Het WK voor clubteams begint op 8 december in Japan. Staantribune-volger Nort van Schayk is tijdens het toernooi in het Aziatische land en zal verschillende wedstrijden bezoeken. Nort schreef een aantal verhalen over het voetbal in Japan en de geschiedenis van het toernooi. In deel 1 van deze serie: het ontstaan van een van de voorlopers van het WK voor clubteams, de Intercontinental Cup. 

Hoewel clubs uit verschillende landen af en toe een vriendschappelijke wedstrijd speelden, werd het internationale clubvoetbal pas in 1955 ingevoerd met de Europa Cup. Al snel volgde de Zuid-Amerikaanse voetbalbond (CONMEBOL) het voorbeeld van de UEFA en kwam met een eigen competitie, de Copa Libertadores, die in 1960 voor het eerst werd gespeeld. De Braziliaanse voetbalpresident Havelange zag commerciële mogelijkheden in een jaarlijkse wedstrijd tussen de winnaar van Europa en Zuid-Amerika en zo kwam de Intercontinental Cup tot stand, zelfs nog voordat de eerste editie van de Copa Libertadores was afgelopen.

Het concept was simpel: beide ploegen spelen een keer uit en een keer thuis en indien nodig volgt er een replay. Voor de eerste editie mocht Real Madrid het opnemen tegen het Uruguayaanse Peñarol. In Montevideo werd het 0-0, maar in de return liet Real Madrid, voor het oog van 100.000 toeschouwers, niets heel van Peñarol en wonnen de Madrilenen met liefst 5-0. Real Madrid dacht het predicaat ‘kampioen van de wereld’ te mogen gebruiken, maar dat was tegen het zere been van de FIFA.

Na het eerste toernooi greep de FIFA hardhandig in en eiste de toernooi-organisatie op. De wereldvoetbalbond wilde deelnemers over de hele wereld. De CONMEBOL en UEFA sloegen het aanbod in de wind. In de hoop dat beide bonden alsnog overstag zouden gaan, dreigde de FIFA de Intercontinental Cup te verbieden. Zo ver kwam het niet, maar de wedstrijden moesten wel worden aangemerkt als ‘vriendschappelijk’ en werden niet officieel erkend door de FIFA.

Dat waren echter niet de eerste – en ook zeker niet de laatste – problemen die de Intercontinental Cup moest zien te overwinnen. Tijdens de jaren zestig waren vooral de Argentijnse en Uruguayaanse clubs niet vies van gemeen spel, wat de Braziliaanse clubs deed besluiten om zich terug te trekken van zowel de Copa Libertadores als de Intercontinental Cup. Maar behalve Brazilië hadden ook de Europese clubs veel last van de verkapte oorlogsvoering door de Zuid-Amerikaanse landen. Zowel Celtic, Manchester United als AC Milan werden fysiek en mentaal belaagd door alles en iedereen. Fans, spelers en zelfs bestuursleden hadden er letterlijk alles voor over om de prestigieuze beker te winnen. Pas nadat de internationale pers zich ermee begon te bemoeien, kwam de Argentijnse dictator Jorge Videla in actie en deelde schorsingen uit tot maar liefst dertig jaar.

Tekenend voor de Argentijnse praktijken zijn de gebeurtenissen rondom de finale tussen Feyenoord en Estudiantes in 1970. De heenwedstrijd in een kolkende Bombonera eindigde in 2-2. Johan Boskamp kreeg bij de warming-up een munt tegen zijn hoofd. In de return pakten de Argentijnen de bril af van Joop van Daele, nadat hij de enige treffer van de wedstrijd had gescoord, en stampten die kapot.

Mede door deze actie zag Ajax af van deelname in 1971, maar een jaar later gingen de Amsterdammers alsnog overstag om mee te doen. In Argentinië merkte Ajax aan den lijve waarom ze een jaar eerder nog hadden afgezien van deelname. Schoppartijen, bedreigingen en intimidaties waren aan de orde van de dag in de wedstrijd tegen Indepediente. De Intercontinental Cup werd wel gewonnen, maar vanwege alle gebeurtenissen zag Ajax een jaar later opnieuw af van deelname. Steeds meer clubs volgden het voorbeeld van Ajax en zowel in 1975 als 1978 werd de Intercontinental Cup niet eens georganiseerd.

Ondanks pogingen om de ontmoeting in leven te houden, dreigde het op een fiasco uit te lopen. In 1979 zaten er bij Malmö – Olimpia nog geen vijfduizend supporters op de tribune en daarmee stevende het toernooi op zijn laatste jaargang af. Immers, er moest door de organisatie elk jaar geld worden bijgelegd om de wedstrijden te organiseren.

Nort van Schayk