De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. We trappen af met verslaggever Wytse van der Goot (Veronica, Ziggo Sport, FOX Sports, SBS):

“He’s a fucking good player and you’re all fucking idiots!” Het is mei 2002 en Sir Alex Ferguson is er klaar mee. Dat weekend komt Arsenal op Old Trafford de landstitel vieren. Ferguson is behoorlijk gefrustreerd. Niet alleen omdat aarsrivaal Arsene Wenger in zijn stadion feest komt vieren, maar ook omdat Juan Sebastián Verón weer eens op de korrel wordt genomen. Boos loopt hij weg van de persconferentie.

Een paar jaar eerder was hij verliefd geworden op de Argentijnse middenvelder van Lazio. Verón had de mooiste balbehandeling, de mooiste lichaamshouding en het mooiste loopje van de Serie A. Strakke passes en snoeiharde, kaarsrechte schoten die perfect in de diepe, lekker losjes opgehangen doelnetten van Olimpico pasten. Maar wat het meest opviel, was dat loopje. Het was het loopje van iemand die midden in de nacht opstaat om te kijken of er nog wat te snaaien in de ijskast ligt, maar niemand wakker wil maken. Op z’n sokken de baas op het middenveld.

Goeie kop ook, mooie man. Kaal, van die zware wenkbrauwen en zo ongeveer de enige man met een sik – die ze bij ons ook wel een pratende kut noemden – kon hebben zonder er mee voor lul te lopen. In elk oor een diamantje. Verón zag en ziet er nog steeds uit als een ober in een toeristisch dorpje in Toscane; je durft er geen nee tegen te zeggen als hij een menukaart met plaatjes van gerechten waar je helemaal geen trek in hebt onder je neus houdt. Zit je dan, met een mandje keihard brood en een plastic bakje boter te wachten op je risotto. En terwijl jij denkt dat je vrienden met hem bent is hij allang weer bezig het volgend hulpeloze gezinnetje naar binnen te hengelen. De rat.

Hoe dan ook: Sir Alex moest en zou Verón naar United halen.

Een jaar nadat Lazio met een middenveld om van te watertanden – Nedved, Simeone, Conceicao, Verón- de dubbel won sloeg Ferguson zijn slag. Voor achtentwintig miljoen pond, een nationaal record in 2001, kwam Juan Sebastián Verón naar Manchester. In Engeland waren ze aanvankelijk lyrisch, maar het werkte niet. Af en toe schilderde Verón een bal op een stropdas of kegelde hij er eentje van grote afstand in, maar de echte magie was in Rome achtergebleven. Het moordende tempo in Engeland, waar ze net zo snel en ongecontroleerd voetballen als dat ze drinken, was niets voor hem.

Verón had Italië nooit moeten verlaten. Ik heb er nog wel eens onenigheid over met mezelf, dat mijn favoriete voetballer niet kon aarden in mijn favoriete competitie.

Laatst zag ik beelden van hem voorbijkomen. Hij speelde nog, of beter: hij speelde weer. Bij het Argentijnse Estudiantes, de club waar hij na zijn carrière voorzitter was geworden. Het had iets te maken met een belofte die hij na moest komen. Waarom hij daar liep boeide met niet zo veel, dát hij daar liep wel. Hij sloop nog iets meer dan hij in zijn beste jaren deed, en ik moest nog steeds goed kijken of hij wel schoenen aan had. De pratende kut stond hem nog altijd goed.

Juan Sebastián Verón was ook op zijn tweeënveertigste nog een fucking great player.

Wytse van der Goot

 

#labrujita #veron #juansebastianveron 🇦🇷⚪🔵

Een bericht gedeeld door Nostalgia Lazio (@nostalgia_lazio) op