanvang van de Europa Cup elke club een contract ondertekenen dat verplichtte, bij een eventuele winst, om naar Japan af te reizen.


Met Japan als locatie werd het return-principe overboord gegooid en hoefden de Europese clubs niet meer naar Zuid-Amerika af te reizen. Daarmee waren de schop- en knokpartijen ook direct verleden tijd en begon de Intercontinental Cup langzaam het aanzien terug te winnen. In 1980 werd de Intercontinental Cup voor het eerst in Japan gehouden, Nottingham Forest verloor met 1-0 van het Uruguayaanse Nacional. Later bleek dat Tokio geen geluksoord voor de Europa Cup 1-winnaars zou zijn. Na Nottingham Forest verloren Liverpool, Aston Villa, Hamburger SV en opnieuw Liverpool achtereenvolgens de strijd om de Intercontinental Cup. Pas bij de zesde editie in 1985 wist een Europese club de beker te bemachtigen, Juventus versloeg na strafschoppen Argentinos Juniores. Michel Platini schoot de beslissende strafschop binnen.

Het verschil in beleving van het toernooi tussen de Europese clubs en de Zuid-Amerikaanse clubs was groot. In Europa zag men het als een leuk uitstapje naar Japan, terwijl de Zuid-Amerikaanse ploegen alleen voor de overwinning naar Japan kwamen en vaak gesteund werden door duizenden supporters die de ploeg achterna waren gereisd. Addick Koot onderstreepte dit in 1988 als speler van PSV, na de verloren wedstrijd tegen Nacional, als volgt: “Wij hebben die wedstrijd van toen absoluut niet serieus genomen. Zo gingen we in plaats van in het hotel in een hamburgerrestaurant eten”. Met onder meer Romário en Ronald Koeman in de gelederen, trokken de Eindhovenaren na strafschoppen aan het kortste eind.