Hoeveel voetbal – het is maar een spelletje (toch?) – voor mensen betekent, blijft mij verbazen. Van dichtbij maakte ik mee dat een jong familielid, Vitesse-supporter ook, net na de overname van Merab Jordania, te horen kreeg dat hij ernstig ziek was. Zijn overlevingskans: vijftig procent. Het eerste wat hij na de diagnose zei: “Gaan we eindelijk op prijzenjacht, ben ik er misschien niet meer bij.”

Vaak dacht ik terug aan die uitspraak, aan de timing vooral: direct na een horrordiagnose. Gelukkig overleefde het familielid. Met hem ging ik zondag naar De Kuip. Blijft bizar, hoe blij mensen van een bekertje worden. Nee, niet blij. Gelukkig. Zielsgelukkig. Zo was er die zestigjarige Vitesse-supporter, Peter, een echte Ernhemmer, met wie ik vorig seizoen veel discussieerde. Ik wil vermaakt worden, Peter wil winnen.


“Op mijn leeftijd maakt mooi niet meer uit. Zoveel tijd heb ik niet meer. Ik wil niet zonder prijs de kist in”, zei Peter. “De titel ga ik niet meemaken. Maar de beker, dat moet er toch vanaf kunnen?” Dit seizoen werd Henk Fraser trainer van Vitesse. Tot genoegen van Peter, want: “Henk is een winnaar.” Mij kon Henk niet bekoren: het pressievoetbal van ‘Pep’ Bosz transformeerde in depressievoetbal. Veel won Henk niet, maar wel net die potjes die Vitesse een prijs konden opleveren: bekerwedstrijden.

Honderdvijfentwintig. In de aanloop naar de bekerfinale lag de nadruk wel heel erg op dat getal: 125 jaar zonder prijs. Het maar blijven herhalen van dat getal gaf mij een ongemakkelijk gevoel. Alsof ik een lief jong meisje was dat in de kroeg in verlegenheid werd gebracht door een op zich sympathieke veertiger, die er maar op bleef hameren dat-ie al VEERTIG was. VEERTIG en nog maagd, waarmee hij impliciet vroeg om hem, uit compassie… Tja.

Bijna ging je hopen op verlies in de finale, want dan zou Fietstas wel lekker haar unieke cultstatus behouden. Want Vitesse met prijs: het beeld van een huldiging, een huldiging in Arnhem, ik kon het niet ‘imagineren’. Alsof Roel van Velzen op een dag met zijn nieuwbakken een meter negentig op het podium verscheen; of Mark Rutte met een lekker wijf aan zijn zijde. Bij gebrek aan hoofdprijzen, kun je altijd nog voor de publieksprijs gaan: sympathie. Zie Feyenoord. Maar de hunkering was groot, vooral bij mannen als Peter, voor wie de beker een beloning en bekroning kon zijn voor vijftig jaar ‘trouwe dienst’ en heel veel verliezen slikken.

Zondag was het zover, D-Day. Het ultieme schoolreisje voor Arnhemmers. Even was er Kuipvrees: krijgen wij ons deel wel vol? Arnhem, dat niet bekend staat als opgetogen (wel als ingetogen), moest bewijzen dat Vitesse ‘leefde’. De club zou, zoals in GelreDome soms gebeurt, toch geen finalekaarten moeten weggeven bij de aankoop van drie pakjes roomboter..? Gelukkig kroop Arnhem, met zicht op blinkend zilver, massaal uit haar schulp. Schreef ik hier eerder nog cynisch over de beker als een te korte route naar succes, rondom De Kuip bleek het toernooi een hele korte route naar een volksfeest. Een soort Koningsdag, alleen dan zonder vrouwelijke ‘mandekkers’ (“hoeveel-biertjes-heb-je-op!?”). Alleen daarom al de moeite waard om die flutprijs serieus te nemen.

Op het Vitesse-plein bij De Kuip stond Arnhem zij aan zij te zuipen. Voetbal verenigt mensen, letterlijk. Wanneer feest je met vader, broertje en allerlei mensen die je in het dagelijks leven alleen in de supermarkt treft, waar je elkaar niet langer dan een tel aankijkt uit angst voor het uitzenden van een verkeerd signaal? Wie was er niet? Zelfs Gerard, de Vitesse-valkenier, zwaaide met vlees in De Kuip, om onze arend Hertog te laten vliegen.

De afloop is bekend. Geen gifbeker, maar eindelijk iets voor in die lege prijzenkast. Zelf beeld ik me in dat ik voor mooi voetbal ben en verder als een soort antropoloog ‘voetbalcultuur’ bestudeer, maar het is mooi om te zien, gedeelde vreugde die groter is dan bij het vallen van een Postcode Loterij-kanjer. Het zou echt Arnhems zijn om nu te denken: dit nooit meer. Maar wie weet, is dit het begin van iets: in ieder geval van een opleving van de beleving. Dat ik deze optimistische zin schrijf, zegt eigenlijk alles. Ja, een beker betekent meer dan verwacht. Ik denk aan Arnhemmers die komende zomer op de camping in Zuid-Europa hun schaamte hebben overwonnen en in Vitesse-shirt richting de tafeltennistafel sjouwen. Hoewel, misschien moet ik dit even laten bezinken en deze column nog niet verzenden…

Net na afloop van de gewonnen finale sprak ik supporter Peter. “Je kan dood”, zei ik. “Ja, ik kan met een gerust ‘hert’ de kist in”, antwoordde Peter. “Maar nu wil ik meer!”